Covid-19: samenwerkingsakkoord schept wettelijk kader voor manuele en digitale contacttracing

Uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de Federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de digitale contactopsporingsapplicatie(s), overeenkomstig artikel 92bis, § 1, derde lid, van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen

Het samenwerkingsakkoord over de corona-contacttracing in ons land is klaar. De tekst bevat het wettelijke kader voor het manueel en digitaal opsporen van de contacten van personen die besmet zijn met het coronavirus om de verdere verspreiding ervan te beperken.

Gedeelde bevoegdheid

Het samenwerkingsakkoord vervangt het zogenaamde “KB nr. 44 van 26 juni 2020” waarmee de federale regering een voorlopig kader voor contacttracing had uitgewerkt. De regels zijn inhoudelijk voor een groot stuk identiek. Maar het samenwerkingsakkoord was wel een must.

Contacttracing vormt immers een gedeelde bevoegdheid, waarbij zowel de federale staat als de deelstaten betrokken zijn. De materie louter regelen via wet was voor de afdeling wetgeving van de Raad van State niet mogelijk. De regels moesten in een samenwerkingsakkoord worden gegoten waarvoor parlementaire instemming vereist was. Dit heeft enkele maanden in beslag genomen, maar nu de tekst klaar is en zowel de federale staat als de deelstaten ermee hebben ingestemd wordt het KB nr. 44 dan ook opgeheven.

11 hoofdstukken

Het akkoord omvat 11 hoofdstukken:
  • Hoofdstuk 1: algemene bepalingen (definities van de gebruikte begrippen, de doelstellingen van het ontwerp, schending van het beroepsgeheim, de oprichting van de Gegevensbanken I, II, III, IV, definitie van de verwerkingsverantwoordelijken van de verschillende gegevensbanken, enz.)
  • Hoofdstuk 2: verwerkingsdoelen (overzicht van de verschillende doeleinden van de gegevensverwerking)
  • Hoofdstuk 3: personen wiens persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van het samenwerkingsakkoord. In dit hoofdstuk worden de categorieën van betrokkenen gedefinieerd waarop de gegevensverwerkingen betrekking hebben
  • Hoofdstuk 4: categorieën van persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van huidig samenwerkingsakkoord
  • Hoofdstuk 5: toegang en doorgifte van persoonsgegevens. Dit hoofdstuk is gewijd aan het vaststellen van de regels voor de toegang tot en de overdracht van persoonsgegevens
  • Hoofdstuk 6: bevoegdheid van het Informatieveiligheidscomité
  • Hoofdstuk 7: veiligheidsmaatregelen
  • Hoofdstuk 8: digitale contactopsporingsapplicaties
  • Hoofdstuk 9: bewaringstermijn. In dit hoofdstuk worden de bewaartermijnen vastgesteld van de verschillende gegevens die in het kader de contacttracing zijn verzameld
  • Hoofdstuk 10: transparantie en rechten van betrokkenen. Hoofdstuk 10 bevat de maatregelen die de verwerkingsverantwoordelijken moeten nemen om de transparantie en de rechten van de betrokkenen te waarborgen
  • Hoofdstuk 11: diverse bepalingen (wijze van geschillenbeslechting tussen de partijen van het akkoord, toezichtssysteem van het akkoord, inwerkingtreding en terugwerkende kracht van het samenwerkingsakkoord).

Verschillende data van inwerkingtreding

Het samenwerkingsakkoord heeft retroactief uitwerking vanaf 4 mei 2020 voor wat betreft de bepalingen die inhoudelijk overeenstemmen met het KB nr. 18 van 4 mei 2020 tot oprichting van een coronadatabank bij Sciensano (zoals gewijzigd door het KB nr. 25 van 28 mei 2020).

De elementen uit het akkoord die betrekking hebben op de digitale contactopsporingsapplicatie hebben retroactief uitwerking vanaf 29 juni 2020 voor wat betreft de bepalingen die inhoudelijk overeenstemmen met het KB nr. 44. zoals dat van toepassing was vanaf 29 juni 2020.

De maatregelen die op basis van dit akkoord tot stand komen of gekomen zijn houden op uitwerking te hebben op de dag van de publicatie van het KB dat het einde van de toestand van de corona-epidemie afkondigt.

Uitvoerend samenwerkingsakkoord digitale contacttracing

Voor de effectieve werking van de digitale contactopsporingsapplicatie werden bijkomende uitvoeringsregels vastgelegd in een uitvoerend samenwerkingsakkoord. Met onder meer afspraken over de functionaliteiten van de app en de technische specificaties en interoperabiliteit.

Zie ook
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  162