Fiscale ambtenaren innen boetes die Brusselse Huisvestingscode oplegt

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering somt in haar besluit van 23 mei 2014 op voor welke administratieve boetes die de Brusselse Huisvestingscode oplegt, de ‘rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken’ een dwangbevel kan uitvaardigen.

Inning bij niet-betaling

Wie de regels van de Brusselse Huisvestingscode overtreedt, riskeert onder meer een administratieve boete. Wordt deze boete niet betaald binnen de initieel vastgestelde termijn, dan wordt het verschuldigde bedrag onmiddellijk opeisbaar en wordt het verhoogd met de wettelijke interesten (en toebehoren). Dat geldt ook voor de terugbetaling van uitgekeerde subsidies en premies waarin de Brusselse Huisvestingscode voorziet.

De rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken, staat in voor de inning van deze verschuldigde bedragen. Hij vaardigt daartoe een dwangbevel uit, viseert het en verklaart het uitvoerbaar.

Vanaf 26 augustus 2014

Vanaf 26 augustus 2014 kan deze rekenplichtige een dwangbevel uitvaardigen, viseren en uitvoerbaar verklaren om onder meer volgende bedragen te innen:

  • de administratieve boetes die de Gewestelijke Inspectiedienst oplegt aan al wie een woning te huur stelt of verhuurt die niet voldoet aan de verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting die de Brusselse Huisvestingscode voorziet;
  • de administratieve boete die een eigenaar of houder van een zakelijk hoofdrecht oploopt wanneer hij een gebouw dat bestemd is voor de huisvesting van één of meer gezinnen of een deel ervan laat leegstaan;
  • terug te betalen subsidies die erkende sociale verhuurkantoren van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering hebben ontvangen om onder meer bij te dragen in:
    • de kosten van renovatiewerken;
    • het ten laste nemen van de verliezen die voortkomen uit de tijdelijke leegstand van de woning, huurschade en oninbaar verklaarde schuldvorderingen;
    • de werkings- en personeelskosten, met inbegrip van de provisies of fondsen die bestemd zijn voor de huurrisico’s en –lasten en voor het sociaal passief;
  • terug te betalen subsidies die gezinnen met een inkomen dat niet hoger ligt dan het toegangsinkomen voor de sociale huisvesting van de Brusselse Hoofdstedelijk Regering kregen om bij te dragen in:
    • het huurtekort dat ontstaat uit het verschil tussen de aan de verhuurder verschuldigde huurprijs en het bedrag dat het gezin aan zijn huisvesting kan besteden;
    • de kosten voor de maatschappelijke begeleiding van de huurgezinnen;
  • de terugbetaling van volgende premies die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft toegekend aan een gezin:
    • een aankooppremie voor onroerende goederen;
    • een bouwpremie;
    • een renovatiepremie;
    • een premie voor het opwaarderen van een leegstaande woning;
    • een premie voor de verfraaiïng van gevels;
    • een afbraakpremie;
    • een verhuispremie en een tegemoetkoming in de huur van de nieuwe woning;
    • een tegemoetkoming in de huur;
  • de terugbetaling van een tegemoetkoming voor de uitrusting van woongehelen en woningen (bv. wegenuitrusting, riolering, openbare verlichting, aanleg van stoepen) die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toekent aan o.a. een openbare vastgoedmaatschappij (OVM), een gemeente, een vereniging van gemeenten, een OCMW of een vereniging van OCMW’s;
  • de terugbetaling van een tegemoetkoming die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft toegekend aan:
    • sociale verhuurkantoren en erkende vereniging voor renovatiewerken en voor de verfraaiïng van gevels;
    • erkende verenigingen die zich inzetten voor de integratie via huisvesting;
    • sociale verhuurkantoren en erkende verenigingen in het kader van solidair wonen en intergenerationeel wonen.

In werking

Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mei 2014 treedt in werking op 26 augustus 2014.

Het wijzigt het ‘besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 31 januari 2013 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor de inning en de invordering van bepaalde bedragen’.

Bron:Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mei 2014 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 31 januari 2013 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor de inning en de invordering van bepaalde bedragen, BS 26 augustus 2014.
Zie ook: – Ordonnantie van 11 juli 2013 tot wijziging van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, BS 18 juli 2013;Err. BS 26 juli 2013 – art. 10, art. 20, art. 126 en art. 190. – Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 31 januari 2013 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor de inning en de invordering van bepaalde bedragen, BS 15 februari 2013 – art. 1.

Christine Van Geel

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 31 januari 2013 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor de inning en de invordering van bepaalde bedragen

Afkondigingsdatum : 23/05/2014
Publicatiedatum : 26/08/2014

Gepubliceerd op 28-08-2014

  130