Drie categorieën belastingplichtigen in de belasting van niet-inwoners

De wet van 8 mei 2014 schrapt vanaf het aanslagjaar 2015 de notie ‘niet-inwoner met tehuis’ uit de BNI-regeling die in het WIB 1992 staat. Er zijn vanaf aanslagjaar 2015 in de BNI/natuurlijke personen 3 categorieën van belastingplichtigen te onderscheiden.

Ruimere fiscale autonomie voor gewesten

In het kader van de zesde staatshervorming wordt de fiscale autonomie van de gewesten vanaf het aanslagjaar 2015 verruimd door de invoering van een stelsel van uitgebreide gewestelijke opcentiemen op de federale personenbelasting. Deze verruiming is vastgelegd in titel III/1 van de bijzondere financieringswet. Er worden ook enkele fiscale uitgaven overgedragen naar de gewesten, die de exclusieve bevoegdheid krijgen om in die domeinen belastingvoordelen te verlenen.

Belasting van niet-inwoners

Ook na de herziening van de bijzondere financieringswet blijft de belasting van niet-inwoners (BNI) een exclusief federale bevoegdheid, maar de gewestelijke belastingregels zullen ook voor niet-inwoners worden toegepast om het principe van vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal te vrijwaren en de non-discriminatieclausules in de dubbelbelastingverdragen na te leven (art. 54/2, bijzondere financieringswet).

De wet van 8 mei 2014 stemt de BNI-regeling in het WIB 1992 af op de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting (opcentiemen) op de personenbelasting.

Aftrekbare bestedingen

De bepalingen van artikel 242 van het WIB 1992, die verband houden met de aftrekbare bestedingen, blijven van toepassing op de niet-inwoners die ten minste 75% van hun beroepsinkomsten in België behalen, ongeacht of ze inwoner zijn van een andere EER-lidstaat of niet. Deze belastingplichtigen zullen de betaalde onderhoudsgelden kunnen blijven aftrekken van hun totale netto-inkomen (wijziging art. 242, WIB 1992; art. 72, wet van 8 mei 2014).

Deze belastingplichtigen kunnen ook de toepassing vragen van de in een federale belastingvermindering omgezette aftrek voor interesten voor hypothecaire leningen (art. 104, 9°, WIB 1992 zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door de programmawet van 27 december 2004) en aftrek voor enige woning (art. 104, 9°, WIB 1992, dat wordt opgeheven bij art. 20, wet van 8 mei 2014), op basis van de artikelen 526, § 1, en 539 van het WIB 1992 (ingevoegd door art. 102 en art. 106, wet van 8 mei 2014).

De gewestelijke belastingregels zullen echter enkel worden toegepast voor de belastingplichtigen die ten minste 75% van hun beroepsinkomsten in België verwerven en ook inwoner zijn van een andere EER-lidstaat.

Niet-inwoner met tehuis

Vanaf het aanslagjaar 2015 verdwijnt de notie ‘niet-inwoner met tehuis’ uit de BNI-regeling in het WIB 1992. De beschikking over een tehuis is immers niet verzoenbaar met de lokalisatiecriteria die zijn vastgelegd op basis van de verwerving van het beroepsinkomen, aangezien het niet is uitgesloten dat beiden zich in een verschillend gewest bevinden. Het gewest waarin het ‘tehuis’ ligt, stemt niet noodzakelijk overeen met het gewest waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend.

Drie categorieën belastingplichtigen in de BNI

Vanaf aanslagjaar 2015 zijn er in de BNI/natuurlijke personen 3 categorieën van belastingplichtigen te onderscheiden:

  • niet-inwoners die inwoner zijn van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) en ten minste 75% van hun beroepsinkomsten in België verwerven, en voor wie de belasting volgens artikel 244 van het WIB 1992 (gewijzigd door art. 77, wet van 8 mei 2014) zal berekend worden, met toepassing van de gewestelijke belastingregels;
  • niet-inwoners die geen inwoner zijn van een andere lidstaat van de EER maar wel ook ten minste 75% van hun beroepsinkomsten in België verwerven, voor wie de belasting volgens het nieuwe artikel 243/1 van het WIB 1992 (ingevoegd door art. 76, wet van 8 mei 2014) zal berekend worden.Voor deze belastingplichtigen zullen enkel de federale belastingregels worden toegepast. De belasting zal dus niet worden gereduceerd met de autonomiefactor en er zullen geen gewestelijke kortingen, vermeerderingen, belastingverminderingen of belastingkredieten worden toegepast;
  • ‘gewone’ niet-inwoners, voor wie de belasting volgens artikel 243 van het WIB 1992 (gewijzigd door art. 75, wet van 8 mei 2014) zal berekend worden.

