Geen TCEP of bisfenol A in speelgoed voor peuters

Op aangeven van de Europese Unie verbiedt de federale regering de aanwezigheid van de weekmakers TCEP, TCPP, TDCP en bisfenol A in speelgoed of bijtringen voor peuters en zuigelingen. Maar het gebruik van nikkel als geleider wordt dan weer toegestaan in speelgoed voor jonge én oudere kinderen.Ook al gaat het hier om CMR-stoffen van categorie 2.

Geen CMR-stoffen...

Speelgoed mag alleen in de handel worden gebracht als het voldoet aan de algemene en bijzondere veiligheidsvereisten van de Europese Speelgoedrichtlijn en het daarop geënte Belgische Speelgoed-KB. En volgens die richtlijn en dat KB mogen CMR-stoffen van categorie 2 niet gebruikt worden in speelgoed of in onderdelen daarvan. CMR staat immers voor carcinogeen (kankerverwekkend), mutageen (veroorzaakt wijzigingen in de erfelijke eigenschappen) of reprotoxisch (schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht).

CMR-stoffen van categorie 2 zijn echter wél toegelaten:

  • als de stoffen niet toegankelijk zijn voor de kinderen;
  • als de Europese Commissie een bepaalde vorm van gebruik expliciet toestaat; of
  • als de stof aanwezig is in een concentratie die lager is dan de concentratie die aanleiding geeft tot de kwalificatie als CMR-stof.

Meer uitzonderingen voor nikkel

De Europese Commissie heeft al gebruik gemaakt van haar mogelijkheid om af te wijken van het verbod op CMR-stoffen van categorie 2. Zo is het gebruik van nikkel al toegelaten in speelgoed en speelgoedonderdelen van roestvrij staal.

In haar richtlijn 2014/84 breidt de Commissie die mogelijkheid uit. Voortaan is het metaal ook toegelaten in onderdelen van speelgoed die bestemd zijn voor de geleiding van elektriciteit. Bijvoorbeeld bij modeltreintjes of in contactpunten voor batterijen.

Ons land neemt de nieuwe afwijking over in het Speelgoed-KB. De nieuwe toepassing is toegelaten vanaf 1 juli 2015, zoals de Europese richtlijn voorschrijft.

Nikkel is momenteel de enige CMR-stof van categorie 2 waarvoor er algemene uitzonderingen bestaan op het gebruiksverbod.

Strenger voor TCEP en bisfenol A

Europa laat anderzijds ook toe om strenger te zijn dan de algemene voorschriften als het gaat om speelgoed dat bestemd is voor peuters van minder dan 36 maanden oud of zuigelingen. Tot nu had de Europese Commissie geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid, maar dat verandert met de richtlijnen 2014/79 en 2014/81.

Vooreerst is er TCEP of tris(2-chloorethyl)fosfaat. Deze stof is ingedeeld als kankerverwekkend, categorie 2, én giftig voor de voortplanting, categorie 1B. Uit onderzoek blijkt nu dat TCEP waarschijnlijk gevaarlijker is voor kleine kinderen dan tot nu werd gedacht. Ook als de concentratie ónder de toegelaten grenswaarde van 0,5% (sinds 20 juli 2013) of 0,3% (vanaf 1 juni 2015) blijft.

Daarom wordt er voor TCEP in speelgoed voor peuters en zuigelingen de laagst mogelijke grenswaarde opgelegd, namelijk 5 mg/kg. 5 mg/kg is namelijk de detectiegrens voor deze stof.

De verlaagde grenswaarde wordt ook van toepassing verklaard op de gehalogeneerde alternatieven voor TCEP, namelijk TDCP of tris[(2-chloor-1-chloormethyl)ethyl]fosfaat, en TCPP of tris(2-chloor-1-methylethyl)fosfaat. TDCP is momenteel ingedeeld als kankerverwekkend, categorie 2. TCPP is nog niet ingedeeld, maar het Europese Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s SCHER vermoedt dat de stof ook kankerverwekkend kan zijn.

Bisfenol A is ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 2, maar mag gebruikt worden in concentraties van minder dan 5% sinds 20 juli 2013, en minder dan 3% vanaf 1 juni 2015. Het kan echter zijn dat de blootstelling van zeer kleine kinderen bij concentraties van 5% of 3% bóven de migratielimiet van 0,1 mg/l uitkomt, zoals die werd vastgelegd in de Europese normen.

Daarom legt de Europese Commissie voor peuters en zuigelingen een grenswaarde op die overeenstemt met die strenge migratielimiet van 0,1 mg/l.

Ons land neemt deze aanpassingen over in het Speelgoed-KB. En dit vanaf 21 december 2015, zoals richtlijn 2014/79 oplegt voor TCEP, TCPP en TDCP, en zoals richtlijn 2014/81 voorschrijft voor bisfenol A.

Pseudospeelgoed, yo-yo-ballen en magneetjes

De federale regering maakt van de gelegenheid gebruik om enkele verouderde koninklijke besluiten op specifieke speelgoedjes op te heffen. Ofwel omdat het speelgoed in kwestie onder de algemene eisen op de veilige producten valt, zoals die beschreven worden in het nieuwe Wetboek van Economisch Recht, ofwel omdat het speelgoed is opgenomen in Europese richtlijnen, die op hun beurt al vertaald zijn in het Speelgoed-KB.

Het gaat meer bepaald om:

  • het KB van 10 augustus 2001 betreffende de veiligheid van pseudo-speelgoed. Om u een idee te geven: onder ‘pseudo-speelgoed’ vielen alle producten die door hun uiterlijke kenmerken verward konden worden met speelgoed en die kinderen onder de leeftijd van veertien jaar konden aanzetten om ermee te spelen, maar die niet beantwoordden aan de definitie van veilig speelgoed;
  • het KB van 22 mei 2005 houdende verbod van het op de markt brengen van speelgoed van het type elastische jojo dat een bal gevuld met vloeistof omvat (de ‘yo-yo-bal’); en
  • het KB van 25 juli 2008 tot verplichting van het aanbrengen van een waarschuwing op magnetisch speelgoed.

Bron:Koninklijk besluit van 24 maart 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 januari 2011 betreffende de veiligheid van speelgoed (Speelgoed-KB), BS 13 april 2015.

Carine Govaert

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 januari 2011 betreffende de veiligheid van speelgoed

Afkondigingsdatum : 24/03/2015
Publicatiedatum : 13/04/2015

Gepubliceerd op 17-04-2015

  196