Controle loopbaanvoorwaarden voor minimumpensioen werknemers bijgestuurd

Bij de toekenning van het minimumpensioen in het werknemersstelsel controleert men voortaan vóór de beperking tot de eenheid van loopbaan of de loopbaanvoorwaarden die recht geven op het minimumpensioen vervuld zijn. Op die manier vermijdt men technische moeilijkheden bij de berekening.

Minimumpensioen

Werknemers die niet voldoen aan de vereiste loopbaanvoorwaarde kunnen dankzij een KB van 28 september 2006 toch aanspraak maken op een proportioneel minimumpensioen. Omdat men de invulling van 2/3 van een volledige loopbaan versoepeld heeft. Men houdt daarbij rekening met jaren van minstens halftijdse tewerkstelling en dat zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de pensioensituatie van personen die deeltijds werken.

Dit KB op het gewaarborgd minimumpensioen voor de sociale sector wordt nu bijgestuurd. Eerst worden de begrippen aangevuld. De loopbaanomschrijving wordt in overeenstemming gebracht met de Verordening 883/2004 die de socialezekerheidsstelsels gecoördineerd heeft. De tewerkstelling of onderwerping moet niet langer ‘in België’ gebeuren en de loopbaan als werknemer wordt uitgebreid met perioden van tewerkstelling die verricht zijn in het buitenland. We noteren ook verwijzingen naar de KB’s nr. 50 en 72.

Eenheid van loopbaan

Daarnaast bepaalt het wijzigings-KB van 18 maart 2014 dat de vaststelling van het aantal kalenderjaren dat nodig is voor het bereiken van 2/3 van een volledige loopbaan gebeurt vóór de toepassing van het beginsel van de beperking tot de eenheid van loopbaan. Dit geldt voor het rustpensioen in het werknemersstelsel en bij een gemengde loopbaan.

Het recht op een gewaarborgd minimumpensioen wordt dus geopend op basis van de reële loopbaanduur, vóór de toepassing van de beperking tot de eenheid van loopbaan. Ook het aantal kalenderjaren dat elk minimum 208 voltijdse dagequivalenten (het zogenaamd ‘streng criterium’) omvat voor de 2/3-vereiste, wordt vastgesteld vóór de toepassing van dit beginsel. Het basisbedrag van het gewaarborgd minimumpensioen wordt vermenigvuldigd met de breuk van het toegekende pensioen als werknemer, zonder dat de teller de noemer kan overschrijden.

Het wijzigings-KB voorziet in dezelfde werkwijze wanneer de loopbaanjaren als zelfstandige en de loopbaanjaren als werknemer opgeteld worden.

Het beginsel van de beperking tot de eenheid van loopbaan houdt in dat het totaal van de breuken die de belangrijkheid van de verschillende pensioenen uitdrukken, de eenheid niet mag overschrijden. Op dit moment worden de loopbaanvoorwaarden pas nagegaan na toepassing van de beperking tot de eenheid van loopbaan, maar daar zal dus verandering in komen.

In werking

Deze aanpassingen treden in werking op 1 januari 2015. Ze zijn van toepassing op de pensioenen die voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2015. Het gaat meer bepaald om de rustpensioenen die aan het nieuwe criterium beantwoorden en de overlevingspensioenen die toegekend zijn bij een overlijden na 31 december 2014 van een werknemer die nog niet van een pensioen genoot.

Bron:Koninklijk besluit van 18 maart 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, BS 28 maart 2014
Zie ook: Koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, BS 6 oktober 2006 (KB op de gewaarborgd minimumpensioen voor de sociale sector)

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector

Afkondigingsdatum : 18/03/2014
Publicatiedatum : 28/03/2014

Gepubliceerd op 02-04-2014

  136