Covid-19: omzendbrief geeft bindende richtlijnen voor opsporing en vervolging van samenscholingsverbod, niet-essentiële verplaatsingen en sluitingsplicht handelszaken

Omzendbrief nr. COL 6/2020 Richtlijnen van het College van Procureurs-generaal betreffende de gerechtelijke handhaving van het ministerieel besluit van 24 maart 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

Mensen die samenscholen of niet-essentiële verplaatsingen afleggen, handelaars die hun zaak ondanks de sluitingsplicht open houden, krijgen vanaf nu geen waarschuwing meer, maar meteen een pv met een boete. Particulieren krijgen per vastgestelde overtreding een minnelijke schikking van 250 euro gepresenteerd. Voor handelaars, uitbaters en organisatoren van activiteiten of evenementen is dat 750 euro. Vanaf de tweede overtreding volgt een rechtstreekse dagvaarding voor de correctionele rechtbank. De politie zal dus streng optreden bij overtredingen van de coronamaatregelen.

Dat meldt het College van Procureurs-generaal in Omzendbrief 06/2020. Deze omzendbrief van 25 maart 2020 geeft het openbaar ministerie en de politiediensten uniforme richtlijnen voor de gerechtelijke handhaving van de coronamaatregelen die zijn opgelegd via het MB van 24 maart 2020.

Opsporing en vaststelling van inbreuken

Inbreuken zullen via ‘de gebruikelijke middelen’ worden opgespoord en vastgesteld. Met andere woorden de middelen die worden toegepast om misdrijven op te sporen en vast te stellen waarop een gevangenisstraf van maximaal 3 maanden staat. Het gaat dan over vaststellingen, verhoren, foto’s, beelden van bewakingscamera’s, internetgegevens, enz.

Methodes die gebruikt worden om misdrijven met een hogere strafmaat op te sporen en vast te stellen, zijn niet toegestaan.

Private plaats betreden bij heterdaad

De politie kan alleen een private plaats betreden bij heterdaad (toepassing bepalingen Wetboek van Strafvordering) met het expliciete en voorafgaande akkoord van de procureur des Konings. De bestuurlijke doorzoeking van privéplaatsen op basis van artikel 27 van de Wet op het Politieambt is toegelaten.

Controle op publiek toegankelijke plaats

De politiediensten mogen steeds iedere voor het publiek toegankelijke plaats betreden om er hun opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie te vervullen en dat op alle tijdstippen waarop die plaatsen toegankelijk zijn voor het publiek.

Voldoende bewijs

Voor ieder misdrijf moeten voldoende bewijselementen worden verzameld via verhoren, foto’s, beelden, identiteitscontrole, enz.

Gerechtelijke vrijheidsberoving

Er zal alleen tot een gerechtelijke vrijheidsberoving worden overgegaan wanneer dat strikt noodzakelijk is voor het onderzoek. Een onderzoeksrechter kan alleen een aanhoudingsbevel uitvaardigen wanneer dat absoluut noodzakelijk is voor de openbare veiligheid en wanneer het feit voor de verdachte een correctionele hoofdgevangenisstraf van één jaar of meer kan opleveren.

Minnelijke schikking bij eerste overtreding

De politie zal systematisch een pv opstellen bij inbreuken, behalve wanneer er bij de betrokken personen duidelijk sprake is van goeder trouw. Voor meerderjarige daders geldt: één pv per misdrijf per dader.

Bij de vaststelling van een eerste inbreuk wordt steeds een minnelijke schikking voorgesteld van 750 euro voor handelaren, uitbaters en organisatoren van activiteiten en 250 euro voor alle andere overtreders.

De eventuele opbrengst van de kas kan in beslag worden genomen. Inrichtingen kunnen door de bestuurlijke overheden worden gesloten.

Dagvaarding vanaf tweede overtreding

Is er sprake van recidive na een eerste vaststelling van een inbreuk, dan wordt overgegaan tot rechtstreekse dagvaarding op basis van artikel 645 van het Wetboek van Strafvordering.

Specifieke sancties

De omzendbrief voorziet in enkele specifieke sancties:
  • uitroepen dat men drager is van het Covid-19-virus: gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en geldboete van 50 tot 300 euro;
  • iemand bewust bespugen of niezen in zijn buurt zodat deze persoon zou denken dat hem het Covid-19-virus wordt overgedragen: gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en geldboete van 50 tot 300 euro;
  • bewust hoesten, spugen of niezen in de richting van te koop aangeboden voedingsmiddelen: gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar en geldboete van 200 tot 2.000 euro.

Minderjarigen

Bij minderjarigen zal ook systematisch een pv worden opgesteld tenzij ze duidelijk te goeder trouw handelden. Maar het is niet de bedoeling dat een pv wordt opgesteld ten aanzien van minderjarigen die vergezeld zijn van hun ouders.

Aan ieder pv zal gevolg worden gegeven door het parket. Die zal de situatie beoordelen naargelang de ernst en omstandigheden en er gevolg aan geven. Dat kan een loutere herinnering aan de wet zijn, maar ook een oproeping op het parket voor verval van de strafvordering na uitvoering van voorwaarden of voor een positief project of een vordering van de jeugdrechter.

Welzijn van werknemers

De omzendbrief bevat een specifiek onderdeel voor handhaving van de coronamaatregelen op de werkvloer. Het gaat dan voornamelijk over de principes van social distancing, de thuiswerkplicht en de preventieve maatregelen die werkgevers moeten nemen wanneer hun bedrijf open blijft.

Algemeen geldt dat wanner er bij een controle een pv wordt opengesteld tegen ondernemingen in geval van een eerste inbreuk een minnelijke schikking van 1.500 euro zal worden voorgesteld. Bij recidive wordt de zaak gedagvaard voor de correctionele rechtbank.

Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  512