Grondwettelijk Hof vernietigt deel Potpourri II: gevolgen voor voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht

Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie

De raadkamer moet de mogelijkheid hebben om in het stadium van de regeling van de rechtspleging te beslissen om een inverdenkinggestelde die zich tot dan in voorlopige hechtenis in een strafinrichting bevond, onder elektronisch toezicht te plaatsen. Het Grondwettelijk Hof heeft artikel 132 1° van de Potpourri II-wet die dat verhinderde vernietigd.
Op basis van artikel 16 § 1 van de Wet op de Voorlopige Hechtenis beslist de onderzoeksrechter die een aanhoudingsbevel verleent of dat bevel moet worden uitgevoerd in een gevangenis of door een hechtenis onder elektronisch toezicht. Dit laatste vormt dus een modaliteit voor de uitvoering van de voorlopige hechtenis.
Volgens artikels 21 en 22 van dezelfde wet kan de raadkamer, telkens als ze uitspraak doet over de handhaving van de voorlopige hechtenis, de modaliteiten ervan wijzigen. Ze kan dus beslissen dat een inverdenkinggestelde die de voorlopige hechtenis in een strafinrichting uitvoert, onder elektronisch toezicht wordt geplaatst of omgekeerd. Wanneer de raadkamer daarentegen uitspraak doet in het stadium van de regeling van de rechtspleging kan ze, op basis van artikel 132, 1° van Potpourri II (artikel 26§3 van de Wet op de Voorlopige Hechtenis), niet beslissen dat een inverdenkinggestelde in voorlopige hechtenis in een strafinrichting voortaan in voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht wordt geplaatst.
En daarmee creëert de wetgever een situatie met onevenredige gevolgen voor de inverdenkinggestelde die voldoet aan de voorwaarden om een maatregel van elektronisch toezicht in het stadium van de regeling van de rechtspleging te genieten en ten aanzien van wie de raadkamer alleen kan beslissen om de hechtenis in een strafinrichting te handhaven.
Artikel 132,1° van de Potpourri II-wet wordt daarom vernietigd. Ten minste in zoverre het de raadkamer, uitspraak doende in het stadium van de rechtspleging, niet toelaat aan de inverdenkinggestelde die tijdens de voorlopige hechtenis in een strafinrichting verblijft, het voordeel van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht toe te kennen.
Zie ook
Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016. (art. 132,1° Potpourri II).
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  253