Geen onmiddellijk hoger beroep tegen tussenvonnissen ‘alvorens recht te doen’ (art. 31 Wet Burgerlijk Procesrecht)

Het onmiddellijk hoger beroep tegen tussenvonnissen ‘alvorens recht te doen’ kan niet meer. Tenzij de rechter zelf anders bepaalt.

Tussenvonnissen

Alvorens een uitspraak te doen kan de rechter – in elke stand van de rechtspleging – een voorafgaande maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen over een dergelijke maatregel. Hij kan in een tussenbeslissing ook de toestand van de partijen voorlopig regelen.

Geen onmiddellijk hoger beroep

Tegen beslissingen alvorens recht te doen – met onderzoeks- en provisionele maatregelen – is voortaan geen onmiddellijk hoger beroep meer mogelijk. Het hoger beroep tegen deze beslissingen kan enkel samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis ingesteld worden. De rechter kan wel altijd het onmiddellijk hoger beroep tegen het vonnis alvorens recht te doen toelaten. Hij zal dat doen bij heel belangrijke tussenvonnissen.

Devolutieve werking

Reden voor dit verbod is de ‘verruimde’ devolutieve werking van het hoger beroep.

De devolutieve werking van het hoger beroep heeft immers tot gevolg dat bij hoger beroep tegen een vonnis alvorens recht te doen het ganse geschil onttrokken wordt aan de eerste rechter. Het volledige geschil komt bij de rechter in hoger beroep. Ook de punten waarover de eerste rechter nog geen uitspraak heeft gedaan (de grond van de zaak dus). Die rechter zal dan over de rest van de zaak in eerste en enige aanleg beslissen.

Gemengde vonnissen

Let wel. Als het tussenvonnis bv. ook een geschilpunt over de ontvankelijkheid of de grond van de zaak beslecht, gaat het om een zgn. gemengd vonnis en kan er wel onmiddellijk hoger beroep ingesteld worden.

Minister Geens beseft dat die ‘gemengde vonnissen’ de nieuwe maatregel flink uithollen. Aangezien de rechter pas een onderzoeksmaatregel mag bevelen als de vordering ontvankelijk is, zal hij beide zaken – de ontvankelijkheid en de onderzoeksmaatregel - vaak in één tussenvonnis vaststellen. En tegen een dergelijk vonnis kan - aangezien het een gemengd karakter heeft - onmiddellijk in beroep gegaan worden. De rechter in hoger beroep zal zich - als gevolg van de devolutieve werking - ook uitspreken over de onderzoeksmaatregel.

Bevoegdheid

Net als nu al het geval is, kan hoger beroep tegen een bevoegdheidsbeslissing pas samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis. Hieraan verandert dus niets.

Inwerkingtreding

Artikel 31 van de wet van 19 oktober 2015 treedt in werking op 1 november 2015.

Bron:Wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015 (art. 31 Wet Burgerlijk Procesrecht)
Zie ook:Gerechtelijk Wetboek (art. 1050)

Ilse Vogelaere

Wet houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Afkondigingsdatum : 19/10/2015
Publicatiedatum : 22/10/2015

Gepubliceerd op 27-10-2015

  7178