Extra bescherming voor uitgezonden personeel FOD Buitenlandse Zaken: Belgische Staat dekt schade door terreur, geweld en tropische ziekten

Wet houdende schadeloosstellingen ten voordele van de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de daarmee gelijkgestelde personen die slachtoffer zijn van schade veroorzaakt door buitengewone risico's in het buitenland

De Belgische Staat dekt voortaan de medische en materiële kosten van personeelsleden van de FOD Buitenlandse Zaken (en hun gezinsleden) die op dienstreis in het buitenland of in functie op een Belgische post in het buitenland het slachtoffer werden van terreur, gewapende conflicten, tropische ziekten, ernstige infectieziekten of geweld. En ook wanneer een verzekeringsmaatschappij weigert om de waarborgen uit de levensverzekering of schuld-saldoverzekering uit te betalen, springt de Staat bij.
Momenteel moeten ambtenaren zelf de nodige maatregelen nemen om zich bijkomend te beschermen tegen bepaalde risico’s in het buitenland. En dat blijkt erg moeilijk in de praktijk. De wetgever is nu van mening dat het de verantwoordelijkheid is van de Belgische Staat om de personen die ze uitstuurt naar het buitenland om haar te vertegenwoordigen, op de meest adequate wijze te beschermen tegen bepaalde buitengewone risico’s. De wet van 21 juli 2017 creëert daarom een juridische basis voor het toekennen van schadeloosstellingen in die gevallen.

Personeel én hun gezin

De wet is in eerste instantie van toepassing op het personeel van de FOD Buitenlandse Zaken dat aan de slag is bij een Belgische post in het buitenland of op dienstreis is in het buitenland. Maar de bepalingen gelden ook voor ‘gelijkgestelden’. Dit wil zeggen personen die geen personeelslid zijn van de FOD Buitenlandse Zaken maar wel zijn aangesteld bij een Belgische post in het buitenland (de zogenaamde externen op post) of een dienstreis uitvoeren in het buitenland voor rekening van de FOD. Maar het gaat ook om de partners van de personeelsleden (zowel de echtgenoot, als de wettelijk samenwonende partner of de persoon met wie een samenlevingscontract werd afgesloten) en de kinderen ten laste (dit zijn de kinderen waarvoor kinderbijslag wordt uitgekeerd én de levensvatbare nog ongeboren kinderen).

Welke risico’s

De buitengewone risico’s waarvoor een schadeloosstelling is voorzien wanneer ze schade berokkenen zijn:
  • oorlog, oproep, opzettelijke gewelddaden, terrorisme, rampen, tropische ziekten, ernstige infectieziekten (conform het KB van 28 maart 1969 op de beroepsziekten);
  • de uitsluiting door de verzekeringsmaatschappij van de waarborgen voorzien in het levensverzekeringscontract of het schuld-saldoverzekeringscontract.

Toekenning schadeloosstelling

De schadeloosstelling wordt toegekend aan het personeel van de FOD op post, de externe op post, de partner of het kind ten laste. Ze wordt gedragen door de Belgische Staat of door een verzekering die de Belgische Staat met dat oogmerk heeft afgesloten.
In geval van overlijden van het personeelslid, de externe, de partner of het kind ten laste wordt de schadeloosstelling toegekend aan de rechthebbenden. Dat zijn de personen aan wie de erfenissen toekomen op basis van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek tot de tweede graad.

Welke schade komt in aanmerking?

Voor de personeelsleden van de FOD, de externen, de partners en de kinderen te laste gaat het om
  • de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit,
  • de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van prothesekosten;
  • de tijdelijke of blijvende invaliditeit;
  • een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;
  • de esthetische schade;
  • de procedurekosten;
  • de materiële kosten;
  • de schade die voortvloeit uit het verlies van één of meer schooljaren.
Voor de rechthebbenden komen volgende bestanddelen in aanmerking voor schadeloosstelling:
  • de morele schade;
  • de medische kosten en de ziekenhuiskosten;
  • het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer;
  • de begrafeniskosten;
  • de procedurekosten;
  • de schade die voortvloeit uit het verlies van één of meer schooljaren.

Voorwaarden

De toekenning van de schadeloosstelling is verbonden aan een aantal voorwaarden. Zo moet de schade opgelopen zijn in het land waar het personeelslid van de FOD of de externe op post werd aangesteld en moeten er ‘redelijke voorzorgsmaatregelen’ genomen zijn om de buitengewone risico’s te vermijden. Bovendien mogen de opgesomde kosten en bestanddelen van de schade nog door geen enkele andere regelgeving worden vergoed, noch door de sociale zekerheid, een private verzekering of door een herstelling door de dader of een burgerlijk aansprakelijke derde.

Bedrag

De bedragen zijn niet wettelijk vastgelegd. Daarvoor zal later nog een KB volgen. Daarin zullen ook nog verdere details over de uitbetaling staan. Nu is wel al duidelijk dat het toegekende bedrag niet hoger mag zijn dan de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Is de schadeloosstelling toegekend op grond van valse of onvolledige verklaringen dan kan de Belgische Staat de (volledige of gedeeltelijke) terugvordering eisen.

In werking: 29 september 2017

Bron: Wet van 21 juli 2017 houdende schadeloosstellingen ten voordele van de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de daarmee gelijkgestelde personen die slachtoffer zijn van schade veroorzaakt door buitengewone risico's in het buitenland, BS 19 september 2017.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  253