Garanties voor benadeelde eigenaar bij afbraak en heropbouw van appartement (DB Justitie, art. 41-44)

Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie

De vereniging van mede-eigenaars beslist normaal gezien met eenparigheid van stemmen, maar het Burgerlijk Wetboek bevat enkele uitzonderingen. De wet van 18 juni 2018 voerde een nieuwe uitzondering in: de algemene vergadering van mede-eigenaars kon met een 4/5e-meerderheid beslissen om een gebouw af te breken en het her op te bouwen om redenen van veiligheid of hygiëne, of omwille van de buitensporig hoge kosten om het gebouw aan te passen aan de wettelijke vereisten. Kón, want het Grondwettelijk Hof vernietigde die mogelijkheid omdat er niet voldoende garanties waren voor de mede-eigenaars die het gebouw wél wilden behouden. De wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie zorgt voor die garanties.
De algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars kan dus opnieuw met een 4/5e-meerderheid beslissen tot afbraak en heropbouw om de 2 hiervoor vermelde redenen. Maar als niet alle eigenaars akkoord gingen met die beslissing, moet de vereniging binnen de 4 maanden een vordering instellen bij de vrederechter tegen de mede-eigenaars die de beslissing niet goedkeurden. De sloopwerken worden in dat geval uitgesteld tot de vrederechter uitspraak heeft gedaan over de wettelijkheid van de beslissing en eventueel over het bedrag van de compensatie, en tot die beslissing definitief is geworden.
De kosten van de procedure worden gedragen door de vereniging van mede-eigenaars, zelfs indien de rechter de wettigheid van de beslissing van de algemene vergadering bevestigt.
De diversebepalingenwet herneemt ook de regel dat een mede-eigenaar zijn kavel tegen vergoeding kan overdragen aan de andere mede-eigenaars als zijn aandeel in de werken hoger zou uitvallen dan de waarde van zijn kavel. Als de mede-eigenaars het niet eens geraken over de compensatie voor de kavel, wordt dat bedrag door de rechter bepaald, op basis van de actuele waarde van de kavel, zonder rekening te houden met de beslissing tot afbraak en heropbouw.
Een beslissing tot afbraak met heropbouw om een ándere reden dan veiligheid en hygiëne of buitensporige kosten voor afstemming op de wettelijke bepalingen, moet nog altijd met eenparigheid worden genomen.
De wetgever schrijft deze wijzigingen in in de artikelen 577-7 en 577-9 van het Burgerlijk Wetboek én meteen ook in de artikelen 3.88 en 3.92 van Boek 3 ‘Goederen’ van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, dat op 1 september 2021 in de plaats komt. Deze bepalingen gelden vanaf 17 augustus 2020.
Zie ook:
Carine Govaert
  104