Gelijkgestelde perioden voor berekening werknemerspensioen afgestemd op regels tijdskrediet

De definitie van bepaalde begrippen in de pensioenreglementering voor werknemers wordt afgestemd op de wijzigingen die op 1 januari 2015 werden doorgevoerd in de regels voor het tijdskrediet. Het gaat om technische aanpassingen. De principes voor de gelijkstelling blijven ongewijzigd, zo bevestigt de wijzigingswet van 20 december 2016.

Een wijzigings-KB met dezelfde datum past een gelijkaardige redenering toe op het algemeen reglement op het werknemerspensioen. Bedoeling is om de pensioenreglementering aan te passen aan de wijzigingen op het vlak van het tijdskrediet bij eindeloopbaan.

Gelijkgestelde perioden

Het KB van 24 september 2012 op de gelijkgestelde perioden voor de berekening van het werknemerspensioen verwijst naar het KB op het tijdskrediet van 12 december 2001. Maar die tekst werd op 1 januari 2015 grondig gewijzigd. Dus wordt het KB op de gelijkgestelde perioden hiermee in overeenstemming gebracht, in het bijzonder voor de perioden van gemotiveerd tijdskrediet.

Het KB van 24 september 2012 werd bekrachtigd bij wet met ingang van 1 januari 2012, met uitzondering van artikel 1, 1°, b), dat werd bekrachtigd met ingang van 1 november 2012.

De wetgever voorziet nu in een aanpassing van de definitie van de perioden van gemotiveerd tijdskrediet. Die aanpassing zorgt ervoor dat de definitie betrekking heeft op de bepaling in het KB van 12 december 2001, zoals van toepassing vóór de wijziging en na de wijziging ervan. Want dat besluit is de reglementaire grondslag voor het toekennen van onderbrekingsuitkeringen ten laste van de RVA voor perioden van tijdskrediet.De ‘perioden van gemotiveerd tijdskrediet’ worden voortaan omschreven als de perioden met recht op onderbrekingsuitkeringen bedoeld in artikel 4, §§ 4 en 5 van het KB van 12 december 2001, ‘zoals van kracht voor 1 januari 2015, of de perioden met recht op onderbrekingsuitkeringen bedoeld in artikel 5 van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001’.

De toelichting bij de wijzigingswet bevestigt dat de omschrijving van de perioden van gemotiveerd tijdskrediet die men gebruikt bij de toepassing van de pensioenreglementering voor werknemers zowel betrekking heeft op de toepasselijke bepaling in het KB van 12 december 2001 zoals van toepassing voor de wijziging ervan door het KB van 30 december 2014, als op de bepaling na de wijziging ervan door dit besluit. Er is geen sprake van een wijziging van de definitie voor perioden van halftijds of 1/5-tijdskrediet voorbehouden aan de werknemers van 50 jaar of ouder. Want de bestaande definitie laat immers toe om deze perioden te vatten na de wijziging van de voorwaarden door het KB van 30 december 2014.

In het bijhorend commissieverslag stelt minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, dat zijn diensten er in een eerste fase van overtuigd waren dat er geen aanpassing van de pensioenregels nodig was. Pas later is het nut daarvan gebleken. Het is volgens de minister de bedoeling om ervoor te zorgen dat er geen betwisting mogelijk is. Hij bevestigt dat de nieuwe wet geen hervorming van de gelijkgestelde perioden instelt.

Algemeen reglement

Zoals aangegeven, wordt ook het algemeen reglement op het werknemerspensioen aangepast. Hier gaat het om de perioden van tijdskrediet op het einde van de loopbaan.

Meer specifiek gaat het om de aanpassing van:

  • artikel 34, §1, O van het KB van 21 december 1967, dat bepaalt dat onder bepaalde voorwaarden de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan gelijkgesteld worden met arbeidsperioden in de pensioenreglementering van de werknemers;
  • artikel 24bis, eerste lid, punt 9 van het KB van 21 december 1967, dat bepaalt dat het loon op basis waarvan de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan, indien ze gelijkgesteld kunnen worden, in aanmerking genomen worden voor de berekening van het pensioen.

De gelijkstelling gebeurt op basis van een beperkt fictief loon — dat wil zeggen het loon dat als basis dient voor het berekenen van het minimumjaarrecht — indien dit lager is dan het normaal fictief loon. Uitzonderlijk gebeurt de gelijkstelling op basis van het normaal fictief loon. Die basisprincipes worden uiteraard niet in vraag gesteld.

Ook hier zijn de aanpassingen ingegeven door de hervormingen in de regels voor het tijdskrediet, die werden doorgevoerd op 1 januari 2015. De artikels die nu worden gewijzigd, verwijzen immers naar specifieke bepalingen van het hierboven aangehaald KB van 12 december 2001, dat de reglementaire basis is voor de toekenning van de uitkeringen, en dat grondig gewijzigd is door het KB van 30 december 2014.

In het bijhorend verslag aan de Koning verwoordt men het als volgt: ‘Deze wijzigingen hebben betrekking op de toelatingsvoorwaarden (met name de leeftijd) tot deze perioden van tijdskrediet eindeloopbaan en uiten zich in een herschrijven van de artikelen waarnaar de pensioenreglementering van de werknemers verwijst’. Dus moeten de geciteerde artikelen van het KB van 21 december 1967 in overeenstemming gebracht worden met deze ‘nieuwe’ bepalingen, en dat is nu gebeurd.

Parallel met de wet van 20 december 2016 maakt het KB van 20 december 2016 een onderscheid tussen:

  • de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan die geregeld blijven door de bepalingen van het KB van 12 december 2001, zoals van kracht voor hun wijziging door het KB van 30 december 2014; en
  • de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan die onder de toepassing vallen van de nieuwe bepalingen van het KB van 12 december 2001, zoals in werking getreden op 1 januari 2015.

In werking

De wet van 20 december 2016 treedt retroactief in werking op 1 januari 2015. Ook het KB van 20 december 2016 treedt logischerwijs retroactief in werking op dezelfde datum. Dat is het moment waarop de hervorming van het tijdskrediet in werking getreden is.

Er is een overgangsmaatregel. De bestaande bepalingen van het KB van 24 september 2012 blijven van toepassing voor perioden van tijdskrediet die geregeld blijven door de bepalingen van het KB van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015 en dit overeenkomstig de overgangsregeling in artikel 7, derde lid van het KB van 30 december 2014.

Ook het KB van 20 december 2016 voorziet in een gelijkaardige overgangsbepaling.

Bron:— Wet van 20 december 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 september 2012 tot uitvoering van artikel 123 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, BS 17 januari 2017 Bron:— Koninklijk besluit van 20 december 2016 tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het einde van de loopbaan, BS 17 januari 2017

Steven Bellemans

Wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 september 2012 tot uitvoering van artikel 123 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen

Afkondigingsdatum : 20/12/2016
Publicatiedatum : 17/01/2017

Gepubliceerd op 19-01-2017

  179