Grondwettelijk Hof vernietigt beperking op vrijstelling RV voor vastgoedvennootschappen

De cva ‘Leasinvest Real Estate’ heeft, samen met 8 andere partijen, bij het Grondwettelijk Hof een verzoek tot vernietiging ingediend van artikel 95 van de ‘wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen’.

Met ingang van 16 juli 2014 heeft de wetgever -naast het statuut van vastgoedbevak- een apart wettelijk statuut van ‘gereglementeerde vastgoedvennootschap’ (GVV) ingevoerd. Via de wet van 12 mei 2014 creëerde hij 2 soorten van gereglementeerde vastgoedvennootschap: de openbare GVV en de institutionele GVV. Bestaande openbare vastgoedbevaks konden overstappen naar het GVV-statuut.

Het bewuste artikel 95 van de wet van 12 mei 2014 heeft vanaf 16 juli 2014 de Koning de bevoegdheid ontzegd om af te zien van de inning van de roerende voorheffing (RV) op inkomsten van aandelen van een GVV, behalve wanneer het om aandelen gaat van een institutionele GVV (waarvan de aandelen enkel verworven kunnen worden door in aanmerking komende beleggers, met inbegrip van openbare GVV’s). Bovendien was het afzien van de inning van de roerende voorheffing enkel mogelijk:

  • als de dividenden onder het toepassingsgebied van de moeder-dochterrichtlijn vielen, of
  • wanneer ze ontvangen werden door een publieke GVV en betrekking hadden op een deelneming van ten minste 10% in het kapitaal van de uitkerende institutionele GVV, die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar werd aangehouden.
(art. 266, tweede lid, 4°, WIB 1992; ingevoerd bij art. 95, wet van 12 mei 2014, en art. 33, KB van 13 juli 2014)

Tegen deze beperking om af te zien van de inning van de RV op inkomsten van aandelen van een GVV, dienden de cva ‘Leasinvest Real Estate’ e.a. bij het Grondwettelijk Hof een verzoek tot vernietiging in, waarin ze stellen dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. In essentie voeren de verzoekende partijen aan dat de wetgever de Koning verhindert in 2 vrijstellingen te voorzien “die thans nog wel voor vastgoedbevaks gelden”:

  • allereerst, bij de uitkering van dividenden tussen twee openbare GVV’s (omwille van de uitsluiting van de verzaking aan de inning van de RV waarin art. 106, § 6 van het KB/WIB 1992 voorziet voor uitkering van dividenden tussen een binnenlandse moedervennootschap en een binnenlandse dochtervennootschap), en
  • vervolgens, bij de uitkering van dividenden aan “niet-ingezeten” pensioenfondsen (omwille van de uitsluiting van de verzaking aan de inning van de RV waarin art. 106, §§ 2 en 7 van het KB/WIB 1992 voorziet voor uitkeringen aan spaarders niet-inwoners).

Volgens het Grondwettelijk Hof is het gelijkheidsbeginsel geschonden, aangezien de bestreden bepaling “zonder redelijke verantwoording is in het licht van de beoogde fiscale neutraliteit” tussen de GVV’s en de vastgoedbevaks. Zij verbiedt de Koning immers afstand te doen van de inning van de RV op uit te keren dividenden en verhindert aldus het fiscale stelsel van artikel 106, §§ 2, 6 en 7 van het KB/WIB 1992 integraal op de dividenden uit aandelen van alle GVV’s die aan de voorwaarden voldoen, toe te passen. Het Grondwettelijk Hof vernietigt dan ook de beperking.

Om de fiscale neutraliteit tussen de GVV’s en de vastgoedbevak’s te verzekeren, heeft de ‘wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen’ (art. 53) deze regeling met ingang van 7 januari 2016 geschrapt. Het vernietigingsarrest van 16 april 2016 is dus enkel belangrijk voor de periode van 16 juli 2014 tot en met 6 januari 2016.

Bron:Grondwettelijk Hof. Arrest nr. 63/2016 van 11 mei 2016.
Zie ook:– Wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen, BS 28 december 2015 (art. 53) – KB van 13 juli 2014 met betrekking tot gereglementeerde vastgoedvennootschappen, BS 16 juli 2014 (art. 33) – Wet van 12 mei 2014 op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, BS 30 juni 2014; err. BS 26 mei 2015 (art. 95) – Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (art. 266, tweede lid, punt 4°, ondertussen al opgeheven door art. 53, wet van 18 december 2015).

Christine Van Geel

Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen

Afkondigingsdatum : 12/05/2014
Publicatiedatum : 30/06/2014

Gepubliceerd op 02-06-2016

  229