Flink wat professionele kwaliteiten gevraagd van IGO-directie

Ministerieel besluit tot vaststelling van het competentieprofiel van de directieleden van het Instituut voor gerechtelijke opleiding

De directeur van het Instituut voor gerechtelijke opleiding (IGO) en zijn adjunct staan samen – als directie – in voor het dagelijks beheer van het instituut. Een nieuw besluit legt vast welke professionele kwaliteiten ze moeten bezitten om hun takenpakket goed te kunnen uitvoeren. Voor beiden gaat het om dezelfde kwaliteiten, aangezien ze samen – de ene staat de andere bij – belast zijn met dezelfde opdrachten.

De directeur (een magistraat) en zijn adjunct moeten relevante ervaring hebben op het vlak van opleiding, competentiebeheer en kennisbeheer.

Zijn ook nodig, kennis van of ervaring in
  • managementtechnieken in HR en in veranderingsbeheer;
  • ontwikkeling van personeel, van opleidingen en van stages binnen de rechterlijke orde;
  • planning, coördinatie en budgettair beheer van projecten;
  • Europese en internationale organisaties die bezig zijn met rechterlijke opleiding.

Daarnaast hebben ze een uitgebreide kennis van het recht en vooral van de rechterlijke organisatie. Uitstekende communicatieve vaardigheden, openstaan voor vernieuwing en een collegialiteits- en groepsgevoel staan ook op het competentielijstje.

Tot slot moet de directie ook kwaliteiten hebben waarmee ze het instituut naar buiten toe kan vertegenwoordigen.

Het nieuwe besluit van 16 oktober 2019 treedt in werking op 29 oktober 2019.

Bron: Ministerieel besluit van 16 oktober 2019 tot vaststelling van het competentieprofiel van de directieleden van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, BS 29 oktober 2019
Zie ook:
Wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en kennisbeheer en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding (art. 12 e.v.)
Ilse Vogelaere
  317