Europa versterkt nationale mededingingsautoriteiten

Richtlijn (EU) nr. 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt

Europa wil dat concurrentieverstorende praktijken binnen Europa op een meer eenvormige manier worden aangepakt. Een nieuwe richtlijn versterkt daarom de minimale bevoegdheden van de nationale mededingingsautoriteiten.

Europa hecht veel belang aan de onafhankelijkheid van de nationale mededingingsautoriteiten (NMA’s). Politieke of andere externe inmenging is uit den boze, net als instructies van overheidsinstanties of andere publieke of private entiteiten. De NMA’s kunnen zelf hun prioriteiten stellen. Wat inhoudt dat ze op basis van die prioriteiten ook kunnen beslissen om klachten te verwerpen.

Ook de onderzoeks- en dwangbevoegdheden worden op één lijn gebracht: de NMA’s kunnen bedrijfsruimten inspecteren en de boeken inzien. Ook verzegeling behoort tot hun actiemogelijkheden. Ze hebben – maar dan enkel met machtiging van een gerechtelijke autoriteit – ook toegang tot bijvoorbeeld woningen. Ze kunnen alle informatie die verband houdt met hun onderzoek opvragen, zowel bij de betrokken ondernemingen als bij derden. Ze mogen ook verhoren afnemen.

Ze kunnen bij een vastgestelde inbreuk bevelen om aan dat gedrag een eind te maken. Wanneer de mededinging op ernstige en onherstelbare wijze beschadigd dreigt te worden, kunnen ze voorlopige maatregelen opleggen. Ze kunnen ook toezeggingsbesluiten nemen, mits ze over voldoende toezichtsmogelijkheden beschikken om de naleving van die toezeggingen na te gaan.

Ander belangrijk punt in de Europese richtlijn zijn de geldboeten en de dwangsommen. De lidstaten moeten de NMA’s de mogelijkheid geven om zelf geldboetes op te leggen bij een vastgestelde inbreuk of om die te vorderen via niet-strafrechtelijke gerechtelijke procedures. Het boetemaximum mag niet minder bedragen dan 10 procent van de wereldwijde omzet van de onderneming of ondernemingsvereniging. De NMA’s kunnen ook dwangsommen opleggen.

De richtlijn hamert ook op de clementiemogelijkheden bij deelname aan geheime kartels. Alle NMA’s moeten immuniteit tegen en vermindering van geldboeten kunnen verlenen aan partijen die een kartel naar boven brengen of daaraan meewerken. Privépersonen moeten gevrijwaard worden van vervolging.
De richtlijn legt vast aan welke voorwaarden men moet voldoen om voor clementie in aanmerking te komen. Ze bepaalt ook hoe clementieverklaringen bij de NMA’s kunnen ingediend worden – en dit zowel voor beknopte als voor volledige verzoeken.
Ondernemingen die immuniteit tegen geldboeten willen, kunnen - vóór ze het verzoek om immuniteit formeel indienen - eerst om een marker verzoeken voor een plaats in de clementierij. Op die manier krijgen ze tijd om de nodige informatie en het nodige bewijsmateriaal te verzamelen. De lidstaten kunnen in eenzelfde mogelijkheid voorzien voor verzoekers die om een vermindering van geldboeten vragen.

NMA’s kunnen wederzijdse bijstand vragen en bieden voor bijvoorbeeld de invordering van geldboeten en dwangsommen als de onderneming niet op het grondgebied van de verzoekende NMA gevestigd is. Of wanneer er daar onvoldoende activa beschikbaar zijn om de geldboete of de dwangsom in te vorderen.

De nieuw richtlijn treedt in werking op 3 februari 2019. De lidstaten hebben tot 4 februari 2021 om haar in hun nationale recht om te zetten.

Bron: Richtlijn (EU) nr. 2019/1 van 11 december 2018 van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt, Pb L 11, 14 januari 2019, p.3
Ilse Vogelaere
  137