Fiscus publiceert geïndexeerde bedragen inkomstenbelastingen voor aanslagjaar 2017

De belastingadministratie heeft in het Belgisch Staatsblad van 28 januari 2016 de tabellen gepubliceerd met de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2017, die voorkomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).

Geen indexering voor…

De Federale Regering bevriest vanaf aj. 2015 tot en met aj. 2018 de indexering van enkele fiscale uitgaven, die niet gerelateerd zijn aan het activiteitsinkomen, op de geïndexeerde bedragen die gelden voor het aj. 2014. De grensbedragen van de meeste belastingverminderingen worden dus 4 jaar lang niet geïndexeerd.

De volgende bedragen, die gelden voor het aj. 2017, werden niet geïndexeerd en blijven dus ongewijzigd t.o.v. de bedragen voor aj. 2016:

  • vrijgesteld bedrag van de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor zover de werknemer, die aanspraak maakt op de forfaitaire beroepskosten, de verplaatsing maakt met een ander vervoermiddel dan het openbaar gemeenschappelijk vervoer of het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden: € 380 (art. 38, § 1, 1ste lid, 9°, c, WIB 1992);
  • maximumbedrag vrijstelling fietsvergoeding per kilometer: € 0,22 (art. 38, § 1, 1ste lid, 14°, WIB 1992);
  • maximumbedrag per belastbaar tijdperk van de tussenkomsten van de werkgever in de door de werknemer betaalde aankoopprijs in nieuwe staat van een PC, al dan niet met randapparatuur, internetaansluiting en internetabonnement: € 840 (art. 38, § 1, 1ste lid, 17°, WIB 1992);
  • maximum aftrek kosten per km met de fiets: € 0,22 (art. 66bis, 3de lid, WIB 1992);
  • minimumbedrag van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn: € 40 (art. 163, WIB 1992);
  • gewestelijke weerwerkpremie: maximumbedrag van de brutopremie per maand: € 180 (art. 171, 7°, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor de vernieuwing van een in België gelegen woning, verhuurd via een sociaal verhuurkantoor; maximumbedrag van de belastingvermindering per woning (Vlaams Gewest): € 1.150 (art. 145(30), 4de lid, WIB 1992);
  • maximumbedrag dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingvermindering per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk van de interesten en betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een enige woning te verwerven of te behouden: verhoging van het maximumbedrag gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningovereenkomst is afgesloten (Brussels Hoofdstedelijk Gewest): € 80 (art. 145(37), § 2, 3de lid, WIB 1992);
  • bedrag van het belastingkrediet voor meewerkende echtgenoten: € 310 (art. 289ter, § 2, 5de lid, WIB 1992);
  • bedrag van het belastingkrediet voor werknemers die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector: € 740 (art. 289ter, § 2, 5de lid, WIB 1992);
  • vrijgestelde inkomsten uit spaardeposito’s: € 1.880 (art. 21, 5°, WIB 1992);
  • vrijgestelde dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen: € 190 (art. 21, 6°, WIB 1992);
  • vrijgestelde interesten of dividenden van vennootschappen met een sociaal oogmerk: € 190 (art. 21, 10°, WIB 1992);
  • berekening van het maximale bedrag van levensverzekeringen en kapitaalaflossingen: € 1.880 en € 2.260 (art. 145(6), 1ste lid, WIB 1992);
  • berekening van het maximale bedrag van levensverzekeringen en kapitaalaflossingen; eerste schijf van het aanvangsbedrag van leningen: € 75.270 (art. 145(6), 2de lid, WIB 1992);
  • beperking van de betalingen voor verwerving van werkgeversaandelen: € 750 (art. 145(7), § 1, 4de lid, WIB 1992);
  • maximumbedrag van de aan de Koning verleende mogelijkheid om, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grens van de beperking vermeld in het vorige punt te verhogen: € 1.510 (art. 145(7), § 1, 4de lid, WIB 1992);
