Covid-19: tijdelijke oplossingen voor dringende problemen binnen strafprocedure, strafuitvoering en veiligheid

Koninklijk besluit nr. 3 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19

Covid-19 heeft ook een enorme impact om onze strafprocedure, de strafuitvoering en de veiligheid binnen het strafrechtsysteem. Regering Wilmes II heeft daarom een aantal tijdelijke uitzonderingsmaatrelen getroffen om de meest dringende problemen aan te pakken.

Fysieke aanwezigheid partijen

De fysieke aanwezigheid van partijen in een strafprocedure moet zoveel mogelijk worden beperkt. In dat kader
  • mogen een aantal hogere beroepen voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling schriftelijk worden behandeld. Het gaat dan bijvoorbeeld over de verzoeken tot inzage in het strafdossier en de verzoeken tot bijkomend onderzoek
  • hoort de strafuitvoeringsrechter, de strafuitvoeringsrechtbank of de Kamer voor de bescherming van de maatschappij alleen de raadslieden van de veroordeelde of de geïnterneerde, behoudens andersluidende gemotiveerde beslissing. Op die manier wordt overbrenging van gedetineerden en geïnterneerden zoveel mogelijk vermeden.

Leef- en werkomstandigheden in gevangenissen

Om de druk op gevangenissen zo veel mogelijk te verminderen wil de regering veroordeelde gedetineerden die reeds van gunsten hebben genoten of die dicht bij hun vrijstelling staan en geen probleem vormen voor de openbare veiligheid (voorlopig) vrijstellen. Het (frequent) binnen en buiten gaan van de gevangenis moet worden vermeden.

Tijdens de crisisperiode
  • kunnen veroordeelden die voldoen aan bepaalde criteria genieten van een verlengd penitentiair verlof. Tijdens dit verlof wordt de uitvoering van de vrijheidsstraf opgeschort
  • kan de gevangenisdirecteur vanaf 6 maanden voor het einde van het uitvoerbaar gedeelte van de vrijheidsstraf een vervroegde invrijheidstelling toekennen, onder strenge voorwaarden
  • kan de uitvoering van alle beslissingen tot o.a. de toekenning van een uitgaansvergunning, penitentiair verlof of beperkte detentie worden opgeschort. De gevangenisdirecteur kan uitzonderingen toestaan.

Verloop onderzoeken

De regering neemt ook enkele maatregelen om eventuele vertraging bij onderzoeken en capaciteitsverlies bij magistratuur en politie te ondervangen:
  • de procureur des Konings en de onderzoeksrechter zullen telecomgegevens kunnen vorderen over een periode die verder in het verleden ligt dan de normale wettelijk vastgestelde periodes
  • er gelden een aantal afwijkingen op ‘het heimelijk onderscheppen, kennisnemen en doorzoeken van dataverkeer in informaticasystemen’. Zo moet de officier van gerechtelijke politie gedurende de crisisperiode geen vijfdaagse verslaggeving aan de onderzoeksrechter bezorgen. Een verslag als de maatregel technisch correct is opgestart, volstaat. Daarnaast is bijvoorbeeld geen nieuwe machtiging nodig bij het stopzetten en opnieuw opstarten van een lopende maatregel heimelijke zoeking.

Strafprocedure

Tot slot wordt voorzien in een schorsingsgrond van de verjaringstermijnen in strafzaken (zowel de verjaringstermijn van de strafvordering as van de straf) voor een termijn gelijk aan de duur van de coronacrisis, aangevuld met een maand.

In werking: 9 april 2020 (behalve artikels 6 tot en met 14 m.b.t. de ‘onderbreking van de strafuitvoering coronavirus Covid-19’, deze hebben retroactief uitwerking vanaf 18 maart 2020).

Bron: Koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, BS 9 april 2020.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  429