Controle op omgevingsvergunning krijgt eerder vorm dan vergunning zelf

Op 23 april 2014 heeft het Vlaams Parlement een decreet goedgekeurd dat de stedenbouwkundige vergunningen, meldingen en verkavelingsvergunningen, en de milieuvergunningen en –meldingen versmelt tot één enkele ‘omgevingsvergunning’. Dat decreet werd nog niet gepubliceerd. Wijzigingen op de tekst werden al wél gepubliceerd. En om het nog ingewikkelder te maken, verschijnt nu ook al een decreet dat de controle op de nog niet-bestaande omgevingsvergunning regelt.

Twee handhavingssystemen naast elkaar

Waar de regels op de omgevingsvergunning in één enkele tekst gegoten worden, is dat niet het geval voor de handhaving van die vergunning. De handhavingsbepalingen uit het ruimtelijkeordeningsrecht en het milieurecht worden wel op elkaar afgestemd, maar blijven ingeschreven staan in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) – wat de ruimtelijkeordeningsaspecten betreft –, en in het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM) – wat de milieuaspecten betreft.

In de praktijk komt het erop neer dat het beter uitgebouwde handhavingskader van het milieurecht wordt overgenomen in het RO-recht.

Ook bestuurlijke handhaving inzake ruimtelijke ordening

Net als in het milieurecht wordt er voortaan ook in het ruimtelijkeordeningsrecht een onderscheid gemaakt tussen gedepenaliseerde (stedenbouwkundige) inbreuken en (stedenbouwkundige) misdrijven. Inbreuken worden in principe administratiefrechtelijk vervolgd, terwijl er op de zwaardere misdrijven in principe strafsancties staan. Komt er geen strafrechtelijke procedure, dan kan nog altijd een administratiefrechtelijke veroordeling volgen.

Vandaar dat in het ruimtelijkeordeningsrecht een heel scala van rechtsinstrumenten wordt ingevoerd, waaronder:

  • de raadgeving en aanmaning,
  • de exclusieve bestuurlijke geldboete, voor stedenbouwkundige inbreuken;
  • de alternatieve bestuurlijke geldboete, voor stedenbouwkundige misdrijven, na seponering door het parket;
  • het voorstel tot betaling van een geldsom;
  • rechterlijke herstelmaatregelen; en
  • extra bestuurlijke maatregelen, zoals de bestuursdwang en de last onder dwangsom.

Naar één Hoge Raad

De Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid (HRH), die bevoegd is inzake ruimtelijke ordening, en de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving (VHRM) moeten samensmelten tot één ‘Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu’.

Deze raad zal voortaan het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening, het Milieuhandhavingsprogramma, het Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening en het Milieuhandhavingsrapport opstellen.

Het Handhavingsprogramma RO blijft voortaan geldig tot het wordt opgeheven door een nieuw programma. De decreetgever is echter vergeten om de voorschriften op het Milieuhandhavingsprogramma aan te passen, zodat dat programma nog altijd voor exact 5 jaar wordt opgesteld. De beide handhavingsrapporten worden om het jaar opgemaakt.

De nieuwe hoge raad zal uit 13 leden bestaan, tegen 7 leden nu voor de VHRM en 7 leden voor de HRH.

Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering

Bij het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed wordt een ‘Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering’ opgericht, die o.m. advies zal verstrekken over het opleggen van herstelmaatregelen en die kan beslissen over de schorsing of gedeeltelijke inning van een dwangsom.

Handhavingscollege

Het Milieuhandhavingscollege wordt omgeturnd tot een ‘Handhavingscollege’, dat voortaan uitspraak zal doen over de exclusieve en alternatieve bestuurlijke geldboetes en voordeelontnemingen op milieuvlak, én op het vlak van RO.

De decreetgever wil het Handhavingscollege op korte termijn opnemen in het Vlaams bestuursrechtcollege (DBRC). Daartoe wordt alvast al het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges gewijzigd, maar ook dat decreet nog niet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad…

Hogere boetes voor kleine vormen van openbare milieuoverlast

Tot slot nog een kleine aanpassing in het milieurecht: het DABM legt strafsancties op aan personen die in strijd met de wettelijke voorschriften of een vergunning, stoffen, micro-organismen, geluid en andere trillingen of stralingen, in of op het water, de bodem of de atmosfeer inbrengen of verspreiden. Bij kleine vormen van openbare overlast kunnen de gemeenten zelf een sanctie opleggen. Als de gemeente geen gemeentelijke sanctie heeft opgelegd, worden deze kleine vormen van overlast bestraft met een geldboete van maximaal 45,5 euro (tot nu) en maximaal 58 euro (vanaf nu).

Datum nog niet bekend

Het decreet op de handhaving van de omgevingsvergunning treedt op een wel heel bizarre datum in werking. Namelijk “op een door de Vlaamse regering vast te stellen datum na de inwerkingtreding van het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening”. Hopelijk valt die datum ná de publicatie van het decreet op de omgevingsvergunning…

Enkele nieuwe bepalingen inzake het handhavingsbeleid RO, de verlenging van de geldigheidsduur van het Handhavingsplan RO 2010, en de delegatie aan de Vlaamse regering om het handhavingsbeleid inzake milieu en RO vorm te geven, treden echter al in werking op 6 september 2014.

Bron:Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, BS 27 augustus 2014.
Zie ook: “Ontwerp van decreet betreffende de omgevingsvergunning; Tekst aangenomen door de plenaire vergadering”, Vlaams Parlement, 23 april 2014 (tekst nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad).

Carine Govaert

Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning

Afkondigingsdatum : 25/04/2014
Publicatiedatum : 27/08/2014

Gepubliceerd op 28-08-2014

  168