EU krijgt meer controle over energiecontracten lidstaten

De Europese Commissie stelt vast dat sommige intergouvernementele overeenkomsten over de levering van gas, olie of elektriciteit niet stroken met het Unierecht. En dat kan leiden tot problemen met een stabiele energievoorziening binnen de Unie.De Commissie kan de energie-overeenkomsten achteraf wel opvragen, maar dan liggen de afspraken al vast.Om dat te vermijden, moet de Commissie vanaf nu veel vroeger geconsulteerd worden.

‘Intergouvernementele overeenkomst’ en andere…

Als een lidstaat van plan is om onderhandelingen aan te knopen met een derde land of met een internationale organisatie om een bestaande intergouvernementele overeenkomst te wijzigen of om een nieuwe intergouvernementele overeenkomst te sluiten, moet zij voortaan de Europese Commissie op de hoogte stellen, en dit schriftelijk en ‘op het vroegst mogelijke moment voorafgaand aan de geplande opening van de onderhandelingen’.

Mispak u niet aan de term ‘intergouvernementele overeenkomst’. Die slaat in dit geval op élke bindende overeenkomst tussen één of meer lidstaten en één meer derde landen of intergouvernementele organisaties – wat ook de benaming ervan is: overeenkomst, memorandum, gemeenschappelijk optreden, gedragscode,… De enige voorwaarde is dat de onderhandelingen moeten gaan over de aankoop, handel, verkoop, doorvoer, opslag of levering van energie of over het aanleggen of exploiteren van energie-infrastructuur.

Commissie kijkt mee…

De Europese Commissie moet niet alleen zo vroeg mogelijk op de hoogte gebracht worden van de intentie om onderhandelingen aan te knopen. Zij moet ook geregeld op de hoogte gebracht worden van de evolutie van de onderhandelingen.

Als de afspraken betrekking hebben op olie of gas (of olie- of gasinfrastructuur), moet de ontwerptekst – vóór de formele overeenstemming – voorgelegd worden aan de Commissie, zodat die kan beoordelen of de tekst wel conform het Unierecht is. Immers, olie en gas hebben volgens de Commissie ‘momenteel de grootste relatieve effecten op het goed functioneren van de interne energiemarkt en op de energievoorzieningszekerheid van de Unie’.Als de ontwerpovereenkomst naar andere documenten verwijst, waarin de deal wordt uitgediept, dan moeten die andere documenten meegeleverd worden. Ook al gaat het volgens de betrokkenen om ‘vertrouwelijke informatie’.

Op het vlak van elektriciteit is Europa iets soepeler. Ontwerpovereenkomsten over elektriciteit moeten alleen voorgelegd worden als de betrokken lidstaat twijfelt of een bepaald aspect wel conform het Unierecht is.

Wanneer de overeenkomst definitief wordt ondertekend, wordt de Commissie opnieuw verwittigd. Als een lidstaat in de definitieve overeenkomst is afgeweken van het beoordelingsadvies van de Commissie, moet zij die afwijking schriftelijk motiveren.

Meer coördinatie

De Europese Commissie stimuleert tot slot de coördinatie tussen de lidstaten met het oog op:

  • het beoordelen van ontwikkelingen m.b.t. intergouvernementele overeenkomsten en het nastreven van consistentie en coherentie in de externe betrekkingen op energiebied met producerende, doorvoer- en afnemerlanden;
  • het identificeren van gemeenschappelijke problemen i.v.m. intergouvernementele overeenkomsten en het overwegen van passende maatregelen voor deze problemen en, waar passend, het aandragen van richtsnoeren en oplossingen; en
  • het ondersteunen, waar passend, van de ontwikkeling van multilaterale intergouvernementele overeenkomsten met meerdere lidstaten of met de Unie als geheel.

De Commissie moet tegen 3 mei 2018 (facultatieve) standaardclausules en richtsnoeren klaar hebben voor energieovereenkomsten. Zij moet tegen die datum ook een lijst opgesteld hebben van clausules die indruisen tegen het Unierecht en dus niet gebruikt mogen worden.

Niet bij B2B

De verplichting om de Commissie te informeren, is niet van toepassing op overeenkomsten tussen ondernemingen. Bedrijven kunnen echter wel hun voordeel doen met de standaardclausules en richtsnoeren die de Commissie zal opstellen. Energiecontracten die in overeenstemming zijn met die clausules en richtsnoeren, zullen de wettelijkheidstoets van het Europees Hof van Justitie doorstaan.

Van toepassing:

  • Europese Unie.
  • 2 mei 2017.

Bron:Besluit (EU) 2017/684 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten en niet-bindendende instrumenten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied, en tot intrekking van Besluit nr. 994/2012/EU, Pb.L. 12 april 2017, afl. 99.

Carine Govaert

Besluit (EU) nr. 2017/684 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten en niet-bindende instrumenten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied, en tot intrekking van Besluit nr. 994/2012/EU

Afkondigingsdatum : 05/04/2017
Publicatiedatum : 12/04/2017

Gepubliceerd op 13-04-2017

  139