Eenheid van loopbaan opgeheven voor daadwerkelijke arbeidsperioden

Wet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de pensioenregelingen voor werknemers en zelfstandigen, wat betreft het beginsel van de eenheid van loopbaan en het vervroegd rustpensioen

Het beginsel van de eenheid van loopbaan geldt in de toekomst niet meer voor de daadwerkelijke arbeidsperioden die gepresteerd worden boven de grens van 14.040 voltijdse equivalenten (VTE). Voor pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2019 zal het pensioen worden toegekend voor alle gewerkte dagen, ook als de loopbaan meer dan 14.040 VTE bevat.

Wie langer werkt dan een volledige loopbaan wordt dus beloond en zal, in vergelijking met de huidige reglementering, een hoger pensioenbedrag ontvangen. Op die manier wil men de link versterken tussen de gepresteerde loopbaan en het pensioenbedrag voor werknemers en zelfstandigen.

Eenheid van loopbaan

Het principe van de beperking tot de eenheid van loopbaan werd al een eerste keer hervormd op 1 januari 2015. Sindsdien wordt de loopbaan in dagen geteld – een volledige loopbaan telt 14.040 dagen (45 x 312 dagen) - in plaats van in jaren.

De loopbaan die voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, kan op dit moment ten hoogste 14.040 voltijdse dagequivalenten (VTE) tellen. Indien de loopbaan dat maximum overschrijdt, worden de meest voordelige dagen toegekend, zonder onderscheid tussen de arbeidsdagen en de gelijkgestelde dagen. In geval van overschrijding, wordt tot een maximum van 1.560 dagen VTE uitgesloten uit de berekening (gelijk aan vijf voltijdse loopbaanjaren).

De beperking van de eenheid van loopbaan is niet van toepassing op ambtenaren omdat er in hun stelsel op alle vlakken andere regels gelden. Zo worden hun pensioenrechten bepaald door het loon in de laatste tien jaar van hun loopbaan.

Bijkomende pensioenrechten

Nu kent de wetgever, voor de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2019 en in geval van overschrijding van de eenheid, bijkomende pensioenrechten toe voor effectieve arbeidsdagen. De werkdagen na 14.040 dagen zullen dus niet meer worden uitgesloten.

Voor de zelfstandigen is die toekenning mogelijk voor de kwartalen waarin de zelfstandige, de helper of de meewerkende echtgenoot zijn beroepsbezigheid verder zet en waarvoor hij bijdragen betaalt voor een hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot, of voor de kwartalen waarin hij een bijberoep uitoefent waarvoor hij bijdragen betaalt die minstens gelijk zijn aan de bijdragen voor een hoofdberoep. Het gaat hier dus om kwartalen waarin de zelfstandige werkelijk actief was en pensioenvormende bijdragen betaalde.

In geval van een gemengde loopbaan werknemer-publieke sector, wordt eerst het aantal dagen gepresteerd in de publieke sector afgetrokken van de globale beroepsloopbaan van 14.040 VTE. Daarna worden de dagen gepresteerd als werknemer en zelfstandige chronologisch in aanmerking genomen om de grens van 14.040 VTE te bepalen.
Dezelfde principes zullen toegepast worden zowel voor het rust- en overlevingspensioen als voor de overgangsuitkering. Het maximum aantal VTE die in aanmerking komen bij de berekening van het overlevingspensioen of de overgangsuitkering stemt niet altijd overeen met 14.040 VTE gezien de mogelijkheid van een vroegtijdig overlijden.

Om de 14.040ste VTE (of het maximum aantal VTE voor het overlevingspensioen en de overgangsuitkering) te bepalen voor de toekenning van de daadwerkelijke arbeidsdagen, wordt de beroepsloopbaan op een globale wijze in aanmerking genomen door rekening te houden met de VTE van een andere pensioenregeling, van de pensioenregeling voor werknemers en de pensioenregeling voor zelfstandigen.

Gelijkgestelde dagen

In geval van een overschrijding van de eenheid door gelijkgestelde dagen wordt het huidige systeem gehandhaafd. Voor de gelijkgestelde dagen na de 14.040ste dag wordt het huidige beginsel van de eenheid van loopbaan dus toegepast door de 14.040 meest voordelige VTE in aanmerking te nemen. Die dagen zullen dus geen opbouw van bijkomende pensioenrechten genereren.

We moeten aanstippen dat men het verbod schrapt voor de begunstigden op een voltijds conventioneel brugpensioen of op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) om hun vervroegd pensioen op te nemen. Daardoor kunnen die begunstigden voortaan hun vervroegd rustpensioen opnemen zodra zij de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden vervullen.

Uit een bijhorend verslag blijkt dat een KB overgangsbepalingen en uitzonderingen zal bevatten:
  • personen die een loopbaan van 14.040 dagen bereiken vóór 1 september 2017 zullen niet onderworpen zijn aan de beperking van de gelijkstelling voor de werkloosheid (met bedrijfstoeslag) voor de opbouw van pensioenrechten na het bereiken van de eenheid van loopbaan;
  • er geldt een permanente uitzondering voor personen die vroeg zijn beginnen werken en een loopbaan van 14.040 dagen bereiken vooraleer ze aan de voorwaarden om vervroegd op pensioen te gaan voldoen: in hun geval zullen de gelijkstellingen voor werkloosheid (met bedrijfstoeslag) doorlopen tot het ogenblik waarop ze aan de voorwaarden voldoen om vervroegd op pensioen te gaan.

In werking

De wet van 5 december 2017 treedt pas in werking op 1 januari 2019. De regels zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2019 ingaan, met uitzondering van de overlevingspensioenen berekend op basis van rustpensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten laatste op 1 december 2018 ingegaan zijn.

Bron: Wet van 5 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de pensioenregelingen voor werknemers en zelfstandigen, wat betreft het beginsel van de eenheid van loopbaan en het vervroegd rustpensioen, BS 29 december 2017
Steven Bellemans
  379