Europese Commissie raadt lidstaten aan om maatregelen te treffen tegen misbruik van belastingverdragen

De Europese Commissie raadt de EU-lidstaten die belastingverdragen sluiten met andere lidstaten of met derde landen, aan om maatregelen te treffen tegen misbruik van deze verdragen. Het gaat om specifieke maatregelen om te voorkomen dat de verdragsvoordelen worden verleend in oneigenlijke gevallen en om te voorkomen dat de status van ‘vaste inrichting’ kunstmatig wordt vermeden.

Actieplan OESO en G20-landen

In september 2015 hebben de OESO en de G20-landen een vijftienpuntenactieplan tegen BEPS (bestrijding van grondslaguitholling en winstverschuiving) aangenomen. In oktober 2015 hebben ze eindrapporten gepubliceerd over de actiepunten 6 (voorkomen dat verdragsvoordelen worden verleend in oneigenlijke gevallen) en 7 (voorkomen dat de status van vaste inrichting kunstmatig wordt vermeden). In beide rapporten wordt voorgesteld om wijzigingen aan te brengen in het OESO-modelbelastingverdrag.

Algemene anti-misbruikmaatregel

De Europese Commissie raadt nu de lidstaten die belastingverdragen sluiten waarin een algemene anti-misbruikbepaling is opgenomen die gebaseerd is op een ‘principal purpose test (PPT)’ volgens de standaardbepaling die in het OESO-modelbelastingverdrag is vastgesteld, aan om daarin de volgende wijziging aan te brengen: “Niettegenstaande de andere bepalingen van dit verdrag wordt een voordeel uit hoofde van dit verdrag niet toegekend ter zake van een inkomens- of vermogensbestanddeel indien, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het verkrijgen van dit voordeel een van de voornaamste doelen is van het opzetten van een constructie dan wel het aangaan van een transactie die rechtstreeks of indirect tot dat voordeel leidt, tenzij wordt aangetoond dat hierin een reële economische activiteit besloten ligt of dat de toekenning van het voordeel in deze omstandigheden in overeenstemming is met het doel en de strekking van de desbetreffende bepalingen van dit verdrag.”.

In het eindrapport over actiepunt 6 wordt verdragsmisbruik, en met name treaty shopping, als een belangrijke oorzaak van BEPS-zorgen aangemerkt. Het rapport bevat, naast het voorstel om te verduidelijken dat het niet de bedoeling is dat belastingverdragen de mogelijkheid tot dubbele niet-heffing creëren, onder meer de aanbeveling om in het multilaterale instrument een algemene antimisbruikregel op te nemen op basis van een ‘principal purpose test’ (PPT) van transacties of constructies.

Definitie ‘vaste inrichting’

Daarnaast beveelt ze de lidstaten aan om in de belastingverdragen die zij sluiten, de nieuwe bepalingen van artikel 5 van het OESO-modelbelastingverdrag (zoals voorgesteld in het eindrapport over actiepunt 7 van het actieplan ter bestrijding van grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS)) te gebruiken om praktijken tegen te gaan waarbij de status van ‘vaste inrichting’ op kunstmatige wijze wordt vermeden.

In het eindrapport over actiepunt 7 worden het opzetten van constructies met commissionairs en het oneigenlijke gebruik van de specifieke uitzonderingen op de definitie van een vaste inrichting aangemerkt als de strategieën die het vaakst worden gebruikt om op een kunstmatige manier een ‘belastbare’ vaste inrichting te vermijden. Bij de constructies met commissionairs wordt vaak handig ingespeeld op de relatief formele benadering van het huidige artikel 5, lid 5, van het OESO-modelbelastingverdrag voor het afsluiten van verkoopovereenkomsten. Bij de specifieke uitzonderingen op de definitie van een vaste inrichting voor werkzaamheden van voorbereidende of ondersteunende aard doet zich het probleem voor dat deze uitzonderingen, afgezien van het feit dat zij kwetsbaar zijn voor malafide strategieën waarbij werkzaamheden worden opgesplitst, slecht zijn afgestemd op de bedrijfsmodellen van de digitale economie. Daarom worden in het rapport wijzigingen van artikel 5 van het OESO-modelbelastingverdrag voorgesteld zodat dit artikel beter bestand wordt tegen kunstmatige constructies die tot doel hebben de toepassing ervan te omzeilen.

Follow-up

De lidstaten moeten de Europese Commissie op de hoogte houden van de maatregelen die ze hebben getroffen om aan haar aanbeveling (EU) 2016/136 te voldoen, en van alle wijzigingen in deze maatregelen.

De Commissie zal binnen drie jaar na de vaststelling van deze aanbeveling verslag uitbrengen over de toepassing ervan.

Bron:Aanbeveling (EU) 2016/136 van de Commissie van 28 januari 2016 over de implementatie van maatregelen om misbruik van belastingverdragen tegen te gaan, PB.L. 2 februari 2016, afl. 25, 67.

Christine Van Geel

Aanbeveling (EU) nr. 2016/136 van de Commissie over de implementatie van maatregelen om misbruik van belastingverdragen tegen te gaan

Afkondigingsdatum : 28/01/2016
Publicatiedatum : 02/02/2016

Gepubliceerd op 03-02-2016

  65