Europese Commissie pleit voor integratie van alle milieubeoordelingen in project-mer-rapport

De Europese Commissie is een groot voorstander van één globaal milieurapport, waarin alle milieubeoordelingen van een groot project zijn opgenomen. Dus, zowel de milieueffectbeoordeling in uitvoering van de Project-mer-richtlijn, als de passende beoordelingen in uitvoering van de Habitat- of Vogelrichtlijn, en de toetsen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) of de Richtlijn op de Industriële Emissies (RIE).Dat blijkt uit de richtsnoeren inzake het stroomlijnen van milieueffectbeoordelingen, die de Commissie zopas publiceerde.

Bij voorkeur één procedure en één rapport

Als de potentiële milieueffecten van een project zowel op grond van de Project-mer-richtlijn, als op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn geëvalueerd moeten worden, dan kunnen de Europese lidstaten kiezen tussen een gemeenschappelijke procedure met één beoordeling van de milieueffecten van het project, of een gecoördineerde procedure met afzonderlijke milieubeoordelingen en één instantie die instaat voor de coördinatie van de milieubeoordelingen. Een combinatie van beide procedures is ook mogelijk.

In haar toelichting bij de richtsnoeren spreekt de Commissie een duidelijke voorkeur uit voor de gemeenschappelijke procedure met één eindrapport, waarin ook de andere milieubeoordelingen zijn opgenomen: “Beoordelingsprocedures moeten, waar mogelijk, uitgevoerd worden met behulp van de gemeenschappelijke procedure, waardoor het verzamelen van gegevens, de openbare raadpleging en het beoordelingsproces zelf efficiënter worden.”

Hierna volgt een greep uit de eigenlijke richtsnoeren.

Snelle scoping

“Scoping is een goede praktijk voor alle procedures: gemeenschappelijke, gecoördineerde of gecombineerde. Het vergemakkelijkt het vaststellen van de reikwijdte en de inhoud van het algemene milieurapport en waarborgt dat de op basis van de diverse milieubeoordelingen te verstrekken informatie coherent is”.

In haar toelichting zegt de Commissie zelfs dat het raadzaam is om van scoping een verplicht onderdeel te maken en zij pleit daarbij voor de invoering van redelijke termijnen voor scoping, en voor het opzetten van een nationale of regionale databank met informatie over de milieutoestand vooraleer het project wordt uitgevoerd.

Scoping is het bepalen van de reikwijdte en van het detailleringsniveau van de informatie die moet worden verstrekt. Scoping is momenteel niet verplicht, maar de betrokken lidstaat moet wel een advies uitbrengen over de reikwijdte en het detailleringsniveau als de opdrachtgever dat vraagt.

De Commissie wil dat ook andere milieubeoordelingen bij de scoping worden betrokken: “De KRW- en IED-beoordelingen zouden kunnen worden toegevoegd, indien van toepassing”. ‘IED’ verwijst hier naar de RIE of Richtlijn op de Industriële Emissies.

Eén eindrapport

“Indien een lidstaat opteert voor de gemeenschappelijke procedure, dan wordt het milieurapport bij voorkeur opgesteld als één document met alle nodige informatie en conclusies. Het rapport moet de specifieke kenmerken van elke in het kader van het project uit te voeren milieubeoordeling behandelen.”

Met die laatste bepaling bedoelt de Commissie dat het mogelijk moet zijn om de informatie uit de passende beoordelingen te onderscheiden van de informatie die voortvloeit uit het eigenlijke project-mer-rapport, omdat het toepassingsgebied van de diverse milieubeoordelingen kan verschillen.

“Indien een lidstaat opteert voor de gecoördineerde procedure, dan kan de opdrachtgever meer dan één milieurapport opstellen. Die rapporten kunnen later worden geconsolideerd in één enkel document. De inhoud ervan kan ook worden gecoördineerd.”

Vroege inspraak

“Raadpleging en inspraak van het publiek moeten worden gepland in de verschillende fasen van de gestroomlijnde milieuprocedures. Het is raadzaam om het publiek vroeg, in de scoping-fase, te betrekken.”

“Indien voor de uit te voeren beoordelingen meerdere raadplegingen nodig zijn, moeten deze worden geïntegreerd in één enkele raadplegingsprocedure of in gecoördineerde procedures worden uitgevoerd.”

Redelijke maximumtermijnen vaststellen voor het informeren van het publiek en voor het houden van openbare raadplegingen, maakt de procedure gemakkelijker en efficiënter, zowel voor de bevoegde instanties als voor de opdrachtgevers”. De Commissie laat het aan het Hof van Justitie over om te bepalen wat een ‘redelijke termijn’ is voor het openbaar maken van het enige milieurapport.

Alternatieven

“De beslissing die na de gestroomlijnde milieubeoordelingen wordt genomen, kan ook informatie bevatten over alternatieve oplossingen, impactbeperkende maatregelen en, indien relevant, de compenserende maatregelen die in het kader van de passende beoordeling of het algemene MEB-rapport [n.v.d.r. project-mer-rapport] zijn vastgesteld met betrekking tot de Natura 2000-gebieden.”

Momenteel is men alleen in uitvoering van de Project-mer-richtlijn verplicht om maatregelen voor te stellen om de aanzienlijke nadelige effecten voor het milieu te vermijden, te voorkomen of te beperken en, indien mogelijk, te compenseren. Een dergelijke verplichting bestaat niet in het kader van de passende beoordeling ten aanzien van de Natura 2000-gebieden.

Richtsnoeren...

Commissie-richtsnoeren zijn op zich niet bindend. Maar het is aannemelijk dat toekomstige wijzigingen van de Europese milieuwetgeving conform zullen zijn aan deze richtsnoeren, en dat het Europees Hof van Justitie de richtsnoeren in overweging zal nemen wanneer het een betwisting voorgelegd krijgt.

De Commissie verdedigt haar richtsnoeren alvast door erop te wijzen dat ze de milieubescherming verbeteren door alle milieuoverwegingen te integreren in het besluitvormingsproces over de openbare en particuliere projecten die gepaard gaan met meerdere milieubeoordelingen, en dat ze economische zekerheid bieden aan de particuliere of private investeerders, doordat ze tegenstrijdigheden, vertragingen en administratieve onzekerheid vermijden.

Bron:Richtsnoeren van de Commissie inzake het stroomlijnen van milieueffectbeoordelingen uitgevoerd uit hoofde van artikel 2, lid 3, van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn (Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU), Pb.C. 27 juli 2016, afl. 273.
Zie ook:
  • Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, Pb.L. 22 juli 1962 (Habitatrichtlijn).
  • Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, Pb.L. 26 januari 2010 (Vogelrichtlijn).
  • Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, Pb.L. 22 december 2000 (Kaderrichtlijn Water of KRW).
  • Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging), Pb.L. 17 december 2010 (Richtlijn op de Industriële Emissies of RIE).

Carine Govaert

Richtsnoeren nr. 2016/C 273/01 van de Commissie inzake het stroomlijnen van milieueffectbeoordelingen uitgevoerd uit hoofde van artikel 2, lid 3, van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn (Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU)

Afkondigingsdatum : 27/07/2016
Publicatiedatum : 27/07/2016

Gepubliceerd op 28-07-2016

  105