Dringend gevraagd: meer woonwagenterreinen

Er blijft in Vlaanderen een groot tekort aan residentiële- en doortrekkersterreinen voor woonwagenbewoners. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering en Wonen, Liesbeth Homans, wil daarom dat gemeenten prioriteit geven aan het probleem en extra plaatsen creëren. In een omzendbrief van 5 juni 2015 herhaalt ze hoe gemeenten doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen kunnen aanleggen en welke subsidies ze daarvoor kunnen krijgen.

Inspanningen zijn onvoldoende

De Vlaamse overheid komt al jaren tegemoet in de kosten van de verwerving, inrichting, renovatie of uitbreiding van woonwagenterreinen bestemd voor woonwagenbewoners. Provincies, gemeenten, OCMW’s, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Vlaamse Gemeenschapscommissie en sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen tot 90% van de kosten recupereren.

Ondanks deze tegemoetkoming, is er in Vlaanderen nog steeds een aanzienlijk tekort aan terreinen en standplaatsen. Er zijn slechts 78 standplaatsen, verdeeld over 4 doortrekkersterreinen in Gent, Kortrijk, Beersel en Antwerpen.

De Vlaamse overheid wil dat aantal gevoelig optrekken. Een ambitie die destijds ook werd geconcretiseerd in het Strategisch Plan Woonwagenbewoners 2012-2015. Hoewel er in heel wat steden en gemeenten inspanningen worden geleverd om meer standplaatsen te creëren, blijken ze nog ruim onvoldoende om de rondtrekkende woonwagenbevolking op een goede manier op te vangen en hen het recht op wonen te verzekeren.

Minister Homans wil dan ook dat de gemeenten er dringend werk van maken.

Doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen

Ze herinnert de gemeenten aan de informatiebrochure ‘Wonen op wielen’, een praktische handleiding voor wie woonwagenterreinen wil aanleggen en beheren. Zowel residentiële woonwagenterreinen als doortrekkersterreinen. De omzendbrief richt zich in de eerste plaats op de aanleg van doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen.

Doortrekkersterreinen zijn terreinen bestemd voor het tijdelijk plaatsen van verkeerswaardige woonwagens. Ze bieden volgens Homans een belangrijk voordeel dat rondtrekkenden op een structurele en duurzame wijze kunnen worden opgevangen. Ruimte en nutsvoorzieningen kunnen structureel worden aangelegd op goed uitgekozen plaatsen, rekening houdend met de veiligheid en toegankelijkheid en in harmonie met de buurtbewoners en de omgeving. De Vlaamse overheid adviseert kleinschalige terreinen met 10 tot 25 standplaatsen.

Zolang er onvoldoende doortrekkersterreinen zijn, moet er adhoc-opvang van de rondtrekkenden worden voorzien.

Door de kleinschaligheid van doortrekkersterreinen bieden ze geen oplossing voor zeer grote groepen rondtrekkenden. Daarvoor moeten pleisterplaatsen gecreëerd worden. Dat zijn terreinen die normaalgezien niet bestemd zijn om woonwagens te plaatsen, maar waarop onder bepaalde voorwaarden voor een beperkte periode verkeerswaardige woonwagens kunnen staan. Denk aan parkeerterreinen, openbare pleinen of doodlopende straten. De terreinen kunnen ook ter beschikking worden gesteld door privé-eigenaars. Pleisterplaatsen kunnen ook als tijdelijke opvangplaats dienen zolang er onvoldoende doortrekkersterreinen zijn.

Homans herinnert eraan dat voor pleisterplaatsen geen stedenbouwkundige vergunning nodig is op voorwaarde dat ze maximaal 90 dagen per jaar gebruikt worden, ze niet in een ruimtelijk kwetsbaar gebied liggen en de tijdelijke constructies de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang brengen. Ze geeft de gemeenten een aantal aandachtspunten mee voor de keuze van een geschikt terrein en de inrichting ervan.

Tijdelijke standplaats in iedere gemeente

Rondtrekkende woonwagenbewoners zouden in iedere gemeente tijdelijk moeten kunnen verblijven, zegt de minister. Gemeenten met meer dan 25.000 inwoner zouden een plaats moten inrichten waar minstens 10 gezinnen tijdelijk opvang kunnen krijgen gedurende maximaal 90 dagen per jaar.

Om dat tijdelijke verblijf in goede banen te leiden, kunnen de gemeenten gebruik maken van ‘de modellen van gemeentelijke reglementen’ en ‘ een overeenkomst tussen een particuliere eigenaar en rondtrekkenden’ die de Vlaamse overheid ter beschikking stelt op www.integratiebeleid.be

Buitenlandse en Belgische woonwagenbewoners

De plaatsen die de gemeenten creëren, moeten zowel toegankelijk zijn voor Belgische als voor buitenlandse woonwagenbewoners. Vlaanderen erkent daarbij de zogenaamde Voyageurs, Manoesjn en Roms. Al herhaalt minister Homans voor alle duidelijkheid dat het hier niet gaat over de bevolkingsgroep van de Roma die recent migreerde uit Oost- en Midden-Europa en meestal gehuisvest is in de stedelijke gebieden.

Overleg en bemiddeling

Voor een efficiënte aanpak van de problematiek is er nood aan bovenlokale coördinatie en afstemming. Met aandacht voor overleg tussen de gemeenten en intergemeentelijke afspraken. De provinciegouverneurs worden belast met de coördinatie ervan. Ze moeten in eerste instantie een inventaris opstellen van mogelijke pleisterplaatsen in de provincie. Bovendien zullen ze bemiddelen bij problemen.

Rondtrekkenden die, na overleg met de gemeente, geen tijdelijke standplaats toegewezen krijgen, kunnen contact opnemen met de gouverneur. Die zal hen doorverwijzen naar een beschikbare pleisterplaats.

Bron:Omzendbrief BB 2015/1 van 5 juni 2015. - Doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen voor woonwagenbewoners, BS 26 juni 2015.

Laure Lemmens

Omzendbrief nr. BB 2015/1 Doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen voor woonwagenbewoners

Afkondigingsdatum : 05/06/2015
Publicatiedatum : 26/06/2015

Gepubliceerd op 01-07-2015

  102