Europa verbetert btw-regels voor grensoverschrijdende transacties

Richtlijn (EU) nr. 2018/1910 van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de harmonisatie en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten

Op verzoek van de Raad van de Europese Unie verbetert de Europese Commissie de btw-regels van de Unie voor grensoverschrijdende transacties.
Het gaat om verbeteringen met betrekking tot de rol van het btw-identificatienummer in het kader van de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen, de regeling inzake voorraad op afroep, ketentransacties en het bewijs van vervoer voor de vrijstelling met betrekking tot intracommunautaire handelingen.

De nieuwe regels zijn van toepassing vanaf 1 januari 2020.

Ze staan in richtlijn 2018/1910 van de Raad van 4 december 2018, die de btw-richtlijn wijzigt.

Voorraad op afroep

Met een ‘voorraad op afroep’ wordt de situatie bedoeld waarbij de leverancier op het tijdstip van vervoer van de goederen naar een andere lidstaat al de identiteit kent van de persoon die de goederen verkrijgt en aan wie de goederen in een later stadium en na aankomst ervan in de lidstaat van bestemming zullen worden geleverd. Daardoor ontstaat in de huidige situatie een gelijkgestelde levering (in de lidstaat van vertrek van de goederen) en een gelijkgestelde intracommunautaire verwerving (in de lidstaat van aankomst van de goederen), gevolgd door een ‘binnenlandse’ levering in de lidstaat van aankomst, en is het nodig dat de leverancier voor btw-doeleinden in die lidstaat wordt geïdentificeerd.

Om dit te voorkomen, zullen dergelijke transacties, indien zij tussen twee belastingplichtigen plaatsvinden, onder bepaalde voorwaarden als één vrijgestelde levering in de lidstaat van vertrek en één intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst worden beschouwd.

Om een adequate follow-up van de goederen door de belastingdiensten te waarborgen, moeten zowel de leverancier als de afnemer een register bijhouden van de voorraad goederen op afroep waarop deze regels van toepassing zijn. Bovendien moet de identiteit van de afnemers aan wie de in het kader van de regeling voorraad op afroep verzonden goederen zullen worden geleverd, in een later stadium in de lijst van de leverancier worden vermeld.

(nieuw art. 17bis, wijziging art. 243, lid 3 en wijziging art. 262, btw-richtlijn; art. 1, richtlijn (EU) 2018/1910).

Ketentransacties

‘Ketentransacties’ zijn opeenvolgende leveringen van dezelfde goederen die aan waarbij de geleverde goederen aan één enkel intracommunautair vervoer tussen twee lidstaten zijn onderworpen. De intracommunautaire beweging van de goederen moet uitsluitend worden toegeschreven aan één van de leveringen, en alleen die levering moet in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling voor intracommunautaire leveringen. De andere leveringen in de keten moeten worden belast, waarvoor de btw-identificatie van de leverancier in de lidstaat van levering nodig zou kunnen zijn.

Om te voorkomen dat lidstaten een andere aanpak volgen, die tot dubbele belastingheffing of niet-belastingheffing kan leiden, en om de rechtszekerheid voor marktdeelnemers te vergroten, wordt als gemeenschappelijke regel vastgesteld dat het vervoer van de goederen aan één levering binnen de keten van transacties moet worden toegeschreven mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

(nieuw art. 36bis, btw-richtlijn; art. 1, richtlijn (EU) 2018/1910).

Btw-identificatienummer en vrijstelling voor de levering van goederen in het intracommunautaire handelsverkeer

De lidstaten zullen vrijstelling verlenen voor de levering van goederen die door of voor rekening van de verkoper of de afnemer worden verzonden of vervoerd naar een bestemming buiten hun respectieve grondgebied, maar binnen de Gemeenschap, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  • de goederen worden geleverd aan een andere belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig handelt in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt;
  • de belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon aan wie de levering wordt verricht, is voor btw- doeleinden geïdentificeerd in een andere lidstaat dan die waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, en heeft zijn btw-identificatienummer aan de leverancier meegedeeld.

Deze vrijstelling zal niet gelden indien de leverancier niet voldoet aan de in de artikelen 262 en 263 van de btw-richtlijn neergelegde verplichting om een lijst in te dienen of indien de door hem ingediende lijst niet de krachtens artikel 264 van de btw-richtijn vereiste correcte informatie betreffende deze levering bevat, tenzij de leverancier deze tekortkoming terdege kan verantwoorden ten opzichte van de bevoegde autoriteiten.

(wijziging lid 1 en nieuw lid 1bis, art. 138, btw-richtlijn; art. 1, richtlijn (EU) 2018/1910).

In werking

De lidstaten moeten uiterlijk op 31 december 2019 aan richtlijn (EU) 2018/1910 voldoen.
Ze passen de bepalingen van deze richtlijn toe met ingang van 1 januari 2020.

Richtlijn (EU) 2018/1910 treedt in werking op 27 december 2018.

Bron: Richtlijn (EU) 2018/1910 van de Raad van 4 december 2018 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de harmonisatie en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten, Pb.L. 311, 7 december 2018, 3.
Zie ook:
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, Pb.L. 347, 11 december 2006, 1, err., Pb.L. 335, 20 december 2007, err., Pb.L. 158, 21 juni 2018 (btw-richtlijn).
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  1394