Dominicaanse gevangenen kunnen straf uitzitten in thuisland

België en de Dominicaanse Republiek hebben in 2009 een bilaterale overeenkomst afgesloten waarbij ze toelaten dat gevangenen hun straf uitzitten in hun thuisland. Het gaat zowel om Belgen die veroordeeld zijn in de Dominicaanse Republiek als om Dominicanen die in ons land veroordeeld zijn. Het verdrag is op 1 juni 2014 in werking getreden.

Straf uitzitten in thuisland

Belgen die in de Dominicaanse Republiek veroordeeld zijn, kunnen – als ze dat zelf willen – hun straf uitzitten in een Belgische gevangenis. Dominicanen die in ons land zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf kunnen op hun beurt naar de Dominicaanse Republiek overgebracht worden om daar in de gevangenis hun straf uit te zitten.

Die mogelijkheid bestaat niet enkel bij vrijheidsstraffen, maar ook bij een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel ter aanvulling of vervanging van een straf.

Voorwaarden

Overbrenging kan niet zomaar. Er zijn strikte voorwaarden.

Een van de belangrijkste is dat de veroordeelde zelf om zijn overbrenging moet vragen. Als de vraag uitgaat van België of de Dominicaanse Republiek zelf, kan overbrenging enkel als de veroordeelde er uitdrukkelijk mee instemt.

Gedwongen overbrenging kan dus niet. Dit in tegenstelling met bv. de overbrenging van veroordeelden naar Marokko.

Om een celstraf in het thuisland te mogen uitzitten, zijn er ook nog andere voorwaarden:

  • de feiten waarvoor de veroordeling is uitgesproken moeten ook in de ontvangende staat - het thuisland - strafbaar zijn;
  • de veroordeelde is onderdaan van het land waarnaar hij wordt overgebracht;
  • hij moet - op het moment van het indienen van het overbrengingsverzoek - nog een straf van minstens zes maanden uitzitten;
  • het vonnis heeft onherroepelijk gezag van gewijsde verkregen;
  • er mogen geen andere strafrechtelijke procedures tegen de veroordeelde lopen in de overbrengende staat;
  • de veroordeelde heeft voldoende voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit de veroordeling. Die voorwaarde moet niet vervuld zijn als hij insolvabel is.

FOD Justitie

Ons land duidt de FOD Justitie aan als centrale autoriteit. Bij de Dominicaanse Republiek is dat het parket-generaal. Zij staan in voor de organisatie van een aantal taken die in het Verdrag zijn voorzien.

Informatie

Elke veroordeelde op wie het verdrag kan toegepast worden, moet ingelicht worden over zijn inhoud. Zowel door de ontvangende staat als door de overbrengende staat. Dat is een opdracht van de centrale autoriteiten.

De centrale autoriteiten lichten de veroordeelde ook in over de gerechtelijke gevolgen van een overbrenging. Er wordt hem concreet gewezen op een mogelijke vervolging, berechting en veroordeling in het thuisland wegens andere strafbare feiten.

Beide landen wijzen hun veroordeelde onderdanen op het maatschappelijk belang van het uitzitten van hun straf in hun herkomstland. Ze kunnen daar hun sociale re-integratie beter voorbereiden.

Van zodra de overbrengende staat kennis krijgt van een verzoek tot overbrenging moet het dit zo snel mogelijk melden aan het thuisland. Met daarbij onder meer de gegevens over de veroordeelde, een uiteenzetting van de feiten waarvoor hij veroordeeld is en de aard, duur en aanvangsdatum van de straf. Als het verzoek wordt ingediend bij het thuisland, dan maakt de overbrengende staat dezelfde gegevens aan het thuisland over — maar enkel als dat daarom vraagt.

De veroordeelde moet op de hoogte gehouden worden van de stappen die de betrokken staten ondernemen en van hun beslissingen over zijn overbrengingsverzoek.

Onherroepelijke instemming

Wanneer de veroordeelde instemt met de overbrenging is dat onherroepelijk. Maar enkel voor een periode van 90 dagen na de instemming.

Overbrengingsverzoeken

De verzoeken tot overbrenging gebeuren schriftelijk en worden aan de centrale autoriteiten toegezonden. De antwoorden op de verzoeken verlopen op dezelfde wijze.

Weigering

Zowel het thuisland als het overbrengende land kunnen de overbrenging van de gevonniste persoon weigeren. Een motivering is niet nodig.

De aangezochte staat licht de verzoekende staat wel zo snel mogelijk in over zijn beslissing.

Overbrenging

De gevonniste persoon wordt overgeleverd op de plaats die beide partijen overeenkomen. De overbrengingskosten zijn voor het thuisland van zodra de gevonniste persoon onder zijn verantwoordelijkheid komt.

Tenuitvoerlegging straf

De veroordeelde zit zijn straf verder uit in het land waarnaar hij is overgebracht. Een exequatur is niet nodig.

Let wel op. Als de aard of de duur van de opgelegde straf of maatregel verschilt van die waarin de wetgeving van het thuisland voorziet, dan kan dat land de straf of maatregel aanpassen aan wat zijn eigen wetgeving voorziet voor een soortgelijk strafbaar feit. De aangepaste straf of maatregel moet – wat de aard betreft – wel zo veel mogelijk overeenkomen met die welke bij de ten uitvoer te leggen veroordeling is opgelegd.

De door de overbrengende staat uitgesproken veroordeling kan in geen geval verzwaard worden door het thuisland.

Amnestie

De overbrengende staat kan amnestie, gratie of verzachting van het vonnis verlenen overkomstig zijn eigen recht. Ook het ontvangende land kan dit volgens zijn eigen recht doen – maar enkel met instemming van de overbrengende staat.

Herziening

Alleen het overbrengende land kan kennis nemen van een vraag tot herziening.

Beëindiging

Het thuisland moet de uitvoering van de veroordeling stoppen van zodra de overbrengende staat hem inlicht over een beslissing of maatregel waardoor de veroordeling niet meer uitvoerbaar is.

Informatie over uitvoering

Het thuisland informeert het overbrengende land over de uitvoering van de straf. In drie gevallen. Namelijk wanneer

  • het meent dat de straf volledig is uitgevoerd;
  • de veroordeelde is ontsnapt; of
  • het overbrengende land om een speciaal rapport vraagt.

Geen nieuwe straf

De veroordeelde mag in zijn thuisland niet opnieuw aangehouden, berecht en veroordeeld worden voor hetzelfde strafbare feit als waarvoor hij al veroordeeld is.

Inwerkingtreding

Ons land heeft het bilateraal verdrag met de Dominicaanse Republiek goedgekeurd bij wet van 12 mei 2014. De Dominicaanse Republiek deed dit al op 23 december 2009. Het verdrag treedt in werking op 1 juni 2014.

Het verdrag kan toegepast worden op straffen of maatregelen die voor of na de inwerkingtreding zijn opgelegd.

Bron:Verdrag van 5 mei 2009 tussen het Koninkrijk België en de Dominicaanse Republiek betreffende de overbrenging van gevonniste personen, BS 9 maart 2015 Bron:Wet van 12 mei 2014 houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Dominicaanse Republiek betreffende de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Santo Domingo op 5 mei 2009, BS 9 maart 2015

Ilse Vogelaere

Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Dominicaanse Republiek betreffende de overbrenging van gevonniste personen

Afkondigingsdatum : 05/05/2009
Publicatiedatum : 09/03/2015

Gepubliceerd op 10-03-2015

  163