Decreet maakt betere indeling van niet-bevaarbare waterlopen mogelijk

De Vlaamse overheid heeft zopas het decreet gepubliceerd dat het mogelijk maakt om onbevaarbare waterlopen over te dragen aan een hoger beleidsniveau. De meeste Vlaamse gemeenten wachtten op de publicatie van dit decreet om hun onbevaarbare waterlopen van categorie 3 (en de daarmee samenhangende onderhoudskosten) te kunnen overdragen aan de provincies.

Het decreet maakt het ook gemakkelijker om niet-geklasseerde waterlopen, die in privaat beheer zijn, over te dragen aan de gemeente, de provincie of het gewest.Aan zo’n overdracht zijn voor- en nadelen verbonden.

Onbevaarbare waterlopen

Het decreet van 28 februari 2014 behoudt de huidige indeling van de onbevaarbare waterlopen:

  • De gemeenten blijven bevoegd voor de waterlopen van categorie 3. Dat zijn de onbevaarbare waterlopen of een gedeelte ervan, stroomafwaarts van het punt waarop het waterbekken ten minste 100 hectare bedraagt, en dit tot de waterloop de grens met de volgende gemeente bereikt of tot zij uitmondt in een andere waterloop, van een hogere categorie.
  • De deputaties van de provincies blijven bevoegd voor de waterlopen van tweede categorie. Dat zijn de waterlopen die niet onder categorie 1 of categorie 3 vallen.
  • Het Vlaams Gewest – via de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) – blijft bevoegd voor de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie. Dat zijn de onbevaarbare waterlopen stroomafwaarts van het punt waar het waterbekken ten minste 5.000 hectare bedraagt.

In de Wet op de Onbevaarbare Waterlopen is er voorlopig geen sprake van de bekkenbesturen. Ook al spelen die volgens het Decreet op het Integraal Waterbeleid (DIWB) een rol bij het voorstellen van een adequate bevoegdheidsverdeling van de waterwegen en onbevaarbare waterlopen (art. 27, §2, 5° van het DIWB).

Onder de onbevaarbare waterlopen worden niet alleen de natuurlijke rivieren en beken verstaan, maar ook bepaalde kunstmatige waterlopen, die door de mens werden gegraven. Zoals drainagekanalen.

Naast de onbevaarbare waterlopen, die beheerd worden door een openbaar bestuur, bestaan er nog andere niet-bevaarbare waterlopen. Namelijk: de niet-geklasseerde waterlopen of private grachten, en de oud-geklasseerde waterlopen. Niet-geklasseerde waterlopen bestaan meestal uit de bovenlopen van onbevaarbare waterlopen, tussen de bron en de 100 hectaregrens. Oud-geklassseerde waterlopen zijn waterlopen die niet in de hydrografische atlas van 1950 werden opgenomen, maar die wel in de atlas van 1877 staan. Beide types van niet-ingedeelde waterlopen worden beheerd door de aangelanden of – indien ze gelegen zijn binnen een polder of watering - door het polder- of waterschapsbestuur.

Daarnaast heeft het Verzameldecreet Milieu nog een nieuwe categorie ingevoerd, die niet in de Wet op de Onbevaarbare Waterlopen werd opgenomen, maar in de Vlaamse Oppervlaktewaterenwet. Namelijk: de private gracht van algemeen belang. Bij dit type blijft de gracht eigendom van de aangelanden, maar wordt het beheer en het onderhoud ervan overgenomen door een openbaar bestuur (art. 32quaterdecies van de Vlaamse Oppervlaktewaterenwet).

100-hectaregrens

De deputatie (vroeger: de provinciegouverneur) bepaalt in welke gemeente een onbevaarbare waterloop haar oorsprong vindt; waar haar waterbekken dus de grens van 100 hectare bereikt.

Als dat punt op de grens tussen 2 provincies ligt, beslist de Vlaamse regering.

Het is sowieso de Vlaamse regering die bepaalt vanaf welk punt een onbevaarbare waterloop, ingedeeld wordt in categorie 1.

Opwaardering door de deputatie

De deputatie kan elke kunstmatige waterloop, elke waterloop en elk gedeelte van een waterloop waarvan het waterbekken nog geen 100 hectare bedraagt, opnemen bij de onbevaarbare waterlopen van derde of tweede categorie. En dit om redenen van algemeen nut. Als redenen van algemeen nut kunnen vanaf nu in aanmerking komen:

  • een abnormale verzwaring van het debiet;
  • een verontreiniging door lozingen van afvalwater;
  • of de noodzaak tot structureel onderhoud door een openbaar bestuur. Bijvoorbeeld om overstromingen te voorkomen.

Aan de klassering van een voorheen niet-geklasseerde of oud-geklasseerde waterloop zijn voor- en nadelen verbonden voor de aangelanden. Een voordeel is uiteraard dat zij zo het onderhoud en het herstel van de waterloop kunnen doorschuiven naar een openbaar bestuur.

Anderzijds moeten zij van dan af een recht van doorgang verlenen aan de personeelsleden van het openbaar bestuur of van de aannemer die een opdracht uitvoert voor dat openbaar bestuur. Bovendien geldt er een recht van depositie: de aangelanden moeten op hun gronden of eigendommen, de voorwerpen laten plaatsen die uit de bedding van de waterloop werden opgehaald, evenals de materialen en werktuigen die nodig zijn voor het ruimen, onderhouden en herstellen van de waterloop.

De deputatie kan bovendien een bestaande onbevaarbare waterloop of een deel ervan in categorie 2 opnemen als het afwaartse traject al tot de tweede, of zelfs tot de eerste categorie behoort.

