Covid-19: Brussel versoepelt termijnen registratierechten en schrapt hypotheekrecht voor hypotheekgever

Bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/020 tot invoering van versoepelingsmaatregelen voor de registratierechten in de context van de COVID-19 pandemie

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering verlengt via haar bijzondere machtenbesluit nr. 2020/020 enkele termijnen die van toepassing zijn voor de registratierechten. Hypotheekgevers zijn het hypotheekrecht van 1% niet verschuldigd voor hypothecaire inschrijvingen die tussen 16 maart en 30 juni zijn gedaan op basis van een hypothecair mandaat dat dateert van vóór 16 maart 2020.
Een tegemoetkoming in het kader van de coronacrisis.

De versoepelingen hebben uitwerking met ingang van 16 maart 2020.

Verlenging termijnen

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering verlengt onderstaande termijnen, op voorwaarde dat ze verstrijken tussen 16 maart 2020 en 30 september 2020, tot 1 oktober 2020:
  • aan belastingplichtigen die genieten van het abattement van 175.000 euro in het verkooprecht bij de aankoop van hun onroerend goed, wordt een termijn van 2 jaar (of 3 jaar in geval van nieuwbouw) toegekend om in het betrokken goed hun hoofdverblijfplaats te vestigen (art. 46bis, vijfde lid, 2°, b), W.Reg. (Br.H.Gew.));
  • personen die een beroepsverklaring hebben ondertekend en die genieten van een verminderd verkooprecht tot 8% overeenkomstig artikel 62 van het W.Reg. (Br.H.Gew.), hebben 5 jaar de tijd om een reeks wederverkopen aan te tonen (art. 71, W.Reg. (Br.H.Gew.));
  • belastingplichtigen die 36% van hun betaalde registratierechten kunnen terugvorderen bij wederverkoop van het door hen verkregen onroerend goed krijgen 2 jaar de tijd om deze wederverkoop via authentieke akte te laten vaststellen (art. 212, eerste lid, W.Reg. (Br.H.Gew.));
  • personen die niet konden genieten van het "rechtstreekse" abattement bepaald in artikel 46bis van het W.Reg. (Br.H.Gew.), wordt een termijn van 2 jaar toegekend om over te gaan tot vervreemding van de onroerende goederen die de toepassing van dit "rechtstreekse" abattement hebben verhinderd, om de teruggave van de rechten die geheven werden boven het bedrag dat zou verschuldigd geweest zijn met toepassing van artikel 46bis alsnog aan te vragen (art. 212bis, eerste lid, en tweede lid, 2°, a), W.Reg. (Br.H.Gew.)).

Geen hypotheekrecht voor hypotheekgevers

In de praktijk wordt het recht van 1%, geheven op de vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed, verschuldigd door de hypotheekgever (art. 87, W.Reg. (Br.H.Gew.)).

De Brusselse Hoofdstedelijk Regering heeft nu besloten dat de hypotheekgever dit hypotheekrecht van 1% niet verschuldigd isvoor een hypothecaire inschrijving die tussen 16 maart en 30 juni is gedaan op basis van een hypothecair mandaat dat dateert van vóór 16 maart 2020.

Verlenging maatregelen

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan deze termijnen nog tweemaal bijkomend verlengen met één maand, indien het geleidelijk hervatten van de economische activiteiten, zoals bepaald door de Nationale Veiligheidsraad op 24 april en 6 mei 2020, wordt teruggedraaid omwille van de ongunstige evolutie van de Covid-19-pandemie.

In werking

Het bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/020 van 28 mei 2020 heeft uitwerking met ingang van 16 maart 2020.

Bron: Bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/020 van 28 mei 2020 tot invoering van versoepelingsmaatregelen voor de registratierechten in de context van de Covid-19 pandemie, BS 4 juni 2020.
Zie ook:
Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten van 30 november 1939, BS 1 december 1939 (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) (W.Reg. (Br.H.Gew.)) (art. 46bis, art. 71, art. 87, art. 212 en art. 212bis).
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  294