Eenoudergezin ziet onderbrekingsuitkering bij zorg voor kind verder stijgen

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking

Alleenstaande ouders die hun loopbaan onderbreken of verminderen om voor hun kind te zorgen, hebben sinds 2017 recht op een hogere onderbrekingsuitkering. Het gaat om de uitkering bij ouderschapverlof, bij verlof voor medische bijstand en bij palliatief verlof. Op 1 mei 2019 is de uitkering voor een eerste keer fors verhoogd (+14%). Op 1 januari 2020 komt daar een nieuwe stijging bij, dit keer met 4,5%. Die extra verhoging moet alleenstaande ouders nog beter toelaten om werk en zorg voor hun kind te combineren en vermijden dat ze in armoede terecht komen als ze minder gaan werken.

De werknemer heeft alleen recht op de verhoogde onderbrekingsuitkering als hij uitsluitend samenwoont met een of meerdere kinderen die hij ten laste heeft. Hij is ouder in eerste graad van het inwonende kind of moet de dagelijkse opvoeding op zich nemen. De verhoogde uitkering loopt maar tot het kind een bepaalde leeftijd bereikt: 18 jaar voor medisch zorgverlof of palliatief verlof, 12 jaar voor ouderschapsverlof en 21 jaar bij een kind met een handicap.

De verhoging geldt zowel voor een volledige onderbreking, als voor een halftijdse onderbreking en een onderbreking met een vijfde.

Het nieuwe KB van 28 mei 2019 treedt in werking op 1 januari 2020.

Bron: Koninklijk besluit van 28 mei 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 24 juni 2019
Zie ook:
Koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (art. 6/2 en 6/3)
Ilse Vogelaere
  8