Gerechtskosten in strafzaken: nieuwe structuur en basisregels vanaf 1 januari 2020

Koninklijk besluit tot vaststelling van de organisatie van de arrondissementele bureaus gerechtskosten en de procedure volgens dewelke gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten worden toegekend, geverifieerd, betaald en teruggevorderd

Op 1 januari 2020 treedt de ‘Kaderwet Gerechtskosten in Strafzaken’ van 23 maart 2019 in werking. Deze wet zet met de oprichting van een Centraal Bureau Gerechtskosten en de komst van de arrondissementele bureaus gerechtskosten een volledig nieuwe structuur in de steigers. En ook de procedures voor de toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten veranderen. Details over de nieuwigheden in het zogenaamde ‘Gerechtskostenbesluit’ dat net voor het jaareinde in het Belgisch Staatsblad is verschenen.

Nieuwe structuur met Centraal Bureau Gerechtskosten en arrondissementele bureau

De vroegere situatie – waarbij de gerechtskosten in eerste lijn worden behandeld door de griffies en de parketsecretariaten – bevat onvoldoende garanties voor uniformiteit en niet-discriminatie binnen de werking (achterstand, gebrek aan personeel, interpretatieverschillen bij toepassing van de regels, enz.). Bovendien is de organisatie van de bevoegde diensten, als eenheden waar de verschillende taken allemaal door één en dezelfde persoon kunnen worden uitgevoerd, niet in overeenstemming met de wetgeving op de Rijkscomptabiliteit. Die vereist immers een duidelijke scheiding tussen de behoefte, de levering en de controle- en betaalfunctie.

De wetgever heeft daarom een nieuwe, tweeledige structuur ingevoerd die niet meer afhangt van een griffie of parketsecretariaat.

Met een centrale entiteit op het niveau van de FOD Justitie: het Centraal Bureau Gerechtskosten. Deze dienst staat in voor de uitwerking, opvolging en evaluatie van de relevante regelgeving en de begeleiding van de arrondissementele niveaus. Het Centrale Bureau zorgt ook (als enige) voor de betaling van de kostenstaten van de telecomoperatoren.

En op het niveau van de hoofdzetel van de rechtbank van eerste aanleg: een arrondissementeel bureau gerechtskosten dat instaat voor de behandeling en betaling van alle andere kostenstaten (dus met uitsluiting van de telecomoperatoren). Het bestaat uit:
  • een taxatiebureau onder leiding van een lid van de griffie dat de kostenstaten ontvangt, taxeert en doorstuurt aan het vereffeningsbureau;
  • een vereffeningsbureau dat deel uitmaakt van de Stafdienst Begroting en Beheerscontrole van de FOD Justitie dat de kostenstaten verifieert en betaalt.

Herinner dat de Directeur-generaal Rechterlijke Organisatie van de FOD Justitie fungeert als beroepsinstantie wanneer een prestatieverlener2 niet akkoord is met een beslissing van het taxatiebureau m.b.t. zijn kostenstaat.

Procedures voor toekenning, verificatie en betaling van gerechtskosten

De wet voorziet in 4 verschillende varianten van de procedure voor het vorderen van de tussenkomst van een prestatieverlener en de behandeling van kostenstaten. Standaard is de digitale procedure. Maar de papieren procedure is er ook nog. Daarnaast zijn er aangepaste werkwijzen voor bepaalde doelgroepen zoals de telecomoperatoren.

Het Gerechtskostenbesluit geeft meer details over de verschillende procedures. We stippen de belangrijkste algemene stappen aan:
1. de opdrachtgever (een magistraat of een lid van de politie- of inspectiediensten) vordert aan de hand van een standaardformulier een prestatieverlener per e-mail om in het kader van een strafonderzoek een bepaalde taak te verrichten
2. na goedkeuring van het geleverde werk door de opdrachtgever, bezorgt de prestatieverlener zijn kostenstaat digitaal (incl. verslag) aan het taxatiebureau in het arrondissement van de bevoegde rechtbank
3. het taxatiebureau controleert de kostenstaat en past waar nodig aan (mogelijkheid voor de prestatieverlener om een tegenvoorstel te doen of in beroep te gaan)
4. de door het taxatiebureau goedgekeurde kostenstaat gaat naar het vereffeningsbureau dat verifieert. Is de kostenstaat in orde, dan wordt de factuur betaald. Is dat niet het geval, dan wordt hij voor verbetering teruggestuurd naar het taxatiebureau

Verdere uitwerking nodig

Heel wat elementen van het Gerechtskostenbesluit moeten nog verder worden uitgewerkt. Denk bijvoorbeeld aan het standaardformulier voor de prestatievordering. Dat moet nog door de minister van Justitie worden opgesteld.

Maar vergeet ook niet dat in een latere fase de tarieven van de gerechtskosten zullen worden herzien. Daarbij zullen sommige tariefbepalingen uit het KB van 1950 en de tariefschaal in bijlage ervan worden vervangen door afzonderlijke tariefbesluiten voor bepaalde beroepsgroepen.

In werking: 1 januari 2020

Bron: Koninklijk besluit van 15 december 2019 tot vaststelling van de organisatie van de arrondissementele bureaus gerechtskosten en de procedure volgens dewelke gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten worden toegekend, geverifieerd, betaald en teruggevorderd, BS 27 december 2019 (‘Gerechtskostenbesluit’).
Zie ook
Wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering, BS 19 april 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  1140