  • beperking van de betalingen voor het pensioensparen: € 940 (art. 145(8), 2de lid, WIB 1992);
  • beperking van de betalingen voor het pensioensparen: maximumbedrag van de aan de Koning verleende mogelijkheid om, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grens van de beperking te verhogen: € 1.510 (art. 145(8), 2de lid, WIB 1992);
  • maximumvermindering in geval van aanschaffing van een vierwieler: € 4.940 (art. 145(28), § 1, 3de lid, WIB 1992);
  • maximumvermindering in geval van aanschaffing van een motorfiets of een driewieler: € 3.010 (art. 145(28), § 1, 3de lid, WIB 1992);
  • minimumbedrag van de gestorte sommen voor een ontwikkelingsfonds: € 380 (art. 145(32), 2de lid, WIB 1992);
  • gestorte sommen voor een ontwikkelingsfonds: maximum belastingvermindering per belastbaar tijdperk: € 320 (art. 145(32), 4de lid, WIB 1992);
  • minimumbedrag van een gift dat recht geeft op belastingvermindering: € 40 (art. 145(33), § 1, 2de lid, WIB 1992);
  • maximumbedrag van het totale bedrag van de giften waarvoor belastingvermindering wordt verleend: € 376.350 (art. 145(33), § 1, 4de lid, WIB 1992);
  • in aanmerking te nemen maximumbedrag van de belastingvermindering voor bezoldiging huisbediende: € 7.530 (art. 145(34), 5de lid, WIB 1992);
  • belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat: € 2.024,12 (art. 147, 1°, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat: € 2.024,12 (art. 147, 7°, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen bestaat: € 2.598,29 (art. 147, 9°, WIB 1992);
  • grensbedragen van het belastbare inkomen voor de toepassing van de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen: € 28.000, € 22.430 en € 5.570 (verschil) (art. 151, WIB 1992);
  • grensbedragen van het belastbare inkomen voor de toepassing van de niet in artikel 151 WIB 1992 vermelde belastingverminderingen: € 44.860, € 22.430 en € 22.430 (verschil) (art. 152, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten verkregen door niet-inwoners zonder tehuis in België wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsen, of uit werkloosheidsuitkeringen bestaat: € 3.601,93 (art. 243, 2de lid, 1°, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten verkregen door niet-inwoners zonder tehuis in België wanneer het netto-inkomen uitsluitend uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen bestaat: € 4.176,13 (art. 243, 2de lid, 3°, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor lage energiewoning per belastbaar tijdperk en woning: € 450 (art. 145(24), § 2, 7de lid, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor passiefwoning per belastbaar tijdperk en woning: € 900 (art. 145(24), § 2, 7de lid, WIB 1992);
  • belastingvermindering voor nulenergiewoning per belastbaar tijdperk en woning: € 1.810 (art. 145(24), § 2, 7de lid, WIB 1992);
  • maximum aftrekbaar bedrag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk van de interesten, kapitaalaflossingen en premies voor levensverzekeringen voor het verwerven of behouden van de enige woning: € 2.260 (art. 115, 1ste lid, 6°, WIB 1992);
  • verhoging gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken van het in het vorige punt vermelde bedrag: € 750 (art. 116, 1ste lid, WIB 1992);
  • verhoging van de in het vorige punt vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari na het afsluiten van het leningcontract: € 80 (art. 116, 2de lid, WIB 1992);
  • kosteloze verstrekking van elektriciteit (gebruikt tot andere doeleinden dan verwarming) verleend aan leidinggevend personeel en bedrijfsleiders: € 950 (art. 18, § 3, 4°, WIB 1992);
  • kosteloze verstrekking van verwarming verleend aan andere verkrijgers: € 860 (art. 18, § 3, 4°, WIB 1992);
  • kosteloze verstrekking van elektriciteit (gebruikt tot andere doeleinden dan verwarming) verleend aan andere verkrijgers: € 430 (art. 18, § 3, 4°, WIB 1992);

