Grondwettelijk Hof gaat voor elektronische procesvoering

Binnenkort wordt het mogelijk om bij een procedure voor het Grondwettelijk Hof de stukken elektronisch door te sturen. Een nieuwe wet zorgt voor de wettelijke basis, de concrete uitvoering ervan moet nog geregeld worden bij KB. Ook nog een pak andere wijzigingen trouwens: terechtzittingen na de schriftelijke procedure kunnen achterwege blijven, uitspraken gebeuren niet meer op een openbare terechtzitting en arresten kunnen op eenvoudig verzoek anoniem gemaakt worden. Een ander belangrijk punt is dat op termijn minstens één derde van de rechters van verschillend geslacht zal moeten zijn.

Ilse Vogelaere

ELEKTRONISCHE PROCESVOERING
Het Grondwettelijk Hof creëert een elektronisch platform zodat proceduredocumenten op een veilige manier elektronisch kunnen doorgestuurd worden.

Het elektronisch platform moet kunnen gebruikt worden voor:

  • het indienen van verzoekschriften;
  • het verzenden van stukken van rechtspleging; en
  • het verzenden van kennisgevingen, mededelingen en oproepingen.

Een KB zal de werking van het platform nog vastleggen (toegang, gebruik, beheer, beveiliging). Het kan het gebruik van het platform verplicht maken voor bepaalde categorieën van partijen.


Gw comp.JPGDe via het platform meegedeelde gegevens hebben – tot bewijs van het tegendeel – dezelfde bewijswaarde als de gegevens die op papier worden meegedeeld.


De elektronisch meegedeelde gegevens hebben uitwerking. De afgifte aan de geadresseerde wordt geacht gebeurd te zijn op het tijdstip waarop de gegevens via het platform kunnen worden geraadpleegd. Ook dit alles behoudens tegenbewijs.


Als het platform door technische problemen niet zou functioneren, kan alsnog een papieren mededeling gebeuren hetzij via aangetekende brief met ontvangstbewijs, hetzij door neerlegging op de griffie. Deze mededeling op papier kan gebeuren tot uiterlijk de dag na het verstrijken van de termijn die is voorgeschreven voor de verzendingen op papier.


Voor verzendingen door het Hof is het gebruik van het platform verplicht. Tenzij voor verzendingen van stukken, kennisgevingen of oproepingen aan partijen die niet via het platform zijn geregistreerd. Voor verzendingen aan het Hof is het gebruik van het platform enkel verplicht voor partijen die via het platform zijn geregistreerd.


Wanneer verzoekschriften of memories via het platform worden verzonden, zijn ondertekening en dagtekening niet meer nodig.


Bij de termijn waarover partijen beschikken komt er een onderscheid tussen de verzending bij een aangetekende brief en de verzending via het elektronisch platform.
Bij verzending met een aangetekende brief gaat de termijn in op de dag na ontvangst van de brief of van de kennisgeving dat de brief kan worden afgehaald. In geval van weigering van de brief door de geadresseerde gaat de termijn in op de dag na de weigering.
Bij communicatie via het platform gaat de termijn in op de dag dat de stukken, kennisgevingen en oproepingen via het platform kunnen worden geraadpleegd.
Deze data hebben bewijskracht, zowel voor de verzending als voor de ontvangst of de weigering.



VERSCHILLENDE GESLACHT

Op dit moment stelt de wet dat het Grondwettelijk Hof moet samengesteld zijn uit rechters van verschillend geslacht. Een rechter van een ander geslacht volstaat dus om aan die regel te voldoen. Maar daar komt verandering in. Voortaan moeten er – zowel bij de categorie van de zes magistraten-juristen als bij de categorie van de zes magistraten-gewezen politici – rechters van verschillend geslacht zijn. Deze verplichting geldt onmiddellijk.


Bovendien moet het Hof – in zijn totaliteit – minstens één derde rechters van elk geslacht tellen. Wat betekent dat minstens vier van de twaalf rechters tot een ander geslacht moeten behoren. Deze verplichting treedt in werking op de dag waarop het Hof ten minste een derde rechters van elk geslacht telt. Tot het zover is, benoemt de Koning een rechter van het minst vertegenwoordigde geslacht wanneer de twee vorige benoemingen het aantal rechters van dat geslacht niet hebben verhoogd. Een voorbeeld: als de twee laatste benoemingen een man en een vrouw betreffen, dan kan bij de volgende benoeming gekozen worden uit een man of een vrouw. Als de twee laatste benoemingen telkens een man betreffen, dan zal bij een nieuwe, derde benoeming uitsluitend een vrouw in aanmerking komen.



