Grondwettelijk Hof vernietigt effectentaks

Wet houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen

Het Grondwettelijk Hof heeft de ‘wet van 7 februari 2018 houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen’ vernietigd. Volgens het Hof is deze wet vanuit verschillende oogpunten ongrondwettig.

Het Hof vernietigt de ‘wet van 7 februari 2018’ voor de toekomst. Maar de gevolgen van de wet blijven wel gehandhaafd voor de taks die verschuldigd is voor de referentieperiodes die eindigen vóór of op 30 september 2019.
De Staat moet de taks die voor deze periodes al betaald werd, niet terugbetalen.

Effectentaks sinds 10 maart 2018

Op 10 maart 2018 voerde de Regering via de wet van 7 februari 2018 een jaarlijkse taks van 0,15% in die verschuldigd was door personen die titularis waren van één of meer effectenrekeningen in België of in het buitenland.
De taks werd geheven op basis van het aandeel van een persoon in de gemiddelde waarde van de financiële instrumenten op die rekeningen, voor zover dat aandeel minstens 500.000 euro bedroeg.
De taks werd vooral geïnd via tussenpersonen (kredietinstellingen, beursvennootschappen en beleggingsondernemingen). Zij berekenden het bedrag van de verschuldigde taks voor de belastingplichtige, hielden het bedrag in, en stortten het vervolgens door aan de Staat. In sommige situaties moest de belastingplichtige zelf aangifte doen.

Beoordeling Grondwettelijk Hof

Volgens het Grondwettelijk Hof mag de wetgever wel streven naar meer fiscale rechtvaardigheid door een taks op grotere vermogens op te leggen, maar moet hij daarbij altijd het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie respecteren. Bij de invoering van de effectentaks was dit niet het geval.

Het Hof is van oordeel dat de ‘wet van 7 februari 2018’ op meerdere punten het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schendt:
  • de taks was uitsluitend verschuldigd wanneer een persoon ‘bepaalde’ financiële instrumenten op een effectenrekening had staan (aandelen, obligaties, rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen, aandelen in beleggingsvennootschappen, kasbons en warrants). Wanneer er andere financiële instrumenten (bv. opties, futures, swaps, …) en vastgoedcertificaten op een effectenrekening stonden, was de effectentaks niet verschuldigd;
  • ‘aandelen op naam, die niet ingeschreven waren op een effectenrekening, ontsnapten aan de effectentaks. De taks werd enkel geheven op aandelen die ingeschreven waren op een effectenrekening;
  • een persoon die beschikte over financiële instrumenten met een gemiddelde waarde van 500.000 euro of meer, kon aan de taks ontsnappen wanneer de effectenrekening op naam van verschillende titularissen stond.

Taks niet terugbetaald

Het Hof vernietigt de ‘wet van 7 februari 2018’ voor de toekomst. Maar de gevolgen van de wet blijven wel gehandhaafd voor de taks die verschuldigd is voor de referentieperiodes die eindigen vóór of op 30 september 2019.

De Staat moet dus de taks die voor deze periodes betaald werd, niet terugbetalen.

Zie ook:
Wet van 7 februari 2018 houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen, BS 9 maart 2018; err. BS 14 maart 2018.
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  625