Voor niet-inwoners die inwoner zijn van een andere EER-lidstaat en ten minste 75% van hun beroepsinkomsten in België verwerven, zal de belasting dus volgens artikel 244 van het WIB 1992 berekend worden, met toepassing van de gewestelijke belastingregels (art. 244, WIB 1992, gewijzigd door art. 77, wet van 8 mei 2014). Vanaf het aanslagjaar 2015 worden voor de niet-inwoners die volgens artikel 244 van het WIB 1992 worden belast, de belastingregels toegepast van het gewest waar ze volgens de nieuwe artikelen 248/2 en 248/3 van het WIB 1992 (ingevoegd door art. 5 en art. 6, wet van 8 mei 2014) worden gelokaliseerd (nieuw art. 248/1, WIB 1992, ingevoegd door art. 4, wet van 8 mei 2014).

Voor niet-inwoners die ten minste 75% van hun beroepsinkomsten in België verwerven, maar geen inwoner zijn van een andere EER-lidstaat, zullen enkel de federale belastingregels worden toegepast. De belasting zal dus niet worden gereduceerd met de autonomiefactor en er zullen geen gewestelijke kortingen, vermeerderingen, belastingverminderingen of belastingkredieten worden toegepast (nieuw art. 243/1 WIB 1992, zoals ingevoegd door art. 76, wet van 8 mei 2014).

Voor de ‘gewone’ niet-inwoners zal de belasting verder worden berekend volgens artikel 243 van het WIB 1992, dat aangepast werd om rekening te houden met de wijzigingen in de berekening van de belasting (art. 75, wet van 8 mei 2014).

Opcentiemen

De wet van 8 mei 2014 past artikel 45 van het WIB 1992 aan om de berekeningsgrondslag van de opcentiemen ten voordele van de Staat te omschrijven (art. 79, wet van 8 mei 2014).

Nettobedrag samen te voegen inkomsten

Art. 235bis van het WIB 1992 bepaalt dat “de in artikel 14, eerste lid, 2° vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten enkel aftrekbaar zijn voor zover ze betrekking hebben op een in België gelegen onroerend goed”.

Dit artikel is echter overbodig geworden omdat het nieuwe artikel 14, eerste lid, 2° (gewijzigd door art. 12, wet van 8 mei 2014) expliciet bepaalt dat enkel vergoedingen die zijn betaald voor onroerende goederen die belastbare inkomsten opleveren aftrekbaar zijn, en enkel het inkomen van in België gelegen onroerende goederen belastbaar is in de BNI.

In werking

De artikelen 73 tot en met 79 van de wet van 8 mei 2014, die de BNI-regeling in het WIB 1992 wijzigen, treden in werking vanaf aanslagjaar 2015.

Om de inhouding van de bedrijfsvoorheffing zoveel mogelijk te laten overeenstemmen met de uiteindelijk verschuldigde belasting, houdt de wetgever rekening met de opheffing van de notie ‘niet-inwoner met tehuis’ bij de inhouding van de BV op de beroepsinkomsten en onderhoudsuitkeringen die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2014 (art. 80, lid 2, wet van 8 mei 2014).

Bron:Wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, BS 28 mei 2014 – art. 73 tot en met art. 80
Zie ook:Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (bijzondere financieringswet), BS 17 januari 1989 – titel III/1 ‘Gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting’ en art. 54/2.

Christine Van Geel

Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet

Afkondigingsdatum : 08/05/2014
Publicatiedatum : 28/05/2014

Gepubliceerd op 25-06-2014

  1114