Europa gaat consumenten beter beschermen: strengere straffen bij inbreuken, eenvoudige claims en meer transparantie bij online-aankopen

Richtlijn (EU) nr. 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de Unie

Europa wil consumenten beter beschermen tegen misbruik en oneerlijke handelspraktijken. Met strengere straffen bij inbreuken, een duidelijk kader voor claims en meer waarborgen bij online aankopen. Basis voor deze modernisering van het consumentenbeschermingsrecht is Richtlijn 2019/2161. De lidstaten krijgen tot 28 november 2021 de tijd om de bepalingen om te zetten in nationaal recht. Toepassing is verplicht vanaf 28 mei 2022.

Uniforme criteria voor toepassen sancties

Europese lidstaten zijn verplicht om te voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken, maar de sanctiemechanismen die ze op dit moment voorzien verschillen sterk per lidstaat. De straffen zijn vaak ook te laag om echt een ontradende werking te hebben, in het bijzonder voor bedrijven die in verschillende landen en op grote schaal actief zijn.
Europa lanceert daarom een nieuw systeem: de lidstaten mogen nog steeds kiezen welke sancties ze opleggen, maar zijn moeten bij het opleggen ervan rekening houden met een aantal ‘gemeenschappelijke niet-limitatieve en indicatieve criteria’. Denk aan de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk, het bestaan van eerdere inbreuken, eventuele compensatiemaatregelen die genomen zijn en sancties voor gelijkaardige inbreuken in andere lidstaten.

Zware geldboete bij grensoverschrijdende inbreuken

Grensoverschrijdende inbreuken – bijvoorbeeld misleidende reclame in andere lidstaten (Verordening 2017/2394) – moeten via een geldboete kunnen worden bestraft. Richtlijn 2019/2161 verplicht de lidstaten om dit in hun nationale regels te voorzien.
De lidstaten mogen de hoogte van de boete bepalen, maar Europa legt een drempel op: de bevoegde nationale autoriteit moet een geldboete kunnen opleggen van ten minste 4% van de jaaromzet van de verkoper of leverancier in de betrokken lidstaat of lidstaten. Is de jaaromzet niet gekend, dan is de drempel 2 miljoen euro.

Stevig kader voor claims

Alle lidstaten moeten ervoor zorgen dat consumenten die schade hebben geleden door oneerlijke handelspraktijken toegang krijgen tot ‘evenredige en doeltreffende remedies’. Zoals een schadevergoeding en – waar relevant – een prijsvermindering of een beëindiging van de overeenkomst. De lidstaten mogen de toepassingsvoorwaarden en rechtsgevolgen zelf bepalen.

Meer waarborgen bij online-aankopen

E-commerce wint steeds meer terrein. Europa bouwt daarom extra bescherming in voor consumenten die online aankopen doen. Sleutel daarbij is transparantie. Handelaren zullen consumenten bijvoorbeeld moeten informeren over hoe de zoekresultaten tot stand komen. Ze moeten hen ook laten weten of de derde die goederen diensten of digitale inhoud aanbiedt een handelaar of een individu is.
In dit kader zien we ook dat het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/83/EU wordt uitgebreid tot gratis digitale diensten.
In werking: de richtlijn treedt in werking op 7 januari 2020 (20 dagen na publicatie in het Europees Publicatieblad)
Bron: Richtlijn (EU) 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de Unie, Pb.L. 18 december 20019, afl. L328/3.
  485