Federale magistraten naar Eurojust (art. 204-214, 218 en 220 Potpourri II-wet)

Alleen een federaal magistraat kan België vertegenwoordigen bij Eurojust. Voortaan kan die rekenen op zowel een adjunct - ook een federaal magistraat - als een medewerker.

Federale magistraten

De band tussen Eurojust (European Union’s Judicial Cooperation Unit) en het federaal parket wordt versterkt. De Belgische vertegenwoordiger moet een federaal magistraat zijn. Een lid van het federaal parket dus. Een magistraat die geen federaal magistraat is maar gedelegeerd is naar het federaal parket kan die functie niet meer uitoefenen.

De magistraat die op dit moment de Belgische vertegenwoordiger bij Eurojust is, Michèle Coninsx, is geen federaal magistraat. Maar zij krijgt – zo is voorzien in de overgangsregeling – van rechtswege het mandaat van federaal magistraat. Op die manier blijft de Belgische vertegenwoordiging bij Eurojust zonder onderbreking gegarandeerd. Coninsx is al sinds 2002 onze Belgische vertegenwoordiger. Haar mandaat is al twee keer verlengd.

De Belgische vertegenwoordiger kan voortaan rekenen op een adjunct. Ook dit moet een federaal magistraat zijn.

De aanwijzing van het Belgisch lid en zijn adjunct gebeurt door de minister van Justitie. Zowel de federaal procureur als de procureur-generaal die bevoegd is voor internationale betrekkingen geven eerst hun advies. De adjunct kan de Belgische vertegenwoordiger vervangen.

Het Belgisch lid van Eurojust en zijn adjunct krijgen voortaan de hulp van een parketjurist. Het gaat om iemand van het federaal parket, aangewezen na advies van de federale procureur en de procureur-generaal. Tot nu kon het gaan om een parketjurist, een secretaris, een adjunct-secretaris of een lid van het personeel van het secretariaat van een parket. Door de keuze te beperken tot een parketjurist van het federaal parket wordt opnieuw de band tussen Eurojust en het federaal parket versterkt. De parketjurist wordt medewerker bij Eurojust. Hij kan het lid of zijn adjunct niet vervangen. En hij blijft onder het gezag en het toezicht van de federale procureur.

Werkplek

Het Belgisch lid heeft zijn vaste werkplek op de zetel van Eurojust. Of ook zijn adjunct daar moet werken, wordt beslist door de minister, na advies van de federale procureur en de procureur-generaal. Hetzelfde geldt voor de werkplek van de parketjurist.

Als het Belgisch lid voorzitter is van Eurojust en de adjunct hem vervangt als Belgisch vertegenwoordiger, moet die laatste in elk geval op de zetel van Eurojust gaan werken. Op die manier is er altijd een Belgische vertegenwoordiging op de zetel aanwezig.

Mandaat van vijf jaar

Het mandaat van de Belgische vertegenwoordiger en zijn adjunct bij Eurojust duurt vijf jaar. Het mandaat kan één keer hernieuwd worden na advies van de federale procureur en de procureur-generaal. Door de hernieuwingsmogelijkheid te beperken tot één nieuw mandaat, blijven de betrokkenen voldoende voeling houden met de nationale belangen.

Als het Belgisch lid voorzitter of vice-voorzitter wordt van Eurojust, dan blijft zijn mandaat in elk geval minstens lopen tot het einde van de ambtstermijn van voorzitter of vice-voorzitter.

Statuut

Aangezien het Belgisch lid en zijn adjunct federale magistraten zijn blijven zij tijdens hun opdracht onderworpen aan het gezag en het toezicht van de federale procureur. Behalve wanneer ze voorzitter of vice-voorzitter zijn. Ze kunnen aan de korpsvergaderingen deelnemen, maar dan zonder stemrecht en zonder dat ze worden meegeteld voor het quorum.

Evaluatie

Het Belgisch lid en zijn adjunct blijven als federaal magistraat onderworpen aan de gewone evaluatie. Maar het lid wordt ook nog extra geëvalueerd door het college van procureurs-generaal. Daarbij wordt nagegaan hoe hij de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid uitvoert en hoe hij zijn bevoegdheden – rekening houdend met de taken en doelstellingen van Eurojust – uitoefent. De minister, de federale procureur en de procureur-generaal voor internationale betrekkingen krijgen van het Belgisch lid een tweemaandelijks activiteitenverslag over zijn werkzaamheden bij Eurojust.

Nationale correspondent

De Belgische nationale correspondenten bij Eurojust kunnen enkel gekozen worden uit de federale magistraten. Ook hier is er geen plaats meer voor een magistraat die een opdracht heeft gekregen bij het federaal parket.

De nationale correspondenten worden aangeduid door de minister, na advies van de federale procureur.

De correspondent oefent de bevoegdheden van het Belgische lid bij Eurojust uit wanneer zowel het lid als zijn adjunct niet beschikbaar is.

Gemeenschappelijk controleorgaan

Het Belgisch lid van het gemeenschappelijk controleorgaan wordt voortaan gekozen uit alle leden van de privacycommissie. Tot nu kwamen alleen de leden van de privacycommissie die behoorden tot de zittende magistratuut in aanmerking voor een zitje in het controleorgaan. De strikte regels waaraan het aangewezen lid moet voldoen worden geschrapt.

Het is de minister van Justitie die het lid kiest. Het mandaat blijft op vijf jaar, en is – net als vroeger – tweemaal verlengbaar.

Het controleorgaan ziet erop toe dat Eurojust de privacyregels respecteert.

Nog dit

Eurojust ondersteunt de samenwerking tussen de gerechtelijke autoriteiten in de Europese Unie in de strijd tegen grensoverschrijdende zware criminaliteit. Het agentschap stimuleert en verbetert de coördinatie van onderzoeken en vervolgingen en helpt de lidstaten om die doeltreffender te maken.

Inwerkingtreding

De artikelen 204 tot 214, 218 en 220 van de wet van 5 februari 2016 treden in werking op 29 februari 2016.

Bron:Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 204-214, 218 en 220 Potpourri II-wet)
Zie ook:Gerechtelijk Wetboek (art. 309ter-309septies, art. 363bis en 411)Wet van 21 juni 2004 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterkenBesluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken

Ilse Vogelaere

Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Afkondigingsdatum : 05/02/2016
Publicatiedatum : 19/02/2016

Gepubliceerd op 17-03-2016

  144