Decreet over lokale diensteneconomie van kracht op 1 april

Het uitvoeringsbesluit bij het decreet over de lokale diensteneconomie is gepubliceerd. Dit betekent dat het hele pakket – het basisdecreet en de bijhorende uitvoeringsbepalingen – in werking kunnen treden op 1 april 2015.

Basisidee van de lokale diensteneconomie is de uitbouw van een dienstenaanbod vanuit de overheid dat nauw aansluit bij de maatschappelijke trends en noden. Op die manier creëert men kansen voor doelgroepwerknemers: via een inschakelingstraject kunnen ze doorstromen naar de reguliere economie.

Op haar website omschrijft de Vlaamse overheid de ‘maatschappelijke meerwaarde’ als volgt:

  • een actief en competentieversterkend traject aanbieden aan mensen voor wie de stap uit de werkloosheid om verschillende redenen niet evident is;
  • voorzien in een aanvullend dienstenaanbod, geïnitieerd vanuit de overheid, waarbij rechtstreeks kan worden ingespeeld op de lokale noden en evoluties en waardoor de maatschappelijke meerwaarde centraal komt te staan; en
  • de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen in de diensten verankeren.

De competentieversterkende inschakeling en kwaliteitsvolle begeleiding van doelgroepwerknemers — het inschakelingstraject — is dus gekoppeld aan maatschappelijk relevante dienstverlening in opdracht van een lokale of regionale overheid. Denk hierbij aan kinderopvang, groenonderhoud, aanvullende thuiszorg …

Enkele krachtlijnen

1/ Organisatievoorwaarden. De lokale diensteneconomieonderneming schakelt gemiddeld op jaarbasis minimaal 5 voltijds equivalente doelgroepwerknemers in. De opdrachtgevende overheid die van plan is om lokale diensten toe te kennen of zichzelf daarmee te belasten, onderzoekt eerst aan de hand van een impactanalyse of die diensten voldoen aan de voorwaarden uit het basisdecreet van 22 november 2013.

2/ Indicering van de doelgroepwerknemers. Personen die beschikken over een advies lokale diensteneconomie komen in aanmerking voor ondersteuning als doelgroepwerknemer. In het basisdecreet worden doelgroepwerknemers omschreven als werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ze hebben behoefte aan een langdurige periode van begeleiding en competentieversterking ter voorbereiding op een tewerkstelling in het reguliere arbeidscircuit.

3/ Inschakelingstraject. De lokale diensteneconomieonderneming maakt in overleg met de doelgroepwerknemer een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Bedoeling is om de competenties van de werknemer op te volgen en te ontwikkelen, afhankelijk van zijn functioneren op de werkvloer en zijn kansen op doorstroom.

4/ Evaluatie en doorstroom. De evaluatie – onder andere op basis van het persoonlijk ontwikkelingsplan – wordt gevolgd door een beoordeling van de kansen op doorstroom, intern of extern. De doorstroombegeleiding van de doelgroepwerknemer is in handen van een gemandateerde dienstverlener. Het gaat gemiddeld om 140 uren, gespreid over 4 opeenvolgende fasen: het voortraject, de job matching, de stage, en de nazorgbegeleiding.

5/ Mandaat tot doorstroombegeleiding. Ondernemingen die doorstroomtrajecten willen uitvoeren, moeten een mandaataanvraag indienen bij de VDAB. Ze moeten uiteraard aan heel wat voorwaarden voldoen. Zo moeten ze bijvoorbeeld over de nodige faciliteiten beschikken om de dienstverlening aan te bieden.

6/ Procedure voor de aanmelding en toekenning van diensten. Om in aanmerking te komen voor steun, meldt de onderneming zich aan bij het departement Werk en Sociale Economie. De toekenning van inschakelingstrajecten gebeurt ook op basis een aanvraag: een aanvraag tot toekenning van een ‘contingent van inschakelingstrajecten’.

7/ Vergoeding. Men maakt een onderscheid tussen de ‘vergoeding inschakelingstraject’ en de ‘vergoeding doorstroomtraject’. De vergoeding aan de dienstverlener van het inschakelingstraject bedraagt maximaal 12.600 euro per voltijds equivalent tewerkgestelde doelgroepwerknemer. De vergoeding voor het doorstroomtraject bedraagt maximaal 4.200 euro, verrekend naar rato van de effectieve prestaties.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie, BS 17 maart 2015
Zie ook: Website Vlaamse overheid, startpunt voor werk en sociale economie

Steven Bellemans

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie

Afkondigingsdatum : 19/12/2014
Publicatiedatum : 17/03/2015

Gepubliceerd op 24-03-2015

  327