Decava: nieuwe percentages voor SWT bij onderneming in moeilijkheden of herstructurering

Op 1 januari 2017 zijn de bijzondere werkgeversbijdragen gestegen die verschuldigd zijn op de aanvullende vergoedingen bij werkloosheid met bedrijfstoeslag en op de aanvullende vergoedingen bij sociale uitkeringen. Nu wordt ook het bijhorende Decava-besluit aangepast. Het gaat hier meer bepaald om de bijdragen die verschuldigd zijn in geval van werkloosheid met bedrijfstoeslag bij ondernemingen in moeilijkheden en in herstructurering.

Verhoging

Een programmawet van 25 december 2016 heeft een verhoging doorgevoerd van de bijdragevoeten van de bijzondere werkgeversbijdragen op de aanvullende vergoedingen (patronale bijdrage decava), die worden uitgekeerd in het kader van:

  • het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, vroeger brugpensioen genoemd, bijzondere bijdragen – met toevoeging van de bijdragepercentages die gelden voor de nieuwe SWT-stelsels in de profit- en de non-profitsector, mét inbegrip van de nieuwe leeftijdsgroep ‘vanaf 62 jaar’); en
  • het stelsel van werkloosheid met aanvullende vergoedingen bij oudere werknemers (SWAV, bijzondere bijdragen , met ook hier toevoeging van de bijdragepercentages voor de nieuwe stelsels).

De verhoging geldt zowel voor ondernemingen uit de profitsector als uit de non-profit, maar de bijdragen op aanvullende vergoedingen bij de uitkeringen voor tijdskrediet zijn niet verhoogd.

Dit betekent dat de wetgever de werkgeversbijdragen op bedrijfstoeslagen en aanvullingen heeft verhoogd met een coëfficiënt van 1,20 voor de profitsector (behalve voor de leeftijdscategorie vanaf 62 jaar) en met een coëfficiënt van 2,25 voor de non-profitsector. Verder werd de indeling in leeftijdsgroepen aangepast aan de nieuwe leeftijdsgrenzen voor SWT, en in de non-profitsector is nu ook een bijdrage verschuldigd voor de 60-plussers.

Decava-besluit

De Decava-regeling is opgenomen in een verzamelwet van 27 december 2006 en in het bijhorend Decava-besluit van 29 maart 2010. De wet werd aangepast op 1 januari maar de bijhorende aanpassing van het Decava-besluit is nu pas verschenen in het Belgisch Staatsblad. Het nieuwe KB van 24 februari 2017 bevestigt de aangekondigde aanpassing van de verschuldigde bijdragen voor SWT-stelsels bij ondernemingen in moeilijkheden en in herstructurering. De bevoegdheid om dat te doen bij KB zit in de wet. Ook deze bijdragevoeten worden opgetrokken.

Herstructurering of moeilijkheden

Concreet. Het KB van 24 februari 2017 bevat de percentages van de bijdragen (met verwijzing naar het SWT-KB van 3 mei 2007 en met inachtname van minimumbedragen):

1/ Ingeval de aankondiging van het collectief ontslag en de erkenning van de werkgever als onderneming in herstructurering dateert van na 31 oktober 2016 en de werkloosheid met bedrijfstoeslag aanvangt tijdens de periode van deze erkenning.

Leeftijd op het einde van erkenningsperiode / bij aanvang SWTTijdens periode van erkenningNa periode van erkenning
 BijdragepercentageBijdragepercentage
142,50% 142,50%
≥ 55 jaar 75% 75%
≥ 58 jaar 75% 75%
≥ 60 jaar 30% 37,50%
≥ 62 jaar30% 31,25%

2/ Ingeval de werkgever na 31 oktober 2016 erkend is als onderneming in moeilijkheden of erkend is als onderneming in herstructurering (specifiek regime: artikel 18, §7, vierde lid van het SWT-KB, leeftijd zoals bij onderneming in moeilijkheden) en de werkloosheid met bedrijfstoeslag aanvangt tijdens de periode van deze erkenning.

Leeftijd op het einde van erkenningsperiode / bij aanvang SWTTijdens periode van erkenningNa periode van erkenning
 BijdragepercentageBijdragepercentage
16,88% 142,50%
≥ 55 jaar 12,50% 75%
≥ 58 jaar 8,13% 75%
≥ 60 jaar 4,38% 37,50%
≥ 62 jaar4,38% 31,25%

De percentages die na de periode van erkenning gelden, zijn verschuldigd vanaf de maand volgend op de maand waarin de erkenningsperiode een einde neemt.

In werking

Zoals aangegeven, gelden de verhoogde werkgeversbijdragen sinds 1 januari 2017. Het scharniermoment is 31 oktober 2016 (datum van het conclaaf).

Dit betekent dat het gaat om toeslagen en aanvullingen die voor de eerste maal worden toegekend vanaf 1 januari, en die voortvloeien uit:

  • een opzegging of verbreking van de arbeidsovereenkomst, betekend na 31 oktober 2016;
  • een andere vorm van beëindiging, bijvoorbeeld in onderling akkoord, die plaatsvindt na 31 oktober 2016 (enkel bij SWAV mogelijk).

Gaat het om ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering, dan gelden de nieuwe percentages enkel voor zover de erkenning door de bevoegde minister of de aankondiging van het collectief ontslag bij herstructurering dateert van na 31 oktober 2016.

Globaal genomen treedt ook het wijzigings-KB van 24 februari 2017 retroactief in werking op 1 januari 2017.

Bron:Koninklijk besluit van 24 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, betreffende de socialezekerheidsbijdragen en de inhoudingen verschuldigd in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, op aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen, BS 10 maart 2017
Zie ook: Programmawet van 25 december 2016, BS 29 december 2016 (art. 35–38 PW)

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, betreffende de socialezekerheidsbijdragen en de inhoudingen verschuldigd in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, op aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen

Afkondigingsdatum : 24/02/2017
Publicatiedatum : 10/03/2017

Gepubliceerd op 16-03-2017

  409