SAMENLOOP GRONDRECHTEN

De gewone of administratieve rechter moet – als een partij enkel een schending opwerpt van een grondrecht dat gewaarborgd is door het Europees of internationaal recht – voortaan ambtshalve nagaan of er in de Grondwet een geheel of gedeeltelijk analoge bepaling staat. Is dat het geval dat moet het rechtscollege eerst aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag stellen. Partijen voor de gewone of administratieve rechter hebben dus geen forumkeuze.


De verplichting om in een dergelijk geval de prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen, belet niet dat het rechtscollege – tegelijk of op een later moment – ook een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie stelt. Dat is evenwel geen verplichting.



ANONIEM

Elke partij en elke belanghebbende derde kan vragen om de gegevens die zouden toelaten om hen rechtstreeks te identificeren weg te laten in elke publicatie van het arrest.


Dat verzoek kan – zonder enig formalisme – gedaan worden. In elke stand van de rechtspleging en zelfs na de uitspraak van het arrest. De voorzitter kan trouwens ook ambtshalve beslissen om die gegevens weg te laten. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de zaak voor de verwijzende rechter betrekking heeft op minderjarigen.



VOORLOPIGE MAATREGELEN

De beslissing om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen, schort de procedure op. Het rechtscollege kan wel de nodige voorlopige maatregelen nemen om op die manier onder meer de bescherming te verzekeren van de rechten die door het Europees Unierecht zijn toegekend. De rechter kan die voorlopige maatregelen zelfs ambtshalve nemen.



LIJST MET RECHTERS

De voorzitters maken – voor hun dienst – een lijst op van rechters van hun taalgroep. Tot nu moest er op die lijst gealterneerd worden volgens herkomst (jurist /gewezen parlementslid). Dat is niet meer nodig.



VORDERING TOT SCHORSING

Als een vernietigingsberoep of een prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet ontvankelijk is of niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort moeten de verslaggevers hierover voortaan binnen maximum 15 dagen verslag uitbrengen bij de voorzitter. Enkel als de bestreden regel ook het onderwerp is van een vordering tot schorsing. Die termijn van 15 dagen is 5 dagen langer dan nu het geval is. Een termijn van 10 kalenderdagen deed vaak ernstige organisatieproblemen rijzen bij het Hof. Vandaar de verlenging.


Als er niet tegelijk een vordering tot schorsing is ingediend, blijft de termijn op maximum 30 dagen.


Eenzelfde verlenging van 10 naar 15 dagen geldt trouwens ook wanneer de verslaggevers vinden dat het vernietigingsberoep klaarblijkelijk niet gegrond is, de prejudiciële vraag klaarblijkelijk negatief moet worden beantwoord, of de zaak, wegens haar aard of haar eenvoud, kan worden afgedaan met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging. Uiteraard enkel als er ook een vordering tot schorsing is ingesteld tegen de bestreden regel.



GEEN EXTRA AFSCHRIFTEN MEER

Bij de verzoekschriften of memories moeten niet langer 10 voor eensluidende verklaarde afschriften bezorgd worden.



GEEN TERECHTZITTING

Het Grondwettelijk Hof kan beslissen om geen terechtzitting te houden. In de meeste gevallen beperken de partijen op de terechtzitting zich tot een loutere verwijzing naar de schriftelijk ingediende stukken. Een terechtzetting is in zo’n geval tijdverlies en brengt nodeloze kosten met zich mee.


Ziet het Hof af van de terechtzitting, dan kan elke partij toch een verzoek indienen om te worden gehoord. Dat verzoek moet ingediend worden binnen zeven dagen nadat de beschikking van het Hof ter kennis is gebracht.



UITSPRAAK

Een arrest wordt niet meer automatisch in openbare terechtzitting uitgesproken. Dat gebeurt alleen nog als de voorzitter dat beslist. In alle andere gevallen geldt de bekendmaking van het arrest op de website van het Hof als uitspraak. Die bekendmaking vervangt dus de uitspraak van het arrest in openbare terechtzitting.


Het arrest vermeldt niet langer de woonplaats, de verblijfplaats of de zetel van de partijen. En aangezien er niet altijd een terechtzitting zal plaatsvinden na afloop van de schriftelijke procedure wordt ook niet langer melding gemaakt van de oproeping van de partijen en hun aanwezigheid op de terechtzitting.



GEEN OFFICIELE VERZAMELING MEER

Het Hof maakt zijn arresten niet meer bekend in een officiële verzameling.



INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op 25 april 2014. Een KB zal de inwerkingtreding vastleggen van de nieuwe bepalingen die betrekking hebben op de elektronische procesvoering.



Bijzondere wet van 4 april 2014 tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, BS 15 april 2014.


Gepubliceerd op 02-06-2014

  190