Geen beroep voor ‘nalatige’ vergunningverlener (art. 20-21 bestuursrechtscolleges)

Een vergunningverlenende overheid die nagelaten heeft om een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg over een vergunningsaanvraag, heeft geen recht meer om tegen die zogenaamde ‘stilzwijgend’ genomen beslissing in beroep te gaan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb). Het decreet schrijft die bepaling zowel in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in, als in het nieuwe omgevingsvergunningsdecreet.

De decreetgever gaat er voortaan van uit dat een dergelijk nalatig bestuursorgaan ‘verzaakt heeft aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden’. Behoudens overmacht.

De effecten van een stilzwijgende beslissing zijn overigens erg verschillend onder het oude en het nieuwe recht. Een stilzwijgende beslissing over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning mag geïnterpreteerd worden als een toelating, terwijl eenzelfde stilzwijgende beslissing onder het nieuwe omgevingsrecht gezien moet worden als een weigering tot vergunning. Volgens de memorie van toelichting moeten de colleges en deputaties hun volle verantwoordelijkheid opnemen en is het dan ook maar logisch dat zij geen beroep kunnen instellen nadat zij eerst een stilzwijgende (weigerings-)beslissing hebben genomen.

In heel uitzonderlijke gevallen kan de vergunningverlener toch nog in beroep gaan bij de RvVb. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestuur in de onmogelijkheid verkeerde om een tijdige beslissing te nemen doordat het een cruciaal advies laattijdig ontvangen heeft of doordat noodzakelijke aanvullende documenten uitbleven. De toelichting geeft als mogelijke voorbeelden: het brandweeradvies voor een meergezinswoning of het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed voor een pand waarvan de erfgoedwaarden sterk onder druk komen te staan door de voorgestelde aanpassingen.

De adviesorganen zelf konden al geen beroep meer instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen als zij niet tijdig advies uitbrachten.

Van toepassing:

  • Vlaams Gewest.
  • In werking op 24 april 2017 ten laatste. Dat is: ‘op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk drie maanden na de publicatie van dit decreet in het Belgisch Staatsblad’.
  • Wordt verwacht: uitvoeringsbesluit.

Bron:Decreet van 9 december 2016 houdende wijziging van diverse decreten, wat de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuursrechtscolleges betreft, BS 24 januari 2017 (art. 20-23 bestuursrechtscolleges).
Zie ook:

Carine Govaert

Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuursrechtcolleges betreft

Afkondigingsdatum : 09/12/2016
Publicatiedatum : 24/01/2017

Gepubliceerd op 30-01-2017

  155