Gebrek aan e-afschrift synthesememorie mag niet automatisch leiden tot onontvankelijkheid verzoekschrift Raad voor Vreemdelingenbetwistingen

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen mag een synthesememorie niet automatisch onontvankelijk verklaren bij gebrek aan een elektronisch afschrift. Dit zorgt voor onevenredige gevolgen aangezien de memorie een essentieel element is van de beroepsprocedure dat bijdraagt tot het waarborgen van de rechten van de verdediging. Het Grondwettelijk Hof heeft deze bepaling uit de Vreemdelingenwet daarom vernietigd.

Vreemdelingen die een advocaat onder de arm nemen om te procederen bij de RvV zijn sinds 1 februari 2014 verplicht om de synthesememorie niet alleen aangetekend per post te versturen. Ze moeten de Raad ook een elektronisch afschrift van die memorie bezorgen. Daardoor kan de Raad sneller aan de slag. Volgens het Hof vormt de vereiste van een elektronisch afschrift dan ook een verantwoorde maatregel om het werk van de Raad te vereenvoudigen.

Maar het niet verzenden van een elektronisch afschrift mag niet automatisch leiden tot de onontvankelijkheid van de synthesememorie zegt het Hof. Er moet een regularisatiemogelijkheid bestaan wanneer de synthesememorie binnen de opgelegde termijn per post werd verzonden. Het gaat immers om een erg belangrijk document voor de verdediging. In een synthesememorie worden de middelen die in het verzoekschrift geformuleerd werden en waarvan de vreemdeling niet wenst af te zien nadat hij kennis heeft genomen van het administratieve dossier en van de eventuele nota met opmerkingen van de tegenpartij samen met de repliek van de vreemdeling op dat dossier en op die nota bij elkaar gebracht. Iedere maatregel die de mogelijkheden voor het neerleggen van de memorie beperken moeten worden verantwoord door een reden van algemeen belang en moeten evenredig zijn met dat doel.

Dat is nu niet het geval. De woorden « Op straffe van niet-ontvankelijkheid van de synthesememorie en » worden daarom vernietigd in artikel 39/81, achtste lid, van de Vreemdelingenwet.

Omdat de vernietiging tot rechtsonzekerheid zou kunnen leiden in de lopende procedures bij de Raad moeten de gevolgen van de vernietigde bepaling worden gehandhaafd voor de procedures die zijn ingesteld of die nog worden ingesteld tot de regering een nieuwe regeling heeft uitgewerkt die tegemoet komt aan de eisen van het Grondwettelijk Hof. En dat uiterlijk tot 31 december 2015.

Bron:GwH 30 april 2015, nr. 49/2015.
Zie ook:Koninklijk besluit van 26 januari 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, BS 30 januari 2014.

Laure Lemmens

Arrest nr. 49/2015

Afkondigingsdatum : 30/04/2015
Publicatiedatum : 01/06/2015

Gepubliceerd op 03-06-2015

  117