Eigen Vlaamse onteigeningsregels gelden sinds 1 januari 2018

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017

Het decreet dat eigen onteigeningsregels invoert voor bijna alle onteigeningen op het grondgebied van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, is op 1 januari 2018 in werking getreden. Dat blijkt uit het uitvoeringsbesluit, dat zelf pas op 12 januari 2018 werd gepubliceerd.
Een aantal digitale bepalingen moet wel nog uitvoering krijgen in een apart ministerieel besluit.
Het onteigeningsbesluit regelt niet alleen de datum van inwerkingtreding van de Vlaamse onteigeningsregels. Het preciseert ook wat er moet gebeuren tijdens de nieuwe onderhandelingsfase, hoe het openbaar onderzoek over het voorlopige onteigeningsbesluit moet verlopen, en welke documenten moeten worden voorgelegd wanneer de onteigenende instantie een machtiging nodig heeft om tot onteigening te kunnen overgaan.

Plicht tot onderhandelen

Het Vlaams onteigeningsdecreet zegt dat elke instantie die een onroerend goed of een zakelijk recht op een onroerend goed wenst te onteigenen, eerst een aantoonbare poging moet ondernemen om het bewuste goed of recht via onderhandelingen te verwerven.
Het besluit zegt nu hóe de onteigenende overheid kan bewijzen dat zij effectief aan die onderhandelingsplicht heeft voldaan. Onder meer wanneer de eigenaar of zakelijkrechthouder weigert om het proces-verbaal van de onderhandelingen te ondertekenen.
De overheid moet ook kunnen aantonen dat zij de vergoeding voor de minnelijke verwerving grondig heeft toegelicht. Zowel wat het totale bedrag van de vergoeding betreft, als wat de vergoeding voor de verschillende onderdelen van het goed of recht betreft.

Schriftelijk aanbod

Als de onderhandelingsprocedure op niets uitdraait, kan de onteigenende instantie overgaan tot de eigenlijke onteigening. Die procedure omvat een zogenaamd schriftelijk aanbod. Het schriftelijk aanbod moet volgens het onteigeningsbesluit het bedrag van de aangeboden vergoeding én de samenstellende delen ervan bevatten.
Het besluit beschrijft opnieuw hoe de onteigenende instantie kan bewijzen dat zij het schriftelijk aanbod correct heeft geformuleerd, en toegelicht.
Het besluit verduidelijkt ook dat de vergoeding uit 2 delen kan bestaan: een vergoeding voor het te onteigenen onroerend goed of voor het zakelijk recht op een onroerend goed enerzijds, en een vergoeding voor de houder van een ander zakelijk recht of persoonlijk recht op dat goed anderzijds. Een vergoeding voor een ander zakelijk recht is bijvoorbeeld een vergoeding voor de huurder of pachter va n het goed.
Voor het berekenen van die vergoeding wordt er rekening gehouden met de duur van het recht of van de activiteit, met het type en met de omvang van het gebruik, aldus het besluit.

Openbaar onderzoek

Na het opmaken van het voorlopig onteigeningsbesluit organiseert de onteigenende instantie een openbaar onderzoek over de voorgenomen onteigening. Het openbaar onderzoek duurt 30 dagen en wordt in eerste instantie online aangekondigd: op website van de gemeente waar het goed gelegen is, en op de website van de instantie die onteigent.
Op vraag van de gemeenten wordt de aankondiging van het openbaar onderzoek ook nog altijd aangeplakt ter plaatse, wordt die bekendgemaakt via een lokaal drukwerk, en wordt die gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De eigenaars en zakelijkrechthouders krijgen een persoonlijk bericht.
Het besluit zegt onder meer welke informatie in het bericht en op de affiche moet staan.

Zelfrealisatie

De eigenaar van een onroerend goed of de houder van een zakelijk recht dat is opgenomen in een voorlopig onteigeningsbesluit, kan tijdens het openbaar onderzoek een verzoek tot zelfrealisatie indienen bij de onteigenende instantie. De verzoeker engageert zich dan om het doel dat de Vlaamse overheid voor ogen had, zélf te realiseren. Zelfrealisatie is echter alleen toegelaten als de verzoeker volgens de overheid aantoonbaar bereid én in staat is om de doelstelling zelf te realiseren.
Het besluit somt een aantal middelen op waarmee de verzoeker kan aantonen dat hij bereid is en (financieel) in staat is om dat te doen. Zoals: een bankverklaring, een jaarrekening, een bewijs van technische of beroepsbekwaamheid als de betrokkene de werken zelf wil uitvoeren, een bankgarantie of een financiële zekerheidsstelling.
In bijlage bij het besluit zit alvast een ‘Model van bankverklaring’.

Machtiging tot onteigening

Het besluit gaat ook even in op wat er in de machtiging tot onteigening moet staan. De Vlaamse regering – en vanaf nu ook de provincies en gemeenten – kunnen immers zelfstandig beslissen om een onteigening te organiseren, maar de andere instanties hebben daarvoor een machtiging nodig.
Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel heeft zo een machtiging nodig van de Vlaamse regering.
De besturen van polders en wateringen, de ruilverkavelingscomités, Aquafin en de waterzuiveringsmaatschappijen, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, de universiteiten, de OCMW’s, de autonome gemeente- en provinciebedrijven, enz. hebben daarvoor een machtiging nodig van de betrokken provincie of gemeente.
Het verzoek tot machtiging is volgens het uitvoeringsbesluit een dossier met een 10-tal documenten. Het besluit somt ze op: het voorlopig onteigeningsbesluit, het verslag van het openbaar onderzoek, de bewijzen dat er onderhandeld werd of dat daartoe toch pogingen werden gedaan, de bodemattesten van alle percelen, een uittreksel uit het plannen- en vergunningenregister of vergelijkbare vastgoedinformatie, enz.
De instantie die de machtiging moet verlenen, beschikt slechts over een termijn van 30 dagen om de machtiging te verlenen. Bij een samenloop met een andere procedure is de termijn nóg korter: slechts 15 dagen.

Wachten op digitale uitwisselingsplatform

De Vlaamse overheid werkt tot slot aan een platform waarop alle documenten die met de onteigening te maken hebben, digitaal kunnen uitgewisseld worden. Het digitale platform haalde echter de deadline van 1 januari 2018 niet.
Minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Vervoer Ben Weyts zal nog een ministerieel besluit publiceren om aan te kondigen wanneer het digitale uitwisselingsplatform klaar is voor gebruik.
De Vlaamse onteigeningsregeling komt in de plaats van de 4 federale onteigeningswetten. Die federale wetten zullen in Vlaanderen alleen nog van toepassing zijn op onteigeningen die uitgaan van de federale overheid.
Op de Vlaamse instellingen in Brussel zijn zowel Vlaamse, als federale onteigeningsvoorschriften van toepassing.
Van toepassing:
  • Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap (gedeeltelijk).
  • Vanaf 1 januari 2018 (retroactief).
  • Wordt verwacht: uitvoeringsbesluit voor digitaal uitwisselingsplatform.
Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2017 tot uitvoering van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, BS 12 januari 2018 [onteigeningsbesluit].
Zie ook:
  • Decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut, BS 25 april 2017 [onteigeningsdecreet].
Carine Govaert
wegenwerken
  731