Nieuwe geïndexeerde bedragen vanaf aj. 2017

Vanaf het aj. 2017 staan ook volgende bedragen in de tabellen:

  • belasting op de belastingvrije sommen – belastingtarief – inkomensschijven (art. 134, § 2, 2de lid, WIB 1992):
  • bedrag van de leningen via een crowdfundingplatform waarvan de interesten zijn vrijgesteld (art. 21, 13°, WIB 1992): € 9.965 (basisbedrag) en € 15.000 (geïndexeerd bedrag aj. 2017);
  • de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen voor het aj. 2017 van (art. 70, § 2, 2de lid, Programmawet van 10 augustus 2015):
    • de referentiebezoldiging vastgesteld in functie van de omzet uit de diamanthandel, en
    • het bedrag van de omzet.

Forfaitaire beroepskosten aj. 2017

De inkomensschijven en percentages voor de berekening van de forfaitaire beroepskosten zien er voor het aj. 2017 als volgt uit (art. 51, 1ste en 2de lid, WIB 1992):

  • voor bezoldigingen van werknemers:
    • 30% van de eerste schijf van € 8.450;
    • 11% van de schijf van € 8.450 tot € 19.960;
    • 3% van de schijf boven € 19.960;
  • voor bezoldiging van bedrijfsleiders: 3%;
  • voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten: 5%;
  • voor baten:
    • 28,7% van de eerste schijf van € 5.760;
    • 10% van de schijf van € 5.760 tot € 11.440;
    • 5% van de schijf van € 11.440 tot € 19.040;
    • 3% van de schijf boven € 19.040.

Maximumbedrag van de forfaitaire beroepskosten voor het aj. 2017 (art. 51, 3de lid, WIB 1992):

  • bezoldigingen van werknemers: € 4.240;
  • bezoldigingen van bedrijfsleiders: € 2.390;
  • bezoldigingen van medewerkende echtgenoten en baten: € 3.980.

Tarieven PB voor aj. 2017

De tarieven van de personenbelasting voor het aj. 2017 zien er als volgt uit (art. 130, WIB 1992):

  • 25% voor de inkomensschijf van € 0,01 tot € 10.860;
  • 30% voor de schijf van € 10.860 tot € 12.470;
  • 40% voor de schijf van € 12.470 tot € 20.780;
  • 45% voor de schijf van € 20.780 tot € 38.080;
  • 50% voor de schijf boven € 38.080.

Wanneer er een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt het belastingtarief toegepast op het belastbare inkomen van elke belastingplichtige.

Belastingvrije som voor aj. 2017

De overeenkomstig artikel 130 van het WIB 1992 berekende basisbelasting (PB) wordt verminderd met de belasting op de belastingvrije som.

Voor het aj. 2017 wordt de belasting op de belastingvrije som bepaald op (art. 134, § 2, 2de lid, WIB 1992):

  • 25% voor de schijf van de belastingvrije som van € 0,01 tot € 8.760;
  • 30% voor de schijf van de belastingvrije som van € 8.760 tot € 12.470;
  • 40% voor de schijf van de belastingvrije som van € 12.470 tot € 20.780;
  • 45% voor de schijf van de belastingvrije som van € 20.780 tot € 38.080;
  • 50% voor de schijf van de belastingvrije som boven € 38.080.

Bron:FOD Financiën. Stafdienst Beleidsexpertise- en Ondersteuning. - Dienst Reglementering. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen - Aanslagjaar 2017, BS 28 januari 2016.
Zie ook:– FOD Financiën. Stafdienst Beleidsexpertise- en Ondersteuning. - Dienst Reglementering. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen. - Aanslagjaar 2016, BS 21 januari 2015. – Programmawet van 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015 (art. 70, § 2, 2de lid).

Christine Van Geel

Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen - Aanslagjaar 2017

Afkondigingsdatum : 28/01/2016
Publicatiedatum : 28/01/2016

Gepubliceerd op 29-01-2016

  1105