EU-burgers en familie gratis dringende medische hulp ontzeggen, mag niet

EU-burgers moeten zich tijdens de eerste 3 maanden van hun verblijf in ons land, kunnen richten tot het OCMW voor gratis dringende medische hulp. Net als hun familieleden die hier legaal verblijven. Dat blijkt uit een arrest van 30 juni 2014 van het Grondwettelijk Hof.

Het Hof vindt de huidige bepaling in de Asielwetgeving discriminerend. Sinds 27 februari 2012 stelt de OCMW-wet (57quinquies) immers dat OCMW’s geen maatschappelijke dienstverlening verschuldigd zijn aan EU-burgers en hun familieleden gedurende de eerste 3 maanden van het verblijf of gedurende een langere periode als ze geen duurzaam verblijfsrecht hebben.

In de praktijk zijn er echter soms EU-burgers die gedurende de eerste 3 maanden van hun verblijf noch onder de Belgische ziekteverzekering, noch onder die van hun land van herkomst vallen en die niet beschikken over een verzekering die de ziektekosten in ons land volledig dekken. Wanneer zij op dat moment beroep doen op het sociale bijstandstelsel, kan hun verblijfsrecht worden beëindigd en kunnen ze teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Een maatregel waardoor hun situatie niet fundamenteel verschilt van die van illegale vreemdelingen, zegt het Hof. Alleen hebben illegale vreemdelingen op basis van artikel 57§2 van de OCMW-wet wel recht op dringende medische hulp. Het gaat dan om hulp met een uitsluitend medisch karakter, waarvan de dringendheid met een medisch getuigschrift wordt aangetoond; ambulant of in een verplegingsinstelling; preventief of curatief . Terwijl dit dus niet het geval is voor EU-burgers en hun familie tijdens hun eerste 3 verblijfsmaanden of zelfs nog langer als ze alleen voorwaardelijk verblijfsrecht hebben.

Een verschil in behandeling dat niet redelijk verantwoord is volgens het Hof. Het betrokken artikel 12 van de wet van 19 januari 2012 wordt dan ook vernietigd. Maar alleen ‘in zoverre het van toepassing is op EU-onderdanen die de status van werknemer (al dan niet in loondienst) hebben of behouden en op hun familieleden die hier legaal verblijven, en in zoverre het de OCMW’s toelaat de dringende medische hulp te weigeren aan EU-burgers en aan hun familieleden gedurende de eerste drie maanden van hun verblijf’.

Het Hof benadrukt hierbij wel dat artikel 57quinquies een wettig doel nastreeft in zoverre het de financierbaarheid van het sociale bijstandsstelsel wil verzekeren. Dit blijkt ook uit richtlijn 2004/38/EG dat streeft naar een evenwicht tussen het vrije verkeer van personen in de EU en de zorg om het systeem van sociale bescherming te kunnen blijven financieren. Bovendien is een uitsluiting van dringende medische hulp voor EU-burgers tijdens hun eerste 3 verblijfsmaanden pertinent t.a.v. het nagestreefde doel. De beperking leidt er immers toe dat het OCMW en de federale overheid de medische kosten niet ten laste moeten nemend. Maar deze uitsluiting is zoals hierboven aangegeven, niet evenredig met het nagestreefde doel én discriminerend.

Bron: GwH 30 juni 2014, nr. 95/2014.

Laure Lemmens

Wet tot wijziging van de wetgeving met betrekking tot de opvang van asielzoekers

Afkondigingsdatum : 19/01/2012
Publicatiedatum : 17/02/2012

Gepubliceerd op 08-08-2014

  161