Geen KB meer vereist voor samenlevingsregime in gevangenissen

Koninklijk besluit tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden met betrekking tot de samenlevingsvoorwaarden

Het regime dat van toepassing is op de gevangenissen of op gevangenisafdelingen wordt vanaf 1 november 2018 niet meer bij KB bepaald. Daardoor krijgt de penitentiaire administratie meer ruimte en flexibiliteit om in te spelen op concrete situaties binnen de muren van een bepaalde gevangenis. Al moeten ze wel rekening houden met de Basiswet Gevangeniswezen. Die bevat immers een aantal basisprincipes m.b.t. het opleggen van gevangenisregimes.

Potpourri IV

Basis voor deze nieuwe manier van werken werd gelegd in de vierde Potpourri-wet van 25 december 2016. De wetgever nam toen tal van maatregelen om de Basiswet Gevangeniswezen ‘werkbaarder’ te maken. Heel wat bepalingen van die wet waren immers onderworpen aan het treffen van gedetailleerde uitvoeringsmaatregelen door de Koning. Een strikt formalisme dat de bewegingsvrijheid van de penitentiaire administratie volgens de wetgever aanzienlijk beknotte. Om de administratie meer vrijheid en flexibiliteit te geven, werd beslist om het vereiste KB voor tal van maatregelen te schrappen. Zo is bijvoorbeeld geen KB meer nodig voor het vastleggen van de regels die moeten gevolgd worden bij het onderzoek van de levenssituatie of voor het stellen van aanvullende regels m.b.t. het individueel detentieplan.

Maar het is dus ook niet meer nodig dat de Koning het samenlevingsregime van iedere gevangenis specifieert in een besluit. Het bepalen van het regime dat van toepassing is op elke gevangenis of afdeling bij KB heeft volgens de wetgever geen enkele meerwaarde in het kader van de organisatie van de activiteiten van de gedetineerden. Het vastleggen van de regimes die van toepassing zijn dreigt de werking van de gevangenissen zelfs eerder te verlammen. Een belangrijke hinderpaal om in te spelen op concrete situaties of evoluties.

Basiswet

Er zullen voortaan dus geen concrete regimes meer bij KB worden vastgelegd. De bestaande bepalingen in het KB van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen worden dan ook opgeheven. Maar ook de aanvullende bepalingen die door de minister van Justitie destijds waren vastgelegd in het MB van 12 juli 1971 houdende algemene instructie voor de strafinrichtingen worden opgeheven.

De penitentiaire administratie en de gevangenisbesturen zullen dus meer ruimte krijgen om het regime in te vullen. Al zijn ze daarbij wel gebonden aan de bepalingen van artikels 48, 49, 50, 51 en 52 uit de Basiswet Gevangeniswezen. Daarin staat uitdrukkelijk dat ‘de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf en de vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt in een gemeenschapsregime of in een regime van beperkte gemeenschap (behouden de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen) tenzij plaatsing in een individueel beveiligingsregime noodzakelijk is’.

In een gemeenschapsregime verblijven de gedetineerden (tenzij ze daarvan vrijgesteld zijn of wanneer ze verplicht of gerechtigd zijn zich in hun verblijfsruimte op te houden) in gemeenschappelijke leef- en werkruimten en nemen zij gemeenschappelijk deel aan in de gevangenis georganiseerde activiteiten. De gevangenisdirecteur kan de veroordeelde echter voor een bepaalde duur vrijstellen van verblijf in een gemeenschappelijke ruimte of van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten voor de duur die hij bepaalt. Voorwaarde is wel dat de veroordeelde dit expliciet aanvraagt en gegronde redenen opgeeft. Tijdens de nacht en tijdens de periodes of activiteiten bepaald in het huishoudelijk reglement verblijven de gedetineerden in hun eigen verblijfsruimte.

In een regime van beperkte gemeenschap moeten de gedetineerden de gelegenheid krijgen om deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten. Daarbuiten houden zij zich op in hun toegewezen verblijfsruimte.

Voor verdachten gelden specifieke bepalingen: zij moeten (behoudens de door of krachten de wet bepaalde uitzonderingen) altijd in de mogelijkheid hebben op zich in hun eigen verblijfsruimte af te zonderen. En dat onverminderd hun recht om deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten.

Deze wetsbepalingen zijn niet nieuw, maar zijn binnen de nieuwe manier van werken van toepassing vanaf 1 november 2018. Ook het KB van 3 oktober 2018 treedt op die dag in werking.

Bron: Koninklijk besluit van 3 oktober 2018 tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden met betrekking tot de samenlevingsvoorwaarden, BS 12 oktober 2018.
Zie ook
Potpourri IV-wet (Hoofdstuk 22).
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  166