Covid-19: Vlaamse Regering werkt voorwaarden bij voor toekenning compensatiepremie aan ondernemers met zwaar omzetverlies

Vlaamse ondernemingen en zelfstandigen (al dan niet in bijberoep), die als gevolg van de coronacrisis te maken hebben met een zwaar omzetverlies, kunnen vanaf 10 april 2020 tot en met 30 juni 2020 bij het ‘Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen’ (VLAIO) een eenmalige compensatiepremie aanvragen.
Het gaat hier om ondernemingen die niet verplicht moeten sluiten, en die dus geen recht hebben op de Vlaamse coronahinderpremie, maar die ondanks een groot omzetverlies blijven doorwerken.
Aan de uitkering van deze compensatiepremie hangen heel wat voorwaarden vast.
Via haar besluit van 12 juni 2020 werkt de Vlaamse Regering deze voorwaarden nu bij:
  • ze stelt startende zelfstandigen die in 2019 geen volledig beroepsinkomen nu gelijk met zelfstandigen in hoofdberoep of bijberoep gelet op het verwachte beroepsinkomen vermeld in het financieel plan, en
  • ze wijzigt het cumulverbod van de compensatiepremie met de achtergestelde lening van Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) zodanig dat dit verbod enkel geldt bij een achtergestelde lening van meer dan 75.000 euro.

Voor welke ondernemers?

De ondernemers die recht hebben op de compensatiepremie vinden we in allerlei sectoren, zoals in de evenementensector, (para-)medische beroepen, dierenpensions, landbouwsector, dienstenleveranciers of gespecialiseerde voedings- en drankenwinkels
Enkel ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit op de indieningsdatum van de steunaanvraag op de lijststaat die in bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 zit, én de ondernemingen die substantiële exploitatiebeperkingen opgelegd krijgen als gevolg van de coronacrisis, komen in aanmerking voor de comspensatiepremie.
De hoofdactiviteit van een onderneming wordt bepaald overeenkomstig de NACE-codes die vóór 13 maart 2020 als hoofdactiviteit zijn opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
De ‘ondernemingen’ die van de compensatiepremie kunnen genieten, zijn: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofd- of bijberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met een economische activiteit.
Via haar besluit van 12 juni 2020 stelt de Vlaamse Regering een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, nu dus gelijk met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan.
De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één voltijdsequivalent werkende vennoot of bij de RSZ minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
De vereniging met een economische activiteit moet bij de RSZ minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
De onderneming moet op 14 maart 2020 over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest beschikken overeenkomstig de KBO.
Met een ‘zelfstandige in hoofdberoep’ wordt gelijkgesteld de ‘zelfstandige in bijberoep’ die in 2019 een beroepsinkomen heeft van minstens 13.993,78 euro.
Met de ‘zelfstandige in bijberoep’ wordt gelijkgesteld de zelfstandige die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
De ondernemers moeten kunnen aantonen dat ze tussen 14 maart 2020 tot en met 30 april 2020 een omzetdaling (excl. btw en op basis van de dagontvangsten) van meer dan 60% hadden in vergelijking met dezelfde periode in 2019. Voor starters wordt er gewerkt met een omzetdaling van minstens 60% ten opzichte van hun neergelegd financieel plan.

Compensatiepremie

De compensatiepremie bedraagt 3.000 euro voor ondernemingen en zelfstandigen (in hoofdberoep).
Deze premie wordt verhoogd als de onderneming beschikt over één of meer bijkomende exploitatiezetels waar bij de RSZ minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel is tewerkgesteld. De verhoging wordt dus berekend door de premie te vermenigvuldigen met het aantal bijkomende exploitatiezetels. De verhoging is echter beperkt tot maximaal vier bijkomende exploitatiezetels in het Vlaams Gewest.
Zelfstandigen in bijberoep:
  • die door de hoogte van hun inkomen sociale bijdragen betalen zoals een zelfstandige in hoofdberoep kunnen de compensatiepremie van 3.000 euro krijgen;
  • die in 2019 een beroepsinkomen hebben tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro kunnen een compensatiepremie van 1.500 euro krijgen. Deze premie geldt ook voor zelfstandigen in bijberoep die verplicht moeten sluiten, maar niet voor zelfstandigen in bijberoep die dit combineren met een job als werknemer van die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
De Vlaamse Regering somt in haar besluit van 10 april 2020 ook de ondernemingen op die niet in aanmerking komen voor de compensatiepremie (art. 8).

Aanvragen compensatiepremie

De onderneming vraagt de compensatiepremie aan via de website van het ‘Agentschap Innoveren en Ondernemen’ (VLAIO) en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer. De zelfstandige vermeldt ook zijn rijksregisternummer.
De subsidieaanvraag moet ten laatste op 30 juni 2020 worden ingediend.

Cumulatie steun

De compensatiepremie kan niet gecumuleerd worden met andere soorten steun die de Vlaamse overheid toekent. Het besluit van 10 april 2020 somt deze soorten steun op (art. 9).
Via haar besluit van 12 juni 2020 wijzigt de Vlaamse Regering het cumulverbod van de compensatiepremie met de achtergestelde lening van Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) zodanig dat dit verbod enkel geldt bij een achtergestelde lening van meer dan 75.000 euro.

In werking

De nieuwe voorwaarden treden in werking op 10 april 2020.
Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen, tot wijziging van de artikelen 1, 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, en tot wijziging van de artikelen 1, 6, 9 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, BS 22 juni 2020 (art. 13-art. 15 en art. 21).
Zie ook:
Besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, BS 17 april 2020.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, BS 30 maart 2020.
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  63