Gerechtskosten in strafzaken: nieuwe basisregels vanaf 2020

Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering

Ten laatste op 1 januari 2020 treedt de nieuwe ‘Kaderwet Gerechtskosten in Strafzaken’ in werking. Een moderne basis voor de organisatie van de diensten die bevoegd zijn voor het beheer van de gerechtskosten. Met de nadruk op meer efficiëntie, een betere structuur én extra aandacht voor fraudepreventie.

Onvoldoende garanties

De bestaande situatie – waarbij de gerechtskosten in eerste lijn worden behandeld door de griffies en de parketsecretariaten – bevat onvoldoende garanties voor uniformiteit en niet-discriminatie binnen de werking (achterstand, gebrek aan personeel, interpretatieverschillen bij toepassing van de regels, enz.). Bovendien is de organisatie van de bevoegde diensten, als eenheden waar de verschillende taken allemaal door één en dezelfde persoon kunnen worden uitgevoerd, niet in overeenstemming met de wetgeving op de Rijkscomptabiliteit. Die vereiste immers een duidelijke scheiding tussen de behoefte, de levering en de controle- en betaalfunctie. Iets wat in de Kaderwet wordt nagestreefd.

Nieuwe structuur

De bestaande organisatie zal verder worden geprofessionaliseerd door de oprichting van een tweeledige structuur die niet langer afhangt van een griffie of parketsecretariaat, maar waar alle personeelsleden van deze bestaande diensten van één gerechtelijk arrondissement bijeen worden gebracht samen met specifiek voor deze taak geselecteerde en bij de centrale dienst Gerechtskosten van de FOD Justitie opgeleide specialisten in overheidsboekhouding. Deze nieuwe entiteit zal onder toezicht staan en instructies ontvangen van de centrale dienst Gerechtskosten.

Aanpassing behandeling kostenstaten

Dit alles zal uiteraard een impact hebben op de behandeling van de kostenstaten van de prestatieverleners. In de toekomst zal de kostenstaat kunnen geregistreerd worden nadat de opdracht van de magistraat, politie of bevoegde inspectiediensten werd uitgevoerd en de kwaliteit gevalideerd werd door de vorderende overheid. Dan kan de kostenstaat door het nieuw ingerichte arrondissementele Bureau Gerechtskosten worden behandeld. Deze nieuwe dienst zal worden opgericht bij de griffie van de hoofdzetel van de rechtbank van eerste aanleg en zal bestaan uit een taxatiebureau en een vereffeningsbureau.

Met de hervorming zal het onderscheid tussen de ‘dringende’ kosten die worden uitbetaald door de griffies en parketsecretariaten en de ‘niet-dringende’ kosten die met vertraging worden uitbetaald door de centrale dienst gerechtskoten verdwijnen. Deze manier van werken gaf aanleiding tot misverstanden, zowel bij de betalers als de ontvangers. Bovendien is het cruciaal dat iedere betaling binnen een redelijke termijn plaatsvindt.

Omvangrijk KB

En hier stopt de Kaderwet. De tekst geeft dus alleen een kader voor de organisatie van de diensten bevoegd voor het beheer van de gerechtskosten. De precieze bevoegdheden van deze diensten, de manier waarop ze worden ingericht, de uittekening van de procedure van toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten zal in een KB worden uitgewerkt. Dat besluit zal de bestaande regels uit het KB van 28 december 1950 vervangen.

1 januari 2020

De wet van 23 maart 2019 treedt in werking op 1 januari 2020. Al kan die datum via KB vervroegd worden.

Bron: Wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering, BS 19 april 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  154