Conclusies genomen buiten conclusiekalender zijn geen syntheseconclusies (art. 13 Wet Burgerlijk Procesrecht)

De laatste conclusies van een partij zijn in principe syntheseconclusies met daarin alle middelen en argumenten. Maar er zijn een aantal conclusies die buiten die regel vallen en geen syntheseconclusies zijn, ook al zijn het de laatste conclusies. Tot nu waren die uitzonderingen limitatief opgesomd, maar die lijst blijkt onvolledig. Daarom werkt men voortaan met een niet-exhaustieve abstracte bepaling.

Vooraan heet het dat de laatste conclusies van een partij de vorm aannemen van syntheseconclusies, behalve in de gevallen waarin een conclusie mag genomen worden buiten de conclusietermijnen.

Hieronder vallen dus ook – wat in de vroegere limitatieve opsomming niet het geval was -

  • conclusies over aanvullende vorderingen (bv. interesten, rentetermijnen, huurgelden) die ook mogen worden neergelegd en meegedeeld na het gezamenlijke verzoek om rechtsdagbepaling;
  • conclusies in antwoord op een pleidooi van een partij die geen conclusie heeft genomen of van wie de conclusies ambtshalve uit de debatten zijn geweerd;
  • conclusies die na heropening van de debatten kunnen neergelegd worden.

Een rechter hoeft alleen te antwoorden op de syntheseconclusies. Moesten de conclusies die buiten de conclusiekalender kunnen genomen worden wel beschouwd worden als syntheseconclusies dan kon de rechter zich beperken tot het antwoorden op die conclusies. Wat uiteraard niet de bedoeling is, aangezien zij in feite helemaal geen syntheseconclusies zijn. Vandaar dat men heeft beslist om alle conclusies die na de conclusietermijn mogen genomen worden, niet als syntheseconclusies te beschouwen, ook al zijn het de laatste conclusies.

De rechter mag zich niet beperken tot het antwoorden op de syntheseconclusies als er - binnen de toegelaten grenzen - conclusies zijn neergelegd buiten de conclusietermijn. Hij moet ook op die conclusies antwoorden.

Let wel. Een partij kan - ook in de gevallen waarin een conclusie mag genomen worden buiten de conclusietermijn - nog een syntheseconclusie neerleggen.

Artikel 13 van de wet van 19 oktober 2015 treedt in werking op 1 november 2015.

Bron:Wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015 (art. 13 Wet Burgerlijk Procesrecht)
Zie ook:Gerechtelijk Wetboek (art. 748bis)

Ilse Vogelaere

Wet houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Afkondigingsdatum : 19/10/2015
Publicatiedatum : 22/10/2015

Gepubliceerd op 23-10-2015

  1110