Covid-19: nog tot 3 juli schriftelijke eedaflegging magistraten en advocaten, schriftelijke benoemingen voor Hoge Raad van Justitie en notariële opmaak authentieke akten zonder getuigen

Koninklijk besluit tot verlenging van sommige maatregelen genomen bij de wet van 30 april houdende diverse bepalingen inzake justitie en het notariaat in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19

De Regering-Wilmès II heeft sommige afwijkende procedures bij justitie en het notariaat met een maand verlengd. Tot 3 juli 2020
  • kan de eedaflegging van actoren van justitie (gerechtsdeskundigen, beëdigde vertalers, tolken of vertaler-tolken, magistraten, assessoren, lekenrechters, gerechtspersoneel, advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders) schriftelijk plaatsvinden
  • verlopen de benoemings- en aanwijzingsprocedures voor de Hoge Raad voor de Justitie schriftelijk. Als een kandidaat vraagt om gehoord te worden, beslist de benoemingscommissie. Indien de commissie ambtshalve of op vraag van de kandidaat, beslist de kandidaten te horen, doet ze dit met respect voor de regels inzake social distancing om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, of via videoconferentie
  • hoeven er geen getuigen aanwezig te zijn bij de opmaak van authentieke akten. Hierop gelden wel uitzonderingen. Wanneer bijvoorbeeld een van de partijen niet in staat te ondertekenen of als iemand blind of doofstom is, dan moet de notaris wel worden bijgestaan door 2 getuigen.

Normaal gezien liepen deze maatregelen slechts tot 3 juni 2020.

In werking: 27 mei 2020.

Bron: Koninklijk besluit van 20 mei 2020 tot verlenging van sommige maatregelen genomen bij de wet van 30 april houdende diverse bepalingen inzake justitie en het notariaat in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, BS 27 mei 2020.
Zie ook
Wet van 30 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake justitie en het notariaat in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, BS 4 mei 2020.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  294