Europa herschikt regels op justitiële samenwerking

Verordening (EU) nr. 2020/1783 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (bewijsverkrijging) (herschikking)

De Europese Unie trekt haar verordeningen 1206/2001 op de bewijsverkrijging en 2018/1725 op de betekening en kennisgeving van stukken in burgerlijke en handelszaken in en vervangt die door 2 herschikte teksten.

Bewijsverordening

De herschikte bewijsverordening of Verordening (EU) 2020/1783 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken verbetert en versnelt de grensoverschrijdende verkrijging van een bewijs.

Elektronische communicatie en uitwisseling van bewijsmateriaal wordt de standaard, behalve wanneer dat niet mogelijk is, zoals bij DNA-stalen of bloedmonsters. De verordening bevordert het gebruik van moderne communicatiemiddelen – zoals videoconferenties – voor het rechtstreeks horen van getuigen of deskundigen uit een andere lidstaat. Ze regelt de onderlinge erkenning van digitale bewijzen. En ze maakt het mogelijk dat diplomatieke of consulaire ambtenaren bewijsmateriaal inzamelen in de lidstaat waar zij hun functie uitoefenen, zonder dat daarvoor eerst een verzoek moet worden gericht aan het centrale orgaan of de bevoegde autoriteit van die lidstaat. De verordening voert ook een definitie in van het begrip ‘gerecht’ en maakt zo een einde aan de uiteenlopende interpretaties over het toepassingsgebied.

Verordening 2020/1783 bevat in bijlage een concordantietabel en 14 modelformulieren, die de Europese Commissie kan bijwerken. Waaronder het eigenlijke Verzoek om bewijsverkrijging (Formulier A) en een model van Verzoek om informatie over vertraging (Formulier F) en Antwoord op verzoek om informatie over vertraging (Formulier G).

Verordening 2020/1783 regelt de bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken; niet in fiscale, douane- of administratieve zaken. Ze is van toepassing vanaf 1 juli 2022.

Betekeningverordening

De herschikte verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken regelt de verzending van stukken van de ene lidstaat naar de andere, met het oog op een betekening of kennisgeving in die andere lidstaat.

De communicatie en uitwisseling van (gerechtelijke) stukken tussen de verzendende en ontvangende instanties gebeurt ook hier bij voorkeur elektronisch, via een gedecentraliseerd IT-systeem, zoals e-CODEX. De verordening laat wel nog toe om traditionele methoden te gebruiken bij een onvoorziene en uitzonderlijke verstoring van het IT-systeem. De postdiensten gebruiken een specifiek formulier (‘Ontvangstbevestiging’) wanneer de betekening of kennisgeving plaats vindt per post. De verordening zegt ook in welke mate de postbodes of koeriers het stuk aan een andere persoon mogen overhandigen (bv. een inwonend gezinslid). De lidstaten moeten hulp bieden bij het achterhalen van de verblijfplaats van een bestemmeling. Buitenlandse partijen kunnen verplicht worden om een vertegenwoordiger aan te wijzen voor de betekening of kennisgeving. En de bestemmeling kan vanaf nu een stuk weigeren wanneer het niet in een passende taal werd opgesteld of vertaald.

Verordening 2020/1784 bevat in bijlage een concordantietabel en 12 formulieren, waaronder het model van Aanvraag om betekening of kennisgeving van stukken en een nieuw model van Ontvangstbevestiging en van Mededeling aan de geadresseerde over zijn recht om te weigeren een stuk te aanvaarden (omdat dat stuk niet werd opgesteld in één van de officiële talen op de plaats van bestemming). De Commissie kan deze modellen bijwerken.

Net als de herschikte bewijsverordening is de herschikte betekeningverordening – globaal genomen – van toepassing vanaf 1 juli 2022 en is ze niet van toepassing in fiscale, douane of administratieve zaken.

Zie ook:
Carine Govaert
  128