Detachering: verdere omzetting Handhavingsrichtlijn

Koninklijk besluit houdende diverse maatregelen inzake detachering van werknemers

De Handhavingsrichtlijn 2014/67 zorgt ervoor dat de Europese regels voor de detachering van werknemers – opgenomen in de Detacheringsrichtlijn 96/71 – gemakkelijker te controleren en af te dwingen zijn. De lidstaten kregen tot 18 juni 2016 de tijd om ze om te zetten in hun nationale wetgeving. België is die verplichting nagekomen via de wet op de detachering van werknemers van 11 december 2016.
Die wet wordt nu verder uitgewerkt in een KB dat diverse maatregelen inzake detachering van werknemers bundelt. Het nieuwe KB draagt dus bij tot de gedeeltelijke omzetting van de Handhavingsrichtlijn. Het sluit dan ook aan bij de uitvoering van de wet op de detachering van werknemers in diverse wetgevingen.
Bedoeling is om in de eerste plaats de verwijzingen naar het vroegere opschrift van de wet van 5 maart 2002 aan te passen. Onder andere in het Wetboek van economisch recht. Namelijk: ‘wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan’. Ook het opschrift en de tekst van het uitvoerings-KB van 1 april 2007 wordt gewijzigd en afgestemd op de nieuwe situatie: ‘koninklijk besluit van 1 april 2007 houdende diverse uitvoeringsmaatregelen betreffende de detachering van werknemers in België’.
Verder wordt ook uitvoering gegeven aan de wettelijke bepalingen over de vrijstelling van aflevering van ‘nieuwe’ sociale documenten en de vertalingen van die documenten. Die vrijstelling (periode van één jaar) komt bovenop de vrijstellingen die al bestaan in het KB van 1 april 2007. Voor de categorieën van werknemers waarop al die vrijstellingen van toepassing zijn, verwijst men naar het Limosa-besluit van 20 maart 2007. Meer bepaald in artikel 1, 4° tot 11°. Het gaat dan bijvoorbeeld om werknemers die naar België komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen. Of die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring (beperkt aantal dagen), of die door een overheidsdienst worden tewerkgesteld.
Ook de aanwijzing van de bevoegde sociaal inspecteurs wordt geregeld. Het gaat meer bepaald om hun bevoegdheden voor wat betreft de nieuwe sociale documenten waarvan sprake. Op verzoek moet de werkgever die documenten aan hen verschaffen. Die bevoegdheden worden toegekend aan de inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD Werkgelegenheid, zoals nu al het geval is voor de andere documenten die men moet bezorgen.
We noteren ook regels voor de melding van de verbindingspersoon voor twee categorieën van werknemers die niet onder het toepassingsgebied van Limosa vallen. Limosa is de gebruikelijke manier om de verbindingspersoon aan te wijzen. De werkgevers die werknemers tewerkstellen die buiten het toepassingsgebied van Limosa vallen, zijn dus niet onderworpen aan de verplichting om een verbindingspersoon aan te wijzen.
De procedure voor de aanduiding van de verbindingspersoondie hier aan bod komt, geldt dan ook voor twee specifieke categorieën van gedetacheerde werknemers die buiten het toepassingsgebied van Limosa vallen. Die specifieke verplichting om een verbindingspersoon aan te wijzen is ook ingeschreven in het KB van 1 april 2007.
Het gaat hier om:
  • de werknemers die tewerkgesteld zijn in de sector van het internationaal vervoer van personen of goederen, tenzij ze cabotageactiviteiten (of doorvoer) op het Belgisch grondgebied verrichten;
  • de werknemers die naar België worden gedetacheerd voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen, en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt. Deze afwijking geldt evenwel niet voor activiteiten in de bouwsector.
De betrokken werkgevers moeten over de verbindingspersoon dezelfde gegevens meedelen als bij een melding via Limosa.
Een nieuw artikel 4bis bepaalt welke identificatie- en adresgegevens van de verbindingspersoon, waarmee de sociale inspectie in contact kan treden, de werkgevers moeten meedelen. Het gaat om de melding van de aanwijzing van de verbindingspersoon. Men heeft het onder andere over de namen, voornamen en geboortedatum van de verbindingspersoon, zijn hoedanigheid en zijn fysiek en elektronisch adres, en een telefoonnummer waar hij bereikbaar is.
De werkgevers delen de identificatie- en adresgegevens mee:
  • ofwel via e-mail verzonden naar het elektronisch adres SPOC.LabourInspection@employment.belgium.be;
  • ofwel via postzending verzonden naar de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten, Centrale Administratie (Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel).
Het KB van 5 december 2017 treedt in werking op 1 februari 2018.
Bron: Koninklijk besluit van 5 december 2017 houdende diverse maatregelen inzake detachering van werknemers, BS 18 december 2017
Steven Bellemans
  406