Grondwettelijk Hof vernietigt beperking biobrandstoffen tweede generatie in diesel

De bevoordeling van biobrandstoffen van de eerste generatie in brandstof voor dieselmotoren ten nadele van die van de tweede generatie mag niet. Dat heeft het Grondwettelijk Hof beslist na een klacht van het Finse ‘Neste Oil Oyj’.

Verhouding biobrandstoffen eerste en tweede generatie

Brandstof voor dieselmotoren moet - volgens de Belgische wetgever - een nominaal volume FAME van minstens 6 procent bevatten. FAME (vetzuurmethylesters) is een biobrandstof van de eerste generatie.

Dat nominale volume van 6 procent FAME is een referentievolume. Wat betekent dat het gedeeltelijk kan vervangen worden. Volgens onze wetgeving kan een deel van FAME vervangen worden door onder meer nominale volumes van biobrandstoffen van categorie B of van categorie C die gelijkwaardig zijn aan 1,5 procent FAME. Het gaat hier om de vervanging door biobrandstoffen van de tweede generatie, waaronder waterstofbehandelde plantaardige olie. Het product dat de Finse vennootschap produceert.

De Belgische regel komt er dus op neer dat het nominale volume waterstofbehandelde olie in een volume diesel niet hoger mag zijn dan anderhalf procent van het nominale volume FAME in het volume diesel. Wat betekent dat het nominale volume FAME bijna 67 maal groter moet zijn dan het volume waterstofbehandelde olie in datzelfde volume diesel.

Vernietigingsverzoek

Volgens de Finse verzoeker waarborgt die regel de FAME-producenten een veel groter aandeel in de markt van de duurzame biobrandstoffen. Wat inhoudt dat hijzelf in ons land geen afzetmarkt vindt voor zijn waterstofbehandelde plantaardige olie. Nest Oil Oyj vindt dan ook dat die regeling leidt tot een verschil in behandeling tussen de producenten van FAME en de producenten van waterstofbehandelde olie. Een verschil dat niet redelijk te verantwoorden is.

Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof volgt de redenering van de Finnen. In de Europese richtlijnen over biobrandstoffen (onder meer Richtlijn 2009/28 en richtlijn 2009/30) vindt het Hof nergens regels die aanzetten tot het instellen van een verschil in behandeling tussen FAME en waterstofbehandelde plantaardige olie, of ruimer tussen biobrandstoffen van de eerste generatie en die van de tweede generatie. Bovendien zegt een andere Europese richtlijn expliciet dat de lidstaten het in de handel brengen van brandstoffen die aan de milieutechnische regels voldoen niet mogen verbieden, beperken of beletten.

Het Hof besluit dan ook om de betrokken regeling te vernietigen wegens schending van het gelijkheidsbeginsel. Het gaat meer specifiek om de paragrafen 2, 3 en 6 (enkel voor diesel) van artikel 7 van de Wet van 17 juli 2013 over de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten.

Bron:GwH 7 mei 2015, nr. 52/2015Bron:Wet van 17 juli 2013 houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten, BS 26 juli 2013, art. 7

Ilse Vogelaere

Wet houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten

Afkondigingsdatum : 17/07/2013
Publicatiedatum : 26/07/2013

Gepubliceerd op 12-05-2015

  76