Gepensioneerde magistraten kunnen aan de slag bij steundiensten (art. 66 en 67 Wet Burgerlijk Procesrecht)

Gepensioneerde magistraten kunnen – onbezoldigd – aan de slag bij de gemeenschappelijke steundienst van het college van de hoven en de rechtbanken. Ook bij de gemeenschappelijke steundienst van het college van procureurs-generaal en het college van het openbaar ministerie kunnen ze een onbezoldigde opdracht uitoefenen.

De gewezen magistraten kunnen op die manier hun deskundigheid ter beschikking stellen van de steundiensten. Vooral in hun opstartfase kan dit bijzonder nuttig zijn.

De aanwijzing in de vrijwillige opdracht gebeurt door de Koning, op voorstel van de voorzitter van het college. Wanneer de magistraat nog werkt als plaatsvervangend magistraat, wordt wel eerst de toestemming gevraagd van zijn korpschef.

Zowel de magistraat die op de wettelijke leeftijd met pensioen is gegaan als de magistraat die - op eigen vraag - vroeger met pensioen is gegaan en de eretitel van zijn ambt mag dragen, kan een dergelijke opdracht vervullen.

Nog dit. De gemeenschappelijke steundiensten helpen de colleges met hun bevoegdheden. Ze geven ook ondersteuning aan de directiecomités van de hoven, rechtbanken en parketten. En ze organiseren interne audits van de colleges en de gerechtelijke entiteiten.

De artikelen 66 en 67 van de wet van 19 oktober 2015 treden in werking op 1 november 2015.

Bron:Wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015 (art. 66 en 67 Wet Burgerlijk Procesrecht)
Zie ook:Gerechtelijk Wetboek (art. 183 en 185)

Ilse Vogelaere

Wet houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Afkondigingsdatum : 19/10/2015
Publicatiedatum : 22/10/2015

Gepubliceerd op 28-10-2015

  91