Familierechtbank beslist over opheffing huwelijksverbod tussen bloed- en aanverwanten (art. 118-124 DB Justitie)

Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie

Een huwelijk tussen bloed- en aanverwanten is in principe verboden. Maar om gewichtige redenen kan het in bepaalde gevallen toch toegelaten worden. Die toelating werd tot nu door de Koning gegeven. Maar dat verandert: wie ondanks een bloed- of aanverwantschap toch wil huwen, moet voortaan een vordering indienen bij de familierechtbank. Het is dus de familierechter die gaat beoordelen of er – in het licht van de voorgelegde elementen – een gewichtige reden voor handen is om het huwelijksverbod op te heffen.

De procedure wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift. Bij de familierechtbank van de woonplaats (of verblijfplaats) van een van de toekomstige echtgenoten. Of bij de familierechtbank van Brussel als er geen woon- of verlijfplaats in België is. Elke vordering wordt op straffe van nietigheid overgemaakt aan het openbaar ministerie.

De rechtbank roept de partijen op en vraagt advies aan de procureur des Konings. Pas daarna kan ze uitspraak doen.

Deze nieuwe regels treden in werking op 10 januari 2019. Ze zijn van toepassing op de vorderingen tot opheffing van het huwelijksverbod die vanaf dan worden ingediend.

Bron: Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, BS 31 december 2018 (art. 118–124 DB Justitie)
Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 164 en 353–13)
Gerechtelijk Wetboek (art. 629bis,764 en 872)
Ilse Vogelaere
  92