Vooraleer zij overgaat tot een herklassering, wint de deputatie het advies in van de betrokken gemeenten.

Opwaardering door de Vlaamse regering

Vanaf nu kan de Vlaamse regering elke kunstmatige waterloop waarvan het waterbekken meer dan 100 hectare bedraagt, rangschikken bij de onbevaarbare waterlopen van derde, tweede of eerste categorie. En dit om redenen van algemeen nut. We vermoeden dat de redenen van algemeen nut hier dezelfde zijn als bij de indeling van de kleine kunstmatige waterlopen door de deputatie. Namelijk:

  • een abnormale verzwaring van het debiet;
  • een verontreiniging door lozingen van afvalwater;
  • of de noodzaak tot structureel onderhoud door een openbaar bestuur.

De Vlaamse regering kan een onbevaarbare waterloop van tweede of derde categorie ook altijd indelen in een hogere categorie als:

  • het debiet van die waterlopen abnormaal verzwaard wordt door de lozing van riool- of industriewater;
  • het water van die waterlopen op abnormale wijze verontreinigd wordt door afvalwater;
  • het water van die waterlopen een opstuwing ondergaat ten gevolge van een stuw of een vaste hindernis;
  • de helling of de ligging van de waterloop het onderhoud ervan abnormaal duur maakt.

Als zij een rangschikking overweegt in derde categorie, wint de regering eerst het advies in van de betrokken gemeenten. Als zij een indeling in tweede of eerste categorie overweegt, wint zij ook het advies in van de deputatie en van de Vlaamse Milieumaatschappij.

De Vlaamse regering kan een onbevaarbare waterloop ook in een hogere ( of lagere) categorie rangschikken na akkoord van:

  • de deputatie en de VMM, voor een overdracht tussen de eerste en de tweede categorie; -
  • de gemeente en de deputatie, voor een overdracht tussen de tweede en de derde categorie; en
  • de gemeente en de VMM, voor een overdracht tussen de derde en de eerste categorie.

Downgrading...

Ook declassering is voortaan mogelijk.

De deputatie kan onbevaarbare waterlopen die ingedeeld zijn in derde of tweede categorie hun statuut van onbevaarbare waterloop ontnemen als de rangschikking haar algemeen nut verliest.Ook hier wint de deputatie vooraf het advies in van de betrokken gemeenten.

De Vlaamse regering kan van haar kant de kunstmatige waterlopen met een waterbekken van meer dan 100 hectare die geklasseerd werden, hun statuut van onbevaarbare waterloop ontnemen als de rangschikking haar algemeen nut verliest.

En zij kan onbevaarbare waterlopen naar een lagere categorie overbrengen na akkoord van, naargelang het geval, de gemeente (polderbestuur of waterschap), deputatie of VMM.

Ook voor polderbesturen

De besturen van polders en wateringen kunnen voor de toepassing van deze wet beschouwd worden als gemeenten, die onbevaarbare waterlopen en de daarmee samenhangende onderhoudskosten kunnen overdragen aan een hoger niveau.

Met openbaar onderzoek

De gemeenten moeten een ‘de commodo et incommodo’-onderzoek organiseren, over:

  • het bepalen van de oorsprong van een onbevaarbare waterloop en dus het toewijzen van het beheer ervan aan een specifieke gemeente;
  • het opnemen bij de onbevaarbare waterlopen van kunstmatige en andere waterlopen onder de 100 hectare-grens om redenen van algemeen nut en dus het overhevelen van het beheer van de private eigenaar naar een openbaar bestuur;
  • het rangschikken van onbevaarbare waterlopen of delen ervan in een hogere categorie;
  • het declasseren van waterlopen; en
  • het geheel of gedeeltelijk afschaffen van onbevaarbare waterlopen of het aanleggen van nieuwe onbevaarbare waterlopen naar aanleiding van buitengewone werken.

Er is geen openbaar onderzoek meer vereist voor het herindelen van een reeds geklasseerde waterloop in een andere categorie, omdat dat in de praktijk geen impact heeft op de aangelanden.

Betrokkenen kunnen beroep instellen bij de Vlaamse regering tegen beslissingen die genomen zijn met miskenning van de regels.

Vanaf 21 april 2014

Het decreet van 28 februari 2014 treedt 10 dagen na publicatie in werking. Dat is op 21 april 2014.

Kunstmatige waterlopen die al ingedeeld werden met toepassing van de ‘oude’ regels, behouden (voorlopig) hun klassering.

Het is de bedoeling om op termijn alleen nog geklasseerde waterlopen en private grachten over te houden. De huidige oud-geklasseerde waterlopen zullen opgewaardeerd worden tot onbevaarbare waterlopen van derde of tweede categorie als ze belangrijk zijn voor het watersysteem. Zo niet, worden ze gesupprimeerd of ‘gedegradeerd’ tot private gracht. De huidige onbevaarbare waterlopen zouden heringeschaald worden: een indeling op een hoger niveau moet een meer gestructureerde aanpak tegen overstromingen mogelijk maken.

Bron:Decreet van 28 februari 2014 tot wijziging van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, meer bepaald de wijziging van de classificatie en andere diverse wijzigingen (Vlaamse Wet op de Onbevaarbare Waterlopen), BS 11 april 2014.

Carine Govaert

Decreet tot wijziging van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, meer bepaald de wijziging van de classificatie en andere diverse wijzigingen

Afkondigingsdatum : 28/02/2014
Publicatiedatum : 11/04/2014

Gepubliceerd op 16-04-2014

  610