Gemeenschappelijke gegevensbanken in strijd tegen terrorisme

Er komen gemeenschappelijke gegevensbanken in de strijd tegen terrorisme en extremisme die kan leiden tot terrorisme.

Gemeenschappelijke databanken

Een gemeenschappelijke gegevensbank kan er komen vanaf het ogenblik dat twee of meer diensten samen moeten werken in een bepaald deelgebied van de strijd tegen terreur en tegen extremisme die tot terreur kan leiden.

Met een gemeenschappelijke databank zijn de betrokken diensten niet meer beperkt tot de persoonsgegevens en de informatie in hun eigen informatiesystemen. Door gegevens en informatie van meerdere informatiesystemen samen te voegen in een gemeenschappelijke databank krijgen ze een duidelijker zicht op de zaak en kunnen signalen vroeger ontdekt worden.

Twee doeleinden

Een gemeenschappelijke databank kan voor twee doelen opgericht worden.

Dat kan omwille van een strategische, tactische of operationele noodzaak om gegevens samen te verwerken. Een strategische noodzaak houdt in dat er op basis van de gegevens in de gemeenschappelijke databank beslist wordt over het te voeren beleid in de strijd tegen terrorisme of extremisme die kan leiden tot terrorisme. Een tactische noodzaak betekent dan weer dat op basis van de gegevens in de gemeenschappelijke databank beoordeeld wordt op welke manier de verschillende diensten acties zullen uitvoeren. En een operationele noodzaak houdt in dat er op basis van de gegevens in de gemeenschappelijke databank beslist wordt welke acties gezamenlijk of door elke dienst afzonderlijk ondernomen moeten worden.

Een gemeenschappelijke databank kan er ook komen om de besluitvorming van de administratieve overheden en van de gerechtelijke of bestuurlijke politie te vergemakkelijken.

Advies

De bevoegde ministers (Justitie en Binnenlandse Zaken) melden de geplande oprichting van een gemeenschappelijke databank aan het Vast Comité I en aan het Controleorgaan op de politionele informatie. Ze delen meteen ook de verwerkingsregels mee en de verschillende categorieën en types van persoonsgegevens en informatie die verwerkt zullen worden. Het comité en het controleorgaan geven hun advies.

Verwerkte persoonsgegevens

De in de gemeenschappelijke gegevensbanken verwerkte gegevens moeten toereikend en ter zake dienend zijn en mogen niet overmatig zijn. Dit alles in het licht van de opdrachten van de betrokken diensten en de doeleinden waarvoor de gemeenschappelijke databank wordt opgericht.

Voor elke gegevensbank worden - bij KB - de types van verwerkte persoonsgegevens vastgelegd. En de regels rond de verantwoordelijkheden voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en rond de veiligheid van de verwerkingen. Ook het gebruik, de bewaring en de uitwissing van de gegevens wordt in een KB geregeld.

De bewaarde persoonsgegevens worden uitgewist vanaf het moment dat de doeleinden waarvoor de gegevensbank is opgericht verdwijnen. En ten laatste 30 jaar na de laatste verwerking. Na de laatste verwerking wordt er minstens om de drie jaar nagegaan of de persoonsgegevens nog steeds een rechtstreeks verband hebben met de doeleinden. Blijkt dat niet meer het geval, dan worden de gegevens uitgewist.

Alle in de gemeenschappelijke gegevensbanken uitgevoerde verwerkingen worden opgelijst. Die oplijsting wordt gedurende 30 jaar vanaf de uitgevoerde verwerking bewaard. Op die manier is het bv. mogelijk om voor verdere inlichtingen rechtstreeks contact op te nemen met de dienst die de gemeenschappelijke gegevensbank gevoed of geraadpleegd heeft.

De uitgewiste persoonsgegevens en informatie kunnen nog gearchiveerd worden. Tot maximum dertig jaar. Archivering is echter niet verplicht. Raadpleging van het archief kan in een beperkt aantal gevallen:

  • voor ondersteuning bij het bepalen en uitwerken van het politie- en veiligheidsbeleid inzake terrorisme en extremisme dat tot terrorisme kan leiden;
  • voor de antecedentenverwerking bij een onderzoek van een terrorismemisdaad; of
  • wanneer een beslissing van een overheid wordt aangevochten.

