Ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen verjaren niet

Wet tot wijziging van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wat de afschaffing van de verjaring van ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen betreft

Daders van ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen kunnen voortaan altijd vervolgd worden. De strafvordering verjaart niet meer.  Een rechtszaak tegen de daders is dus steeds mogelijk, ook al doen de minderjarige slachtoffers pas tientallen jaren later aangifte van het misbruik.

De strafvordering verjaart niet meer voor bv. voyeurisme, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, online grooming, organisatie en exploitatie van prostitutie, kinderpornografie, genitale verminking en mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting. Dit alles onder de voorwaarde dat deze misdrijven gepleegd zijn op minderjarigen.

Tot nu geldt er voor seksuele misdrijven op minderjarigen in de meeste gevallen een verjaringstermijn van 15 jaar, soms 20 jaar. Die termijn begint te lopen vanaf de meerderjarigheid van het slachtoffer. Maar slachtoffers zijn vaak pas vele jaren na de feiten klaar om het seksuele misbruik naar buiten te brengen. Vaak is de strafvordering dan al verjaard. Om te vermijden dat daders ongestraft kunnen blijven rondlopen, wordt de verjaringstermijn dus afgeschaft.

Voor seksuele misdrijven op meerderjarigen verandert er niets. De huidige verjaringstermijnen blijven gelden.

De wet van 14 november 2019 en de reparatiewet van 5 december 2019 zijn in werking getreden op 30 december 2019.

Bron: Wet van 14 november 2019 tot wijziging van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wat de afschaffing van de verjaring van ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen betreft, BS 20 december 2019
Bron: Wet van 5 december 2019 tot wijziging van artikel 21 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering
Zie ook:
Ilse Vogelaere
  1343