Toegankelijkheid gegevens

Sommige diensten hebben rechtstreeks toegang tot alle of een deel van de in de gemeenschappelijke gegevensbanken verwerkte persoonsgegevens en informatie. Het gaat om het OCAD, de geïntegreerde politie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Ook andere diensten hebben behoefte aan een welbepaalde soort toegang en krijgen die ook. Het gaat om de Vaste Commissie voor de lokale politie, het crisiscentrum van de regering, de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken, het directoraat- generaal Penitentiaire Inrichtingen, de penitentiaire inrichtingen zelf, het Directoraat-generaal Consulaire Zaken van de FOD Buitenlandse zaken, het openbaar ministerie, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de Dienst Vreemdelingenzaken en de onderzoeks- en opsporingsdiensten van de Algemene Administratie der douane en accijnzen. Welk type toegang die diensten precies krijgen wordt bij KB bepaald. Het kan bv. gaan om een rechtstreekse toegang of om een rechtstreekse of onrechtstreekse bevraging. Of om een mededeling (bv. bij een louter strategische behoefte).

Een KB kan ook nog bijkomende diensten aanduiden die toegang kunnen krijgen tot de gemeenschappelijke gegevensbank. Het gaat om diensten met een rol in de toepassing van de strafwet of de openbare veiligheid. Het type toegang kan een rechtstreekse of onrechtstreekse bevraging zijn, maar ook een rechtstreekse toegang is mogelijk. Welke soort toegang precies zal gelden wordt bij KB bepaald. Een eenvoudige mededeling van gegevens kan gebeuren aan diensten die de ministers aanduiden.

Diensten die rechtstreeks toegang krijgen zijn verplicht om de gegevensbank rechtstreeks te voeden met de data uit hun gegevensbanken. In bepaalde gevallen wordt de verplichte voeding wel uitgesteld

Alle informatie en alle persoonsgegevens die in de gemeenschappelijke gegevensbank komen, worden ook meegedeeld aan de korpschef van elke betrokken politiezone. Hij informeert de bevoegde bestuurlijke politieoverheden.

Controle op verwerking

Het Controleorgaan op de politionele informatie en het Vast Comité I verzekeren samen de controle op de verwerking van de in de gemeenschappelijke gegevensbank vervatte informatie en persoonsgegevens.

Beheerder en operationeel verantwoordelijke

Voor elke gemeenschappelijke gegevensbank wordt een beheerder en een operationeel verantwoordelijke aangeduid. De beheerder staat in voor het technisch en functioneel beheer van de gegevensbank, de operationeel verantwoordelijke voor het operationeel beheer. Daarnaast wordt er ook nog een consulent voor de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangeduid.

Mededeling aan derden

In strikt omschreven gevallen kunnen de persoonsgegevens en de informatie van de gemeenschappelijke gegevensbank meegedeeld worden aan derden (overheden of individuele personen). Alleen maar om de voorkoming of bestrijding van terrorisme of extremisme dat tot terrorisme kan leiden te versterken. En pas na evaluatie door onder meer de beheerder, de operationeel verantwoordelijke, het OCAD, de geïntegreerde politie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Gegevens kunnen ook meegedeeld worden aan buitenlandse politiediensten, internationale organisaties voor justitiële en politionele samenwerking, internationale rechtshandhavingsdiensten, buitenlandse inlichtingendiensten en de buitenlandse tegenhangers van het OCAD.

Inwerkingtreding

De art. 7 tot 13 van de wet van 27 april 2016 treden in werking op 19 mei 2016.

Bron:Wet van 27 april 2016 inzake aanvullende maatregelen ter bestrijding van terrorisme (art. 7–13), BS 9 mei 2016
Zie ook:Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt (art. 44/2 e.v.)

Ilse Vogelaere

Wet inzake aanvullende maatregelen ter bestrijding van terrorisme

Afkondigingsdatum : 27/04/2016
Publicatiedatum : 09/05/2016

Gepubliceerd op 11-05